Emp
Emp
De telefoon op zaterdagavond. Klinkt heel normaal.
Nel heeft net de koffie ingeschonken.
Straks kijken we naar een cabaretprogramma.
Heerlijk onschuldig vermaak.
Zal ik aannemen? Het is Anne, ze vraagt hoe het morgen zal gaan met ons programma in de kerk. Alles is geregeld hoor, maak je geen zorgen.
He, mijn mobieltje gaat. Mag ik even Anne? Kan een van mijn kinderen zijn.
Een vreemde stem, Isabelle uit Frankrijk.
Emp wordt al een tijd vermist. De auto staat voor het huis. De sleutels zitten nog in het contact. De TV staat aan. De hond staat buiten, heeft twee kippen opgegeten.
We hebben gezocht maar nergens een spoor van Emp. De politie… De politie roep ik geschrokken?
Ja de politie heeft gezegd dat we de familie maar moesten bellen.
Midden jaren 80 kwam hij naar Roermond
Met zijn maten van het hockeyteam sliep hij met Pasen bij ons.
Wie wil ons huis schilderen deze zomer.
Emp meldde zich
Kom dan maar eind Juni als de Tour de France begint
En jawel daar stond hij
Waar moet hij slapen? Vraagt Saskia
Op de open ruimte, zeg ik
Daar kan hij toch niet liggen ?
Dan hoort hij alles wat er beneden gezegd wordt.
Nou de eerste nacht dan.
Hij mag bij mij op mij kamer, oppert Marijn
Die is te klein voor twee.
Bij mij kan ook , zegt Frieke
Blijkbaar is iedereen al ingenomen met zijn komst.
Ja dan toch maar op de open zolderruimte, zegt mama.
Heb je wel eens geschilderd, vroeg ik de volgende ochtend aan het ontbijt
Ja, zei hij zonder aarzelen.
IK zette er mijn vraagtekens bij.
Maar door die glimlach die aan zijn mond bleef hangen had ik vrede met zijn jawoord.
Ik moest het hem voor doen, zei mijn vrouw.
Het sauzen van de deuren en kozijnen.
Dat heette toen sadolinen .
Een eenvoudig karwei.
Eerst met ammoniak de boel ontvetten en dan sadolinen maar.
Hij leerde snel die Emp
Een jongen die wat in zijn mars had viel me direct al op.
En niet te lui.
In de namiddag keken we samen naar de directe reportages van de Tour de France.
Hij kreeg er schik in.
Moet ik niet schilderen?
Nee, je kijkt met mij naar de etappes.
Alleen is ook maar alleen.
Mijn kinderen zijn er nog te klein voor.
Trouwens Marijn interesseert zich niet zo voor wielrennen.
Joch van veertien zie je.
In de bus met het gezin naar Frankrijk.
Het monotone geluid van de motor.
Voor je uitkijkend.
Antwerpen, Brussel, Bouillon, Sedan en dan eindelijk
Conde les Autry.
Rechtsaf nog twee kilometers.
De telefoon rinkelt.
Marijn aan de andere kant.
Ze hebben Emp gevonden.
Intussen kwamen de vriendinnen van Saskia wat vaker op bezoek.
Het was begin juli
De vakantie naderde.
Een meisje was al verliefd op Emp.
Er zouden er nog vele honderden na haar volgen.
Deze verliefdheid was pril
Zij was niet weg te slaan op de Walbreukergraaf.
Na schooltijd was het erg gezellig bij ons.
Pa keek met Emp naar de Tour en de meiden wachten tot de etappe voorbij was.
Als het regende hoefde hij niet te schilderen.
Ga maar met mij de praktijk in, zei ik.
En dat deed hij.
In de auto had ik de gelegenheid om met hem te praten over zijn afkomst
Maar om een of andere duistere reden deed ik dat niet.
Hij kwam schilderen, dat was het
En over een week zou hij weer teruggaan naar Oss.
Emp bleef langer hangen dan verwacht.
Het weer zat niet mee.
Dus liet ik hem andere klusjes doen
Wat weet ik niet meer, maar ik zette iedereen aan het werk dus zal het met hem wel niet anders zijn vergaan.
Uiteindelijk was het schilderwerk klaar.
Terug naar Oss?
Emp had gehoord dat we deze vakantie met het gezin naar Joegoslavie gingen.
. Ik wil wel blijven.Er komt een mannelijke waarnemer, die niet kan koken, zei mijn vrouw.
Maar dat kan ik wel , riep hij
En voor de zoveelste keer zette ik mojn vraagtekens.
Maar weer die glimlach, die stoute ogen.
Daar de contouren van de boerderij.
De kippenkooien, de boerenschuren van Laurent
Het huis van Emp staat volop in de zon.
Het lijkt wel een lentedag.
De oprit wordt versperd door een lint.
Neergehangen door de politie.
Agenten lopen af en aan.
Zelfs de pers is aanwezig.
Toen we een keer terugkeerden van vakantie biechtte de oudste dochter op dat de waarnemer met de assistente in haar bed had geslapen.
Dat meisje had het koud, Saskia. Daarom heeft hij haar verwarmd
Dat waren woorden, die natuurlijk niet geloofd werden.
Maar ja, iedere vader heeft zo zijn oplossing voor dergelijke onverwachte vragen.
Moeders zijn daar handiger in. Die vertellen hun dochters gewoon de waarheid.
Toen mijn jongste dochter met haar zestiende aan de pil wilde en samen wilde slapen met haar vriendje was ik de degene die omgepraat moest worden.
Mijn vrouw had onder het hoofdkussen een papiertje gelegd.
Daarop stond geschreven weet dat je pa er nog niet aan toe was.
Houdt een beetje rekening met hem.
Nou dan blijf maar, was ons antwoord op Emp’s vraag of hij mocht blijven.
Harrie, de waarnemer, verscheen en klikte het meteen. Nee, dat was geregeld.
Die twee zouden het samen wel kunnen vinden.
Wat ons als meerdere keren was opgevallen: Bij iedereen viel Emp bij de eerste kennismaking, de eerste oogopslag, in de smaak.
Erger nog, men vond hem aardig en wou hem nooit meer kwijt.
Met dat gevoel gingen we dat jaar ook op vakantie.
Vaak moesten de kinderen aan hem denken.
Zou hij wel kunnen koken mam?
Natuurlijk kan hij dat. En Harrie helpt hem wel een handje.
Dierenartsen zijn alleskunners en doen niet moeilijk als het eten een keertje niet smaakt.
En zo was het ook.
Toen we na een mooi reis door Joegoslavië terugkeerden stonden Harrie en Emp ons blij op te wachten. Die drie weken waren snel voorbijgegaan zeg, merkt Emp op.
In zijn manier van zeggen voelde ik de ondertoon: nu is mijn avontuur in huize Rasenberg zeker ten einde.
De kinderen hadden nog een weekje vrij dus kon Emp nog niet gemist worden.
En in die volgende twee weken paste hij zich wonderwel goed aan in het gezin.
Hij ruimde de tafel, waste af, nam de stofzuiger te hand en was beleefd.
Een goeie jongen zei Piet, onze huispsycholoog.
Een toffe jongen, zeiden de assistentes in mijn praktijk.
Hij verlevendigt de boel. En meteen daarop de vraag: blijft hij bij jullie?
We rijden de bus op het erf van Emp.
We huilen.
Agenten condoleren ons.
Iedereen is stil.
Staart voor zich uit.
Blijven wachten hier?
Waar is Emp?
Marijn belt: kom naar hier.
Hier in het bos ligt Emp.
Laat ons hier samen zijn.
Hier is het mooi.
De kinderen zouden spoedig naar school moeten.
Volgende week al, riep Sas aan tafel.
Ja, volgende week, herhaalde mama.
Ze keek mij aan. Die opmerking en blik golden als een vraag: wat doen we met Emp?
Ik heb een brief aan zijn moeder geschreven, zei ze onder het eten.
Maar ik heb nog geen antwoord gekregen.
De kinderen keken verbaasd op.
Emp keek beteuterd.
Hij wist wat de oorzaak was.
Wij konden slechts gissen. Was er iets gebeurd thuis?
Was hij echt weggelopen?
Had hij een vader? En zo ja waar zat hij?
Vragen die we nooit eerder gesteld hadden.
Bang als we waren dat we hem zouden verliezen misschien
Ik ga volgende week naar Engeland, zei hij plots aan tafel
Als ik terugkom vraag ik vervroegde dienst aan.
Ben ik mooi twee jaar onder de pannen en dan zie ik wel verder.
Heb je geld om naar Engeland te gaan?
Nee, was het korte antwoord.
Zijn gezicht stond strakker dan normaal.
De glimlach was verdwenen.
Kortom dit was ernst. Hij had een plan gemaakt.
Dat moeten we nog zien, die reis naar Engeland, riep ik weerbarstig.
Hier zijn nog mogelijkheden, die je een zekere toekomst geven
Als je uit dienst komt ben je twintig. Te laat voor een opleiding.
Dus de keuze is niet zo moeilijk : je gaat niet naar Engeland dus je blijft hier.
Ik ga het vanavond nog met twee wijze mannen bespreken.
Ik wil dit niet alleen met mijn vrouw beslissen.
Hoera riepen de kinderen in koor. Je blijft hier Emp
Waar moet hij slapen? vroeg Sas.
Papa gaat eerst met die wijze mannen praten, antwoordde mama
Er klonk hoop in haar stem.
Ook zij wilde Emp blijkbaar niet verliezen.
Het was zondagavond.
Op die avond bridgeten wij met Piet, en Tiny Kuppenveld.
Maar nu ging er eerst een noodzakelijk gesprek aan vooraf.
Het besluit was al snel genomen.
Emp moest naar school.
Na die beslissing van drie wijze mannen, waaronder ik mezelf eindelijk ook een keer mocht rekenen, rende ik naar huis.
Je gaat naar school, riep ik vanuit de tuin
Binnen hoorde ik hoerageroep.
Emp zat er bedremmeld bij.
Wat zit je te staren, riep ik. Wees blij man, je kunt naar school.
Een opleiding weet je wel, dan kun je later iets, snap je dat dan niet.
Emp bleef onbeweeglijk stil.
Zei niets, gaf op geen enkele vraag antwoord.
Hij haalde steeds zijn schouders op.
Wat voor teken gaf hij aan. Wat wilde hij hiermee zeggen?
Moest ik het raden.
Ja natuurlijk mocht ik het raden
Hij had geen enkele opleiding afgemaakt.
Dus zou het nu wel moeten lukken. Zijn gezicht staarde onmacht uit.
Nou dan ben je bij mij aan het verkeerde adres.
Studeren zul je. Nu of nooit
Ik was met een luttele studieschuld dierenarts geworden.
Hoe mooi kon een toekomst niet zijn. En nu had ik werk en verdiende geld en aan zien.
Dat levert jou een studie op, hield ik hem voor.
Toen al wist ik: Emp is geen studiehoofd. Hij wil niet in de schoolbanken zitten en luisteren naar onbenullen.
Hij wil de wereld zelf ontdekken.
Laat me gaan, dat stond geschreven op zijn voorhoofd
Ik kon het ook lezen aan zijn ogen.
Maar wij wijze mannen hadden het vonnis geveld: naar school toe jij.
Twee families ontmoeten elkaar.
Het begin is moeilijk.
Begrijpelijk ook
Emp weggelopen van thuis.
Zelden nog contact in 32 jaar
Hoe nu verder? Wie bepaalt wat?
Gelukkig vinden we elkaar in die ene vraag: wat wil Emp?
Emp wil in Frankrijk blijven.
Over een week komen we weer bij elkaar voor het afscheid van Emp.
Met Pinksteren zal hij uitgestrooid worden op zijn laatste rustplek.
Drie wijze mannen hadden beslist over zijn toekomst
Emp moest terug naar school
Hij liep op maandagmorgen naar de berging. Kijk zei hij en wees naar zijn fiets.
Kant en klaar. Gepakt en gezakt.
Ik kan vanmorgen vertrekken.
Daar stond ik. Hij zou zo op zijn fiets de toekomst tegemoet kunnen rijden.
Hij, Emp, de graag geziene gast in ieder gezin in België en Engeland.
Misschien zou hij oevermorgen logeren bij een meubelmaker.
Wellicht zou hij meubelmaker kunnen worden.
Misschien zou hij bij een duiker kunnen logeren.
Zou hij misschien later diepzeeduiker kunnen worden. Je wist het maar nooit.
Als die gedachten spookten door mijn hoofd.
Ik zag hem denken: laat me gaan. Ik laat zoveel onbenutte kansen liggen.
Maar een studie opent betere veiliger wegen hield ik hem voor.
Hier stond hij met zijn fiets in zijn hand.
Plots liet hij zijn fiets vallen tegen de muur.
Goed zei hij ik ga naar school
De volgende dag stond ik al op de stoep bij de directeur van de MDS
Ik kende de man.
Het is maandagochtend
De burgemeester van het dorp gaat ons voor
De tocht naar de vallei.
Daar waar Emp zijn rust gevonden heeft.
Strompelen, bijna vallen
Afdalen naar het stromend watertje
Stenen rapen.
Struinen door de modder
Handen vast aan elkaar
In stilte gedenken we onze Emp
Het gesprek liep na een kort praatje over in de noodzakelijk vragen .
Wat is zijn vooropleiding Rinus?
Weet ik niet.
Niet gevraagd dan?
Neen, zijn verleden ligt in Oss.
Weggelopen thuis?
We weten niet waarom
Hij begint hier met een schone lei.
Ik heb hem nu twee maanden kunnen volgen
En?
Hij is slim genoeg om deze opleiding te kunnen volgen.
En dat meen je echt?
Als hij niet wil leren, sla ik het er wel in
Is dat de handelswijze van veeartsen?
Zo is dat ja.
Nou hij mag het proberen, maar ik zie het niet zitten
Wanneer kan hij beginnen?
Laat hem komen kennismaken.
Spreken we af, was mijn korte antwoord, dat moest klinken als een dank je wel.
De week daarop zat hij in de schoolbanken.
Hij is verdwaald, zei de burgemeester van Mare aux Bouef, toen hij ons begeleidde naar de plek waar Emp zijn laatste rustplaats vond.
Emp verdwaalt nooit, riep zijn vriend Teun, iedere andere plek is alleen maar een nieuwe weg voor Emp.De weg vindt hij overal.
Tjalling de vader van Emp stuurde ons een brief waarin hij zijn dank betuigde.
Hij was blij dat Emp een opleiding volgde.
Het was een bemoedigende brief.
Hij vroeg of we kennis kwamen maken met hem en zijn moeder.
Tjalling woonde in Brunssum
We zijn er heengegaan
Het was een gesprek over koetjes en kalfjes.
Veel kwamen we niet te weten over Emp.
We wisten nu een ding: zijn ouders waren gescheiden en ze hadden weinig tot geen contact met elkaar.
Emp was niet gelukkig of ongelukkig met de kennismaking met zijn vader.
Het liet hem naar ons idee gewoon koud.
Dat was spijtig.
Toch nodigden we hem uit voor een bezoekje aan Roermond.
Bijna zeker is dat Emp bij die ontmoeting niet aanwezig was.
Hij had iets anders te doen, zei hij desgevraagd.
Maar de volgende keer wil ik mijn pa wel zien hoor, voegde hij er aan toe.
En weer dacht ik: Zal dat waar zijn?
Zusje van Emp
Toen Emp bij jullie kwam waren onze ouders pas gescheiden.
Mijn vader bekommerde zich al jaren niet meer om zijn kinderen. Mijn moeder moest alles opknappen. Daarbij kwam nog dat hij vaker werkeloos was.
Echt een man het spreekwoord waardig twaalf ambachten enzovoort.
Moeder had destijds een vriend. Op wie Emp helemaal niet gesteld was.
Hij liet dat daadwerkelijk merken ook. Had op een grote muur geschreven de vriend van ma is een lul. Emp heeft dat later op eigen kosten moeten weghalen op last van de politie.
Emp slaagde het eerste jaar met glans.
Maar de domper op dat succes kwam al vrij snel.
Ik had het plan opgevat, nee ik was van mening, nee ik had beslist dat hij het huis moest verlaten en op zichzelf moest gaan wonen.
Mijn vrouw sprak weken niet met me.
Mijn kinderen vonden mij een bruut
Hoe durfde ik zo’n lieve jongen het huis te wijzen.
Iedereen was er tegen. De buren, de beste vrienden, de goede vrienden en de vriendinnen van de kinderen.
Hij was inmiddels 18 jaar geworden.
Mijn besluit stond vast.
Ik voelde zijn bestaan als een indringer in mijn privé leven.
We hadden onze slaapkamer afgestaan aan hem
Wij sliepen nu al een jaar op de open ruimte.
Mijn vrouw liep nooit meer bloot door de bovenverdieping .
Hij was inmiddels 18 potverdorie.
Naar huis.
De buren en vrienden uit Drimmelen en Roermond gemaild
Onze pleegzoon Emp is gevonden in de bossen in de buurt van zijn huis in Frankrijk.
Hij is al fietsend getroffen door een hartaanval.
Vorige week werd hij al als vermist beschouwd.
Zondag is hij gelukkigerwijs gevonden.
Zaterdag 29 november vindt de, afscheidsceremonie plaats in zijn dorpje.
Volgend jaar rond Pinksteren strooien we zijn as uit op de plek waar hij gevonden is.
Jullie snappen wel dat dit voor ons gezin een groot verlies is.
Emp was een prachtkerel
Een geweldige broer voor onze drie kinderen.
Zo beschouwden zij hem ook.
In Frankrijk heeft hij zijn thuis gevonden sinds een jaar of zes.
Wij zullen zijn rustplek hopelijk nog vaak kunnen bezoeken.
Echt een idyllisch rustig plekje langs een klein stromend riviertje
En hij ging.
Naar de Kapellerlaan boven de praktijk
Hij was meteen dolenthousiast.
Kon nu vriendjes ontvangen.
Op de Walbreukergraaf moest hij het zien te stellen met onze kinderen.
Nu was hij volwassen.
Het contact met de assistentes beneden werd hechter en hechter.
Als hij de trap op liep was het een feest van herkenning.
Na wat studie schoof hij op de Walbreukergraaf aan tafel
Dan vertelde hij de nieuwtjes van school en de vriendinnetjes.
Zodra hij vrij was kwam hij bij ons.
De Kapellerlaan was zijn slaapplaats en toevluchtsoord voor de soms broodnodige rust.
Maar hier in zijn nieuwe woonomgeving kwam de drang naar vrijheid weer naar boven.
Beetje voor beertje ontworstelde hij zich aan het strakke regime van het lesrooster.
Waarom studeren voor een papiertje? Hij verviel in inertie.
Zijn mentor, een vrouw die we goede kenden, kwam met een korte kernachtige mededeling.
Zijn prestaties liggen ver onder die van vorig jaar.
Zijn inzet is nihil. Hij gedraagt zich onvolwassen.
Wij geven hem nog een kans, anders…
Ons restte de trieste vraag: Snapt hij het nu nog niet?
Drie, vier advertenties in landelijke kranten.
Vrijbuiter, Levensfilosoof ,Bouwer, Joviale vriend.
Je vrije lach, je vrije geest, je vrije keuzes
Een bijzonder mooi sterk mens is niet meer.
Wat moet ik met een jongen van 18. Die zijn kont tegen de krib gooit?
Praten had geen zin meer. Er was maar een remedie.
Sporten.
Kom mee, zei op ik een vrije woensdagmiddag. We gaan schaatsen kopen.
En vanaf volgende week ga je iedere donderdagavond mee naar de ijsbaan in Eindhoven.
Veel zin had hij aanvankelijk niet.
Toen het ging vriezen konden we onze rondjes draaien op de Heelderpeel.
Dat is een ondiep ven. Als het drie dagen matig vriest kun je al schaatsen.
Wij, fervente schaatsers uit de streek, voelen aan wanneer het kan.
Schaatsen op de Heelderpeel. Alsof je voor het eerst de liefde bedrijft. Zo spannend is het.
Ik ga voorop, het ijs kraakt. Kom Emp achter me aan.
En dan leeft hij op. Goed Rini roept hij met weer diezelfde glimlach om zijn mond.
Hij liegt en hij weet het zelf. Het heeft moeite met het tempo.
Het ijs houdt maar het beweegt onder onze voeten. Kom op Emp.
Doorzetten jongen, nooit opgeven.
We zullen er nooit doorheen zakken als je maar vooruit wil en gaat.
Blij keren we huiswaarts.
Als we enkele dagen later met onze vrienden in een stug tempo rondjes rijden, laat Emp het plots afweten. Hier ben ik niet geschikt voor, dit is niks voor mij roept hij uit.
Ik knipoog naar mijn maten, en wijs hen een plak aan achter Emp.
Even later rijden we met vijf, zes man achter hem aan.
Vier rondjes van 1400 meter, vijf rondjes nee zeven achter elkaar.
Ik recht mijn rug en roep: Emp je gaat te hard. Oke, ik stop er mee.
En als een onzichtbaar signaal afgegeven recht iedereen zijn rug en wil een ding: rust.
Emp je gaat te hard, zegt de een.
Waar heb je dat geleerd? vraagt de ander.
Emp weet niet wat hij met de complimenten aan moet.
Als we samen richting Roermond rijden doe ik er het zwijgen toe.
Je zegt niks Rini. Ben je moe.
Ik ben kapot ja, en nu wil ik een warm bad.
Later in de avond hoor ik van mijn vrouw en kinderen dat hij mij en mijn mannen een lesje heeft geleerd.
Ik word er zelfs mee gepest.
Fijn dat je dit doet, zei mijn brouw in bed.
Dit is de enige manier, meisje.
Hem afpeigeren tot hij er dood bij neervalt.
Eindelijk kan hij opstaan uit zijn ellende van vroeger.
Dit is het.
Sport.
We ontvingen:
Honderden emotionele reacties van vrienden en vriendinnen
Je leest ze en herleest ze.
Verdwaasd klik je de mails aan.
Je opent de condoleancekaarten thuis.
Je leest maar de inhoud dringt niet tot je je door.
Als ik het later nog eens zal herlezen zal het nooit meer diezelfde lading hebben
Dat diepe gevoel van triestheid en leegheid kunnen oproepen.
Nu nog spelen de woorden een dodendans.
Later telt niet.
Die eerste Elfstedentocht in 1985 heeft hij niet mee mogen rijden..
We vonden hem toen nog te jong
We hadden de Elfstedentocht van 1963 nog voor ogen.
Dat was een barre tocht. Dit konden we Emp niet aandoen.
In onze schaatsvriendenclub zat Ruud, een arts en die kon het weten.
Hij had de tocht van 63 gereden. In Franeker was hij van het ijs gehaald.
Onderkoeld. Toch had hij verder willen gaan. Maar dat wilde iedereen toen
Je moest tegen jezelf in bescherming worden genomen.
Ruud somde de mogelijke gevaren op herhaaldelijk op in bijzijn van Emp: bevroren tenen, handen of ogen . Stom achteraf, want Emp had de tocht fluitend kunnen volbrengen. In 1985 was het prachtig weer. Het zonnetje scheen.
Mijn bewondering voor Emp groeide en groeide. Hij had zijn studie weer goed opgepakt.
Hij wist dat hij bij ondermaats presteren teruggestuurd zou worden naar Oss.
Dit gold als een vaststaand feit.
Geen discussie mogelijk.
Hij ontving ook een maandelijkse toelage van het rijk.
Het overgrote deel ging als spaarpot op de bank, zodat hij naar vier jaar een leuk spaarpotje zou hebben. Iedere maand stortte ik er een mooi bedrag bij.
Hij hield genoeg over voor zijn uitjes en het bekostigen van zijn kleding.
De vriendschap met zijn vader was snel gesloten.
Tjalling was een intelligent heerschap.
Eigenwijs tot in zijn voetzolen, maar aangenaam in conversaties.
Het lukte ons om voor hem een baan als leraar te regel op de school waar Emp onderwijs genoot.
Tjalling had zijn kandidaats economie gehaald in Tilburg, dus niets stond een toelating tot lesgeven in de weg.
Dat lesgeven was niet aan hem besteed. Tjalling kon totaal geen orde houden
Emp leed er niet onder. Hij sprak over zijn vader alsof die in een andere wereld leefde.
Blijkbaar had Emp al jaren eerder afscheid van zijn vader genomen.
Of omgekeerd. Want Tjalling had meer op met de oudste zus van Emp.
Dat was het meisje dat Nederlands had gestudeerd en furore maakte als freelancer journaliste.
Tjalling zat vaak in de kroeg en kreeg een steeds grotere hekel aan domme kinderen die hij in zijn klas had. Ook had hij zijn twijfels over de lesmethodes die hij moest volgen.
Hij doceerde economie op zijn eigen wijze. Hij was een eigengereide kok, die naar believen een gerecht uit zijn hoge hoed tovert.
Het schoolbestuur stelde echter zijn eisen. Tjalling werd ontboden en gesommeerd de juiste lesstof te behandelen. Zo niet, ook goed, maar dan volgde ontslag.
Dat laatste gebeurde, zodat hij na een jaar lesgeven van de bijstand mocht gaan genieten
Is Emp ooit een keer ziek geweest ?
Ik kan me het niet herinneren.
Blessures? Ja, hij kreeg wat last van zijn knie de laatste tijd.
Maar altijd was hij de stoere vent die tegen een stootje kon.
Toch zat hartfalen in de familie. Broer Maarten is ook aan een hartstilstand overleden.
Enkele familieleden hebben hartoperaties moeten ondergaan.
Emp had misschien gewaarschuwd moeten zijn.
Bij ons laatst familie-uitje in zuid Limburg viel op dat hij minder fit was.
Marijn stelde een ochtendloop voor over glooiend Zuid- Limburg.
Ik fietste achter hen aan. Moest lossen op de klimmetjes.
Emp liep de steile bergen op met een rood hoofd.
Het was niet meer de oude Emp van vroeger, zei ik later
Onzin pa,hij liep beresterk die bergen op, zei mijn zoon Marijn.
Na een ochtendwandeling ging hij wat rusten..
Toch schoot de gedachte “Emp wordt oud” weer door mijn hoofd..
Sport had bezit van Emp genomen
Hij schaatste de Elfstedentocht van 1986 uit.
Samen met zijn vriend Henk.
We sliepen bij collega dierenarts Cesar in Leeuwarden.
Ik hoorde bij de groep vroege starters.
Emp mocht later starten, en dat is nooit een voordeel.
Als er als vijftienduizend schaatsers over het gladde ijs zijn gegleden, is er van ijs geen sprake meer.
Het ijs was troef en gleed niet meer.
Scheuren waren onzichtbaar geworden door neergeslagen ijsdeeltjes.
Maar uiteindelijk bereikte ook Emp in het donker de finish. Samen met zijn vriend Henk,de zwartrijder.
Emp had zijn kruisje.
Na al die jaren van tegenspoed of ellende of geef het een naam, was er eindelijk een
pleister op de wonde.
Emp zijn prestatie was groots.
Toch werd deze prestatie overschaduwd door een nare bijkomstigheid.
Emp was voor de tocht van 86 uitgeloot. Ik had een idee en lanceerde een oproep via radio Limburg. Stel je inschrijvingskaart ter beschikking als je zelf niet meereed. Nou die iemand was snel gevonden. Emp kon afreizen naar Leeuwarden.
Maar toen de kruisjes later werden verstuurd was er geen post voor Emp
Natuurlijk, dat kruisje was gestuurd naar de gulle gever van een maand terug.
En desgevraagd was hij niet van plan het kruisje af te staan.
Ten einde raad belde ik hem op met de mededeling dat omroep Limburg van iedere deelnemer een kort interview wilde maken. Zijn naam was ook genoemd.
De man voelde nattigheid en ging alsnog overstag.
Zo zie je dat een leugentje om bestwil zijn vruchten kan afwerpen.
Zijn maat Henk had de tocht ook volbracht, maar een zwartrijder ontvangt geen kruisje.
Beste familie, vrienden en vriendinnen van Emp,
Het is maandagmiddag. De zon straalt over Mare aux Boeufs.
Vanmorgen hebben we de plek bezocht waar Emp zijn rustplaats vond voor enkele dagen.
Die zon dus.
Emp heeft het nu al van bovenaf goed geregeld.
Hopelijk duimt hij ook voor ons bij zijn afscheid.
Dat vindt plaats op 29 november.
U bent welkom vanaf 11.30 uur in het huis van Emp.
Daar kunt u bijkomen van de reis van 350 km vanuit Breda, met een kop koffie en een broodje.
Daarna gaan we naar het kerkje van Condé les Autry, waar de afscheidsceremonie plaats zal vinden. Aanvang rond twee uur. Na afloop gaan we naar het huis van Emp terug voor een onderhoudend samenzijn.
Zondag gaan we een kleine wandeling maken naar de plek in het bos waar we Emp gevonden hebben. Daar willen wij later, met Pinksteren, de as uitstrooien. In besloten kring brengen we Emp maandag naar het crematorium in Chalon.
Roermond betekende school en sporten.
Hij zocht steeds naar nieuwe uitdagingen.
De triatlon dan maar.
4 km zwemmen, 180 fietsen en als slotstuk de marathon van 42 km..
Emp trainde hard. Deed mee aan halve triatlons.
Zijn vader kwam zijn zoon regelmatig aanmoedigen.
Wat was hij trots op zijn zoon.
Al was het dan niet op intellectueel gebied, sport telde voor Tjalling even zwaar mee.
Zeker als het een landelijke wedstrijd betrof.
Emp presteerde matig. Kon ook niet anders. Hij hadden een fiets waarmee hij iedere middeleeuwse wedstrijd zou hebben gewonnen.
Maar in dit wereldje van vernuftheid op gebied van kleding en materiaal
had hij het nakijken.
Hij wilde het ook niet anders.
Zijn fiets as van staal. Zijn voeding bestond uit water en brood.
Alles geïmproviseerd. En wij vonden dat prachtig.
Of hij nu op de 30- ste of 150-ste stek liep, het maakte ons niet uit.
Wij genoten van deze jongen, die zich opwerkte boven de rekstok.
En zich liet zien in alle glorie.
Hier ben ik, hier sta ik.
Zijn vader en wij waren trots.
Vrijdagochtend 22 november
Wederom op weg naar Emp.
Het is niet zo zonnig als vorige week
We gebruiken de lunch met de gezinnen van Marijn en Frieke.
Marijn geeft ons een mooi cadeau: een prachtig portret
Dan naar het crematorium
Fleur en Frieke willen Emp zien.
Saskia trekt het niet
We moeten hier weg.
Emp was geen winnaar. Hij was een duursporter. Een overlever.
Emp zocht de uitdaging.
Samen met Marijn zou hij succesvol de Mont Blanc beklimmen.
En ook nog onvoorbereid.
Later zagen we regelmatig tv beelden van waaghalzen die onbezonnen de tocht naar boven hadden gewaagd.
Marijn heeft er een verslag van gemaakt. Voorgedragen zelfs.
Vrijdag 22 november
Het is donker als we arriveren
De kinderen Lingsma bereiden een maaltijd voor.
Het is warm in huis.
Alles is geregeld.
Morgen is de dag.
Buiten warmt het kampvuur de verkleumde rokenden.
Het wordt nacht. Stilte alom.
Na vier jaar ploeteren haalde Emp zijn MDS diploma. We feliciteerden hem.
We vierden feest. Dat deden we ook voor Saskia die haar atheneum diploma had verworven.
Iedereen was er. Buren en vrienden. En vooral vrienden en vriendinnen van Sas en Emp.
Tjalling was er en zelfs Tineke, de moeder van Emp.
Ze was hier voor het eerst. We praatten met haar. Ze vond het geweldig dat Emp een diploma had behaald.
Hij wil gaan studeren in Amsterdam, zeiden we. Toe maar, moet ze gezegd hebben.
Had ze nog steeds geen vertrouwen in haar zoon?
We hadden eindelijk zijn moeder gezien, gesproken en uitgewuifd. Maar was zij nu echt zijn moeder?
Waren we teveel met onszelf bezig? Wilden we niet zien wat achter die onderkoelde houding schuilging?
Neen we zagen het niet. Dit was ook niet de plek voor diepgaande gesprekken. Nu was het tijd voor een feestje.
Dus werd er gedronken en gedanst.
Iedereen is nog onderweg om negen uur op zaterdagochtend.
We brengen de geluidsinstallatie naar het kerkje.
Terug in huis stromen de gasten het huis binnen.
Om een uur spreek ik de aanwezigen toe.
Hier staan we, direct gaan we lopen naar het kerkje.
Daarna werd het tijd om samen met Piet, onze huispsycholoog, zijn vervolgopleiding te bespreken. Emp had al een studie gekozen. Hij ging naar de school voor bibliotheek en documentatie, een hbo opleiding in Amsterdam. Hij was standvastig in zijn besluit.
Dat is niets voor Emp, vertelden wij iedereen die het maar horen wilde.
Emp was niet te vermurwen. Hij moest en zou deze opleiding gaan volgen.
Je bent een doener, geen denker hield ik hem voor.
De Nederlandse taal was hij niet eens goed machtig.
Aggie Fluitsma zou hem wel helpen, veronderstelde Emp. Ooit had ze Nederlands gestudeerd en was best genegen Emp bij te scholen.
Emp zocht een kamer in Amsterdam. Je komt niet terug voor je iets gevonden hebt, gaven we hem als opdracht mee. Hij maakte het waar. Op een kamertje achter een winkeltje kon hij een bed en een bank neerzetten.
Na zes uur was het stil in de zaak. Geen nood overdag was Emp toch op zijn opleiding.
Lang hield hij het daar niet uit.
Spoedig vond hij bij Aggie een benedenverdieping in de van Marnixsstraat.
Fijn uitzicht op een parkje. Een jaar later kon Saskia er ook wonen toen Aggie vertrok.
Ze hadden het goed geregeld die twee.
Emp studeerde vlijtig en haalde zijn propedeuse.
Dat beschouwde hij niet als een trede hogerop maar meer als een springplank.
Met “ik ga psychologie studeren” viel hij ons huis binnen.
Hij rekende op bijval, maar het tegendeel overviel hem.
Goed ,die richting gaf hij na veel heen en weer gepraat op.
Kwam hij toch weer met een alternatief: dan maar planologie.
Hij wist overal goed de weg te vinden, hij had verstand van stedenbouw, dus wat stond hem in de weg.
En jawel hoor hij schreef zich in als student planologie.
We lopen door velden naar Conde les Autry
Nog honderd meter voor de bocht naar het kerkje
Ik vraag de chauffeur van de auto te stoppen.
De Fransman luistert gewillig
Even later dragen 8 vrienden hun geliefde Emp naar boven
Een laatste steile klim, moeilijk genoeg
Emp zat ook nooit sterk bergop
Planologie duurde slecht een jaar. Hij had hard gewerkt, maar miste een tentamen.
Toch kwam hij gaandeweg toch tot ontdekking dat die studie niet de juiste keuze was geweest. Die studentjes, dat geklets in de ruimte, daar had hij weinig mee.
Of toch? Hij kwam toch uit een intellectueel gezin? Met een slimme vader en een zus die Nederlands studeerde?
Goed hij had een aantal jaren verprutst, maar dat haalde hij toch zo weer in?
Ik had daar een andere kijk op. Zijn brein was in die wilde jaren bezet door wispelturigheid en oppervlakkigheid. Hij had enkele jaren ontwikkeling gemist.
Juist die belangrijke jonge jaren, waarin hij zich liet leiden door testosteron.
We hebben er vaak over gesproken thuis. Met Piet onze huisvriend en Tjalling.
Zijn vader was stellig. Rien bemoei je er niet mee. Emp vind zijn weg wel.
Piet had een andere mening. Emp moet bijgestuurd worden.
Hij vervalt snel in zijn oude laconieke houding van: het lukt me toch wel.
Je bent geen psycholoog Rini, dus laat me, riep Emp steeds.
Ik kom er zelf wel achter. Ik bleef doordrammen.
Nu kun je nog terug naar je hbo opleiding. Heus Emp dat niveau past bij je. “Je grijpt te hoog”, was een uitspraak die ik liever niet in de mond durfde nemen.
Hij luisterde en ging terug naar zijn oude schoolopleiding.
Emp was niet leergierig. Sport interesseerde hem meer. Hij volgde alles van het wielrennen en schaatsen.
Hij ging met ons op vakantie naar Suriname.
Voorbeeldig was hij. Nergens ging hij over de schreef. Geen wilde escapades.
Daar in het oerwoud voelde hij zich thuis. Dwalen en nog eens dwalen.
Via hem vonden we de weg terug. Hij hoefde nooit na te denken.
Kom volg me maar. Die kant op.
Zelfs tijdens onze laatste wandeling in de buurt van het Drielandenpunt wees hij ons de goede richting op. Ik weersprak hem. Hij gaf onder protest toe.
Haalde glimlachend zijn gelijk natuurlijk weer, na kilometers om te hebben gelopen.
Dat oude vervallen kerkje
Onverwarmd, dat ook nog
Dekens liggen in overvloed klaar
Zo wou Emp dat toch?
Scheuren in de muren
Scheuren in ons hart
Een franse kosteres spreekt ons toe
Hij zou gaan fietsen naar de Noordpool. Zo maar op een maandagmorgen stond zijn fiets vol bepakking in de tuin. Hij trof het, het was prachtig weer.
We zwaaiden hem uit. Zou hij ooit nog terugkomen? zo voelde dat.
Alsof hij een duif was die naar verre oorden vloog, waarvan je maar moest afwachten of hij de weg terug wel zou kunnen vinden.
Hij bereikte de pool.
Met twee vrienden gingen we hem tegemoet nabij Trondheim in Noorwegen.
Twee Pieten, de kookpiet en de fietspiet ,die allebei rookten vergezelden mij.
Het plan was om in een week 500 km terug te fietsen naar Oslo.
Die week heb ik Emp goed leren kennen.
Er ontstonden irritaties onder de oudere heren. Emp hield zich afzijdig en ging zijn eigen gang.
Hij mopperde niet over kou of regen.
Emp was de rust zelve en wees ons de weg. Letterlijk en figuurlijk.
Hij moest lachen om de mannen die bij regelmaat een sigaretje wilde opstekenen.
Hij moest lachen om de verbetenheid van Rini, die hoe dan ook Oslo per fiets wilde bereiken. Het regende veel die week. Doornat waren we.
Kookpiet brouwde mengsels die geen hond wou opvreten. Ook dat leverde irritaties op.
Ik had makkelijk praten. Een biertje kostte 10 gulden. En de beide pieten stonden op rantsoen wat uitgaven betreft.
Oslo werd bereikt. Per auto in de nachtelijke uren. Op de vertrekhaven van de Ferry was het uitgestorven stil. De boot was drie uur eerder vertrokken.
Dat komt er van merkte Emp op. Je druk maken over het fietsen en vergeten te kijken wanneer de boot vertrekt. Alles op zijn tijd Rini.
Emp nam de tijd. Bereidde zijn plannen goed voor. Wist wat hij deed. Nam ogenschijnlijk risico’s, maar had alles onder controle.
Ook de weg wist hij, als een hond, wees hij ons de juiste richting.
Emp had duidelijk inbreng in ons gezin.
Hij paste precies in het rijtje.
Emp als oudste had al snel een bepaald overwicht over de drie kinderen onder hem.
Het werd als normaal ervaren. Niemand kwam in opstand tegen deze vreemde jongen die uit het niets was binnengevallen.
Onze problemen werden ook met hem besproken.
Altijd had hij een bijzondere verfrissende kijk op allerlei zaken.
Hij temperde mij vaak in mijn soms abrupte beslissingen.
Denk nog eens goed na, Rini.
Soms riep hij zelfs: Rini stop.
En dan stond ik weer met beide benen op de grond.
Vooral mijn negatieve uitlatingen over bepaalde mensen wilde hij gecorrigeerd zien. Bijgesteld op zijn minst. Jij hebt niet alle wijsheid in pacht, riep hij vaak.
En zo was het ook.
De toespraken in het kerkje
Teun, Saskia, Frederieke, Rini, Hendrik, Tjitske, Gijs, Kleine Teun, Marijn, Bas.
Lief, grappig en Emp waardig.
De kou deerde niet.
Kreeg geen vat.
Meer dan 2 uur luisteren.
Muziek van Herman Brood en Eric Clapton.
Niet te vergeten: “Laat me” van de band Allerliefste met Ramses en Liesbeth.
Emp verbindt, dat ervaren we hier
We voelen ons door hem verbonden met elkaar
Hij woonde naast zijn geliefde Lucienne.
Om het leven wat aangenamer te maken en waarom ook niet, sloeg hij een gat in de muur, legde er een ijzeren balk boven en de verbinding met de andere woning was gemaakt.
Daar woonde zij, Lucienne.
Er werd een slaapkamer getimmerd.
De verkering had zogezegd vaste vormen aangenomen.
Maar na nieuwjaar hield Emp het wel voor gezien.
Met Joost zijn vaste vriend metselde hij het gat in de muur weer dicht.
Daar stond ze. Hopeloos verdrietig. Belde mij op: er is iets ergs gebeurd.
Wat vroeg ik? Ze zijn de muur dicht aan het metselen.
Emp ben ik kwijt. Hij is voorgoed verdwenen achter de muur.
Emp ging aan het werk. Kreeg een baan bij Artsen zonder Grenzen.
Zelfs nog uitgezonden naar Liberia.
Emp leefde niet volgens de regels.
Hij verliet de compound en ging op bezoek bij de inlanders.
Dat kwam hem op een reprimande te staan.
Hij beloofde beterschap en mocht nog twee maanden blijven.
Hij deed zijn best, paste zich aan en scoorde.
Emp was een aardige kerel, maar hij was niet te managen. Bas, zijn goede vriend kwam met die mededeling op het afscheid van Emp.
Ook een aantal mensen van artsen zonder grenzen was op zijn begrafenis.
Toch een teken van erkenning en waardering, na zoveel jaren.
Emp had goede ideeën. Ook voor deze organisatie. Maar het op papier zetten, ze effectueren lukte niet. Hij had niet de basiseducatie om op het hoogste niveau met de managers te communiceren.
Al die lui blijven hangen in obligate praat, vond Emp. Emp was meer direct gericht op versimpeling. Hij streefde een direct doel na. Kom daar maar eens om bij heren die op het pluche zitten en niet op verandering zitten te wachten.
Daarom wilde en moest hij daar weg.
Emp belde me regelmatig op.
Kijk je ook? Mooie bergetappe Rini.
Ja Emp, heb het gezien: Boogerd, zit sterk.
Hij gaat winnen vandaag.
Hij gaat dat niet winnen, Rini.
Hij is niet slim genoeg. Die twee Fransen laten hem begaan.
Je hebt ongelijk, Emp.
Je zult het strakjes zien, Rini.
Hij gaat het niet halen.
En weer kreeg Emp gelijk.
Te voet terug naar zijn huis.
Het donkert.
Samen aan de maaltijd.
Buiten brandt het vuur.
Er wordt afscheid genomen.
Het is nog ver naar Nederland
Een groot aantal blijft slapen
Morgen met de groep naar de vallei
Marijn raadde Emp aan een cursus marketing te gaan volgen. Dat vergrootte zijn mogelijkheden.
Emp volgde dat advies op en slaagde met vlag en wimpel voor zo’n cursus.
Dat gaf hem de mogelijkheid zijn vleugels uit te spreiden.
Hij solliciteerde bij een marketingbureau en werd aangenomen.
Hij kreeg naar zijn zeggen een vorstelijk salaris.
Genoeg om naar de bank te stappen voor een hypotheek.
Een hypotheek zo plots? Ja Emp wilde een boot kopen.
De bank gaf hem het jawoord en het schip Mathilde werd gekocht.
Weer had hij zijn gevoel van vrijheid terug.
De baan in Haarlem beviel hem niet. Na enkele maanden nam hij ontslag.
En als hij dat zelf niet had gedaan, had hij het waarschijnlijk gekregen.
Maar het positief effect van de studie marketing was de uiteindelijke grote stap naar onafhankelijkheid te kunnen zetten.
Hij had een schip en niemand pakte hem dat meer af.
Jarenlang hield hij op zijn boot een open podium.
Vrienden droegen gedichten voor of zongen een lied.
Maar er werd ook gedronken.
Koud was het ook op het schip.
De kachel brandde in de winter, maar behaaglijk was het nooit.
Met een fietsvriend uit Limburg hebben we zijn boot geschilderd.
De vriend wilde geen cent, maar in ruil voor bewezen diensten moest Emp hem rondleiden over de walletjes.
De zogenaamde vriend klampte een hoertje aan en dong af op de prijs.
Eenmaal een concreet aanbod verkregen wees hij naar mij met de opmerking zo Rien ik heb het voor je geregeld. Je kan naar binnen.
Het is zondag 24 november.
Iedereen is er.
Waar sliep men?
Niemand die het precies weet.
Van Voiziers tot Saint Menehould..
Tineke bij madame Police
Saskia en Tjitske bij Marien
Rien en Nel in hun camper.
Emp nam maar al te gemakkelijk afscheid van zijn geliefdes.
Hij bracht ieder jaar een nieuwe vriendin mee naar ons kerstfeest.
Soms met een vrouw alleen, soms vergezeld van een of meerdere kinderen. Met een
“gezellig toch” viel hij ons huis binnen met zijn aanhang die vaak onbekend voor ons was.
Natuurlijk wij ontvingen hem met open armen, maar die wisseling van namen en gezichten konden we niet meer bijbenen.
Pas als je een vaste relatie hebt opgebouwd ben je welkom met die nieuwe vriendin op onze kerstdis, was de uiteindelijke conclusie onzerzijds.
Emp kon er wel om lachen. Hij had er geen moeite mee. Nam het ons ook niet kwalijk.
Saskia en Frieke hebben hem ooit een keer de les gelezen.
Weer had hij een nieuwe vriendin, eentje in de buurt van Drimmelen.
Ze was voorbij ons huis gelopen en had een praatje met ons ons gemaakt.
Zoals gewoonlijk zitten we in de zomermaanden graag voor het huis op een bankje te genieten van de schoonheid van onze gracht en de voorbijgangers.
Een praatje is gauw gemaakt. En Emp deed gretig mee.
Esmee passeerde en Emp sloeg haar in het voorbijgaan aan de haak.
Ze drong zich aan hem op wat Emp niet zo zinde.
Maar om nou na een maand een eind te maken aan die relatie was teveel gevraagd.
Eenmaal terug in Frankrijk was hij alleen. Dus een tussendoortje sloeg Emp zelden af.
Tot Sas en Friek wezen hem op het grote verdriet dat hij die verliefde vrouwen aandeed door abrupt de verhouding te verbreken.
Hij heeft die keer geluisterd. Hij heeft Esmee verteld dat hun relatie geen toekomst had.
Althans dat heeft hij mij later medegedeeld met alweer die glimlach op zijn gezicht.
Wanneer moet ik je geloven, dacht ik voor de duizendste keer.
Dan dronk hij een wijntje met me, keken naar studio voetbal of een wielerkoers op tv en ging naar bed.
De achterdeur lieten we open. Immers vroeg in de morgen stond hij op, nam een broodje en ging hardlopen, de laatste tijd samen met zijn hond.
Voor de tweede keer naar de vallei.
Een mooie maar moeilijke wandeling
We rapen stenen uit een stromend beekje
Maken er een grafheuveltje van
Iemand kerft een hartje in een boom
We zien de sporen van de mountainbike
De laatste voetstappen van Emp.
Zullen we zingen?
Hand in hand staan we rond deze heilige plek
Nyncke zingt
De vogels zwijgen
Dan naar huis.
De auto’s gestart
Nog een lange weg te gaan.
Naar Amsterdam, Brussel, Groningen en..Barcelona..
Henk was zijn trouwe fiets en schaatsvriend.
Emp keek tegen Henk op. Een slimme vent die Henk, zo zei hij me vaak.
En hij heeft een nog slimmere vrouw. En die kinderen?
Slim jongen en ze kunnen alles wat ze aanpakken.
Bewondering alom, die eigenlijk ook een zeker afstand betekende.
De dood van Tjalling wierp een schaduw op het functioneren van Emp.
Bij de crematie kwam hij gewoon te laat.
O, wat was ik boos.
Een aantal vrienden van Emp en van zijn vader waren naar de plechtigheid gekomen om hem te condoleren met het verlies van zijn vader.
Emp zat niet sterk, zei Maartje later.
We hadden ook nog pech met de auto onderweg naar de crematie.
Emp liet zich daarna een tijd lang niet meer zien in huize Rasenberg.
Hoe bestond het?
Waar bleef er over van al onze inspanningen om hem naar ons idee de goede richting op te sturen? Was alles voor niets geweest?
Onbegrijpelijk.
Hij wilde los van ons, liet hij zich ontvallen aan vrienden.
Dat gaf stof tot nadenken.
Wat wilde hij hiermee bereiken?
Laten zien dat hij zelf zijn weg goed kon bepalen?
Nou, die escape rond vaders dood beloofde niet veel goeds voor de toekomst.
Natuurlijk, we hadden hem gestuurd richting zekerheid, eerlijkheid en betrouwbaarheid.
Nog steeds had ik het gevoel dat ik hem bij de hand moest nemen om op het rechte pad te blijven. Zolang hij geen vaste voet onder de grond van zijn bestaan had gevonden bleef hij wankelen tussen meer en minder, tussen aanpassen en dwars liggen.
In al die jaren dacht ik vaak: Emp is een goedgelovige jongen.
Er steekt geen kwaad in.
Onzinnige gedachte vond ik toen.
Emp voelde zich vaak alleen
Zeker in Amsterdam
Wat had hij daar nog te zoeken, nadat bijna al zijn vrienden uit de stad waren verdwenen?
Zo’n stad wordt leeg en hard.
Emp voorvoelde dat de crisis niet langer uit kon blijven.
Hij walgde van de jaren van hoogtij.
Dat hij zich moest conformeren.
In een drieledig pak rondlopen wilde hij niet.
Hij schaarde zich ook niet rond de yuppies die iedere vrijdagavond zich rond de Amsterdamse uitgaanscentra verenigden en zich tegoed deden aan het bier.
Hij zocht de eenvoud. Het platteland met zijn robuuste bewoners.
Mag ik het woord? Vraagt moeder Tineke na de begrafenis.
Ik wil de familie Rasenberg bedanken.
Ons is het niet gelukt Emp op het goede spoor te zetten.
Hij wou niet meer naar school.
Dat is jullie wel gelukt.
Dank daarvoor.
Ik ga de boot verkopen, Rini.
Het klonk als een bevestiging van zijn voornemen maar tegelijk zat er een vraagteken achter die zin.
Zo,zo Emp.
Ja wat vind je ervan Rini?
Als je iets anders op jet oog hebt, kan het nooit kwaad.
Je levenslang slijten op dat schip is ook geen goed vooruitzicht.
Je mag twee woonlagen op een betonnen casco bouwen en dat geld heb ik niet.
We hebben samen alle scenario’s besproken.
Maar zijn visie bleek achteraf de beste.
Gewoon verkopen en op zoek naar iets anders.
De verkoop lukte wonderwel.
Emp had een mooi winst geboekt met de verkoop van zijn Mathilde.
Maar wat nu?
Hij vond onderdak in Weesp.
Daar woonde ook Midas Dekkers.
Was dat het enige lichtpuntje?
Dat was het ook inderdaad.
Emp was werkeloos op dat moment.
Artsen zonder grenzen was niet zijn einddoel.
Wat nu ?vroeg hij zich af. Hij solliciteerde en werd
verantwoordelijk voor de verhuur van bootjes ergens in Friesland.
Daar was hij snel op uitgekeken.
Hij had zich een nadere bedrijfsvoering voorgesteld.
En zijn stempel mocht hij er niet op drukken.
Dus kapte hij er snel mee.
Wat nu Emp?
Ik heb geld om een camping te kopen, Rini. Dat is altijd nog een wens van me.
Thuis zetten wij alle stekels op die we voorradig hadden.
Hij ontweek ons.
Ging uiteindelijk toch zijn eigen gang.
Mag dat ook als je tegen de veertig loopt?
Maar voor je het weet is al je goed verdiende geld op Emp, was mijn laatste raadgeving.
Een vermaning die ik hem toebedeelde toen hij onverricht ter zake naar Frankrijk vertrok.
Maartje was een van zijn eerste geliefden in Amsterdam.
Wat was ik verliefd op die jongen, vertelde ze mij.
Maar hij wilde zich toen al niet binden.
Hij hield van me zei hij maar plots maakte hij een einde aan onze relatie
Ik zal Emp nooit vergeten.
Fietsen in Frankrijk , met vier fietsvrienden. Emp ook mee natuurlijk.
Een aanhanger achter de Pajero en karren maar, 500 km zuidwaarts.
Later deden we dat met onze buscamper.
Twee mannen sliepen in de bus, twee in een tent.
De plek deed er niet toe. Ergens in een bosrand of verscholen in een wei.
Ieder op zijn beurt reed 20 km achter de fietsers aan. Rini zat het vaakst achter het stuur. Bergop was niet zijn sterkste kant.
Groter gelukzaligheid dan fietsen in Frankrijk over verlaten wegen is niet denkbaar.
Tijd om te rusten was er niet. Voort moest het tot de afgesproken afstand was overbrugd.
Emp zat zoals altijd sterk. Ze hielden wel rekening met rini als er vals plat gereden in het parcours zat.
Tegen 5 uur werd er gefinisht.
Eindelijk tijd voor een biertje.
De tent werd opgezet en Emp bereidde een simpele maaltijd voor in de camper.
Uit gaan eten deden we niet. Luxe veroorloofden we ons niet.
Het moest hard en vooral goedkoop zijn.
Na het diner even het stadje in.
Rini speelde al wandelend op zijn ukelele en Emp spiedde in het rond.
Jawel hoor twee meiden liepen al achter hem aan.
Ze gingen een kroeg binnen.
Wij , oudere heren, liepen gewoon door onwetend van Emp zijn plannen.
Eenmaal thuis aan de koffie was Emp verdwenen.
Zoek?
We gingen slapen. Zonder Emp.
Toen ik in de vroege ochtend wakker werd en naar buiten keek ,zag ik Emp met een meisje
Lopen. Waar hadden zij de nacht doorgebracht?
Moe van het nachtbraken keerde hij terug en dook doodop bed in.
Wij maakten ons na het ontbijt gereed om te gaan fietsen.
Deze keer zonder Emp.
We legden een briefje neer , met de vraag of hij naar het volgende einddoel wil rijden met de bus.
Dat was 90 km verderop.
Na twintig km gebeurde het: rini viel van zijn fiets en breekt zijn sleutelbeen?
Wij fietsten hier vaak in de buurt, vertelt Herma een van zijn vroeger geliefdes.
Emp fietste graag. Hij had het liefst omgang met vrouwen met een racefiets.
Ik fietste veel in die tijd.
Ik zat heel sterk bergop. Emp kon mij maar met moeite volgen op een steile helling.Emp zocht en vond de mooiste plekjes in de omgeving.
Wij hadden ook onze favoriet plek hier in de bossen rond Mare aux Bouefs
Maar op deze bijzondere plek waren wij samen nooit.
Emp mocht uitslapen na die nachtelijke ontspanning.
Het zonnetje scheen. Laat Emp maar rijden in de bus, wij genieten lekker op de fiets.
Maar niet voor lang.
Na 20 km reden we in een afdaling
Mijn voorganger Herman kreeg een klapband.
Ik moest uitwijken al rijdend achter hem
Daar was de bocht al.
Ik belandde in de berm vol grint.
Op dat moment kwam er een oude truck hortend en stotend de bocht om.
Ik viel stond op en voelde aan mijn sleutelbeen.
Foute boel constateerde ik.
Twintig meter verder stond de chauffeur van de truck verbaasd te kijken.
Hij zag mij in de greppel liggen.
Ik liep op hem af. Zei dat de andere twee gezond en wel verderop op mij stonden te wachten.
De man hief zijn handen ten hemel.
Hij dacht dat hij twee mensen had doodgereden
Op naar een dokter, die me verwees naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.
Waar was Emp?
Nog 70 km verder, zoals afgesproken
Piet moest erheen.
Om 5 uur in de middag meldden Emp en Piet zich in het ziekenhuis.
Daar werd overwogen of ik geopereerd zou moeten worden.
Ze hebben er vanaf gezien.
Nog steeds loop ik met een afgezakte schouder door het leven. Het gewricht was ontzet en is nooit meer op de juiste plek teruggebracht.
Met een sleutelbeenbreuk ben je blijkbaar beter af dan met het gewricht uit de kom.
Toch kwam hij steeds met goede alternatieven op de proppen.
Misschien een postbestelroute opzetten per fiets.
Dat leek hem wel wat. Lyon leek hem een geschikte stad om het te gaan opzetten.
Achteraf bleek dat ook in Lyon lieden rondliepen met dezelfde plannen.
Uiteindelijk werd het werken op een camping.
Hij werkte er samen met twee Russische meiden van rond twintig.
Om aan de kost te komen maakte Emp er ook toiletten schoon.
Ik moest toch iets? Rini.
Jazeker Emp
Maar je bent veertig.
Werk is werk, Rini. Jij hebt ook vaak in de stront gestaan als dierenarts.
Moest ik hem ongelijk geven?
Emp pakte aan, wat er zich ook voordeed. Desnoods toiletten schoonmaken.
Maar of hij er zo gelukkig onder was?
Ik had een voorstel.
Zet die camping plannen uit je hoofd. Zeker zonder partner ben je kansloos.
Ga klussen, je kunt goed met je handen werken.
Ga iets doen, waarin je sterk in bent.
Ik geef je een microkrediet van 5000 euro
Ga naar Frankrijk en probeer een plek te zoeken waar je aan de slag kan.
Het werd Toulouse.
Hij huurde een kamer en moest vooruit betalen.
Hij kon bij een Nederlandse aannemer gaan werken om appartementen te bouwen in een bestaand complex. En dat voor kost en inwoning.
Emp wilde dat niet.
Hij zwierf liever op zijn manier maanden door zuid Frankrijk
Met kerst kwam bij platzak terug.
Zijn 5000 euro waren er door gedraaid.
Verloren zat hij aan de kerstdis. Geen schim meer van de Emp van voorheen.
Opstandig was hij. Slecht gekleed en onverzorgd was hij. Niet des Emps
Dit is het niet he, sprak ik hem vermanend toe.
Die 5000 euro betaal je netjes terug.
En dat deed hij.
Hij mopperde niet. Hij had gelukkig nog voldoende geld op de bank .
Thuis
Buren melden zich
Medeleven alom
Vanuit Roermond de mailtjes en telefoontjes
Nel uren aan de telefoon
Op tafel staan drie brandende kaarsen
De foto van een lachende Emp trekt de aandacht
Blij hem zo te zien
Emp het wordt tijd voor een ernstig gesprek.
Je hebt geld op de bank staan. Ga er iets mee doen. Over twee jaar is het geslonken tot ..zeg het maar. Het zal opgaan aan niemendalletjes. Je gaat een andere auto kopen want daar ben je wel aan toe, maak je je zelf wijs. Je gaat gemakzuchtiger met je geld om. Dat is menselijk.
Niks vreemds aan. Dus investeer.
Emp heeft geluisterd deze keer. Misschien hebben anderen dat zelfde advies gegeven.
Hij wilde naar Frankrijk . Zoek een plek uit waar je wilt gaan wonen en kansen ziet.
Wonen… hoor je. Je vestigen en van daaruit gaan werken.
Dat campingidee had hij gelukkig tot stof laten verwaaien.
Hij ging op zoek naar een huis.
En hij vond een huis. Nee, een boerderij. In Mare aux Boeufs.
We gingen erheen en vonden het een goede koop.
Koop het bos er meteen maar bij.
Dat deed hij. Nu was hij gelukkig.
Hij bleef Nederlander en schreef zich in als inwoner van Drimmelen.
Adres Herengracht 20. Een naam voor zijn nieuwe bedrijf had hij snel gevonden.
Buitenzaak.
Emp was overal voor in.
In het hart van de Biesbosch had ik een vertelverhalenfestival georganiseerd
Het waren vier korte toneelstukjes voor kinderen, waarin een verteller het verhaal vertelde en de spelers dat moesten uitbeelden.
Een hoofdrolspeler meldde zich af. Geen probleem. Emp zat ook op de boot en zou die rol wel overnemen. Dat deed hij met verve. Hij oogstte veel applaus en zelf was hij het meest verbaasd dat hij ook talent had voor voordrachtkunst en improvisatie.
Emp was een pracht vent schrijft Henk Zijlmans.
Emp verfde de rietaak de Drie Gezusters, die Henk had gerestaureerd.
De rietaak was ook onderdeel van een groot podium op het water.
Een week lang heeft Emp met dorpelingen aan het decor en het podium gewerkt.
Hij speelde zelfs nog onverwacht een klein rolletje als drenkeling in de musical, die we drie avonden opvoerden.
Dorpelingen herinnerden Emp als een vlotte toegankelijke open vent.
Misschien had ik toch wat meer onderzoek moeten laten doen zei Huib, zijn huisarts.
Hij had een hoog cholesterolgehalte in zijn bloed.
Toch slikte hij braaf zijn pillen. In oktober heeft hij nog een recept opgehaald .
Klopt. In de kast vond ik de doosjes pillen die Huib hem had voorgeschreven.
Plotseling kwam Emp thuis met een hond. Dat was maar later bleek een hoofdstuk apart in het leven van Emp.
Ik zag het beest en had direct mijn diagnose gesteld.
Een bijzonder exemplaar, een ongeremd projectiel.
Had ie uit een asiel gehaald. Het beest was gevonden op het platteland van Spanje en uit medelijden meegenomen naar Nederland. De bedoeling was goed geweest, maar de hond was onhandelbaar.
Ook Emp had net als de goedwillende vorige eigenaars het beest niet onder controle.
Met lieve woordjes probeerde hij het beest tot rust te manen. Vergeefse moeite, bleek al gauw.
Voor hij ons huis binnen stapte met zijn hond, was die al de gracht ingesprongen om een kat te grazen te nemen. Wat restte was een forse wond in het gezicht van zijn lieve beest.
Niet erg zei Emp laconiek. Het is een hond he. Hij heeft het niet zo op katten.
Het beest zwierf door onze kamer een spoor van vies grachtenwater achterlatend.
Toe Rini doe niet zo flauw, je bent toch honden gewend.
Ja, ja Emp. Maar waar is je mand? Moet dat dan?
Ja, Emp als je bij mensen op bezoek gaat hoort hij of in je auto of in een mand.
Hij moet zijn plaats weten . Nu kruipt hij met zijn natte vacht op de bank.
Ik heb wel een mand voor je. Achter in het schuurtje staat er nog eentje.
Goed, die pak ik morgen wel, was zijn ontwijkend antwoord.
En weer joeg hij mij op de kast. Waarom pak je die nu niet even Emp?
Toe Rini drink en glas wijn met me en vergeet die hond.
Die hond past hier niet Emp, bleef ik herhalen.
Hij was gelukkig daar in Spanje , hier raakt hij volledig gefrustreerd
Waarom luistert hij niet naar mij? vroeg ik aan mijn vrouw.
Meer dan dertig jaar praktiserend dierenarts geweest en nu volgt die jongen eerder de adviezen op van zijn zus of god weet wie.
Maar ik zou mijn zin krijgen, hoe dan ook. Die hond moest terug naar het asiel.
Liefst vandaag nog.
De volgende ochtend was Emp met zijn lieve hond op bezoek gegaan bij zijn geliefde Esmee in een dorpje verderop.
Esmee had twee jongen hangbuikvarkentjes gekocht.
Al spoedig keerde Emp huiswaarts.
Kreeg je geen koffie?
Nee, er is iets vreselijks gebeurd zei hij glimlachend.
De hond heeft bijna een varkentje doodgebeten.
Hij zei niet: mijn hond maar de hond.
Hij had blijkbaar al afstand genomen van het beest.
Ik heb het arme dier nog net uit de bek van mijn hond kunnen bevrijden
En het andere varken?
Dat was weggerend met de hond achter haar aan. Hijgend kwam het beest later terug met bloed aan zijn bek. Esmee is het diertje al schreeuwend gaan zoeken.
Ik ben maar weggegaan . Ik hoop maar dat ze haar varkentje nog heelhuids terugvindt.
Maar ik heb zo mijn twijfels.
Esmee kwam later die dag koffie drinken. Dat was wel nodig vond ze
Wijselijk heeft Emp het asiel gebeld en de hond teruggebracht.
Het moet dan maar zei hij met tranen in de ogen.
Na iedere vakantie in Frankrijk gingen we bij Emp op bezoek.
We zagen steeds vooruitgang in de verbouwing van zijn huis.
Eerst zorgde hij voor een aanvaardbaar toilet.
Je behoefte deed je in de stal, waar ooit het vee stond.
Alles hoopte zich op in de put, die eens per jaar geledigd moest worden.
Het doortrekken was hier niet van toepassing .
Je moest een water gaan halen uit de slang die buiten lag.
Als je geluk had vulde de emmer zich, maar vaak sloeg de pomp af.
Dan moest je aan een handel trekken en maar hopen dat er weer water uit de slang kwam.
Ooit zou hij het systeem veranderen en is ook gebeurd.
Ooit.
De douche had hij buitenshuis Aanvankelijk stond je daar in de tochtige kou, maar
Op veler verzoek heeft hij er een verwarmingselement geplaatst .
Dat gaf enig comfortabel gevoel.
Al met al was het verblijf bij Emp een kwestie van overleven.
Het slapen was al even onwennig als ongemakkelijk.
Hoe moest je je weg naar de toilet vinden in het nachtelijk uur.?
Bovenlangs met het gevaar ergens door de vloer te donderen?.,
Het hoort er allemaal bij Rini, zei Emp dan. Je weet wat je te wachten staat hier.
Deze leefwijze leverde een duidelijke selectie op in het soort bezoekers.
Mensen doe van luxe hielden hadden hier niets te zoeken.
Pas op Gijs overal liggen boren, hamers en schroevendraaiers.
Hebben we al gezien pa.
De vorige keer was het ook al zo.
Wij willen hier graag slapen hoor.
Is het niet te koud jongens? vraag ik
Ze zijn gehard pa, antwoordt Marijn.
Deze beproeving hebben al een keer doorstaan.
Dit doen ze uit respect voor Emp.
Daar liggen ze, Gijs en Teun in het huis van Emp
Waarschijnlijk voor het laatst, denk ik
Hoe anders was het drie maanden geleden.
Ik was met Gijs(10) en Teun(8) op weg naar Emp.
Dat wordt afzien jongens
Niet erg opa. Wij kunnen wel tegen een stootje.
Emp stond buiten al te wachten. Het was mooi weer, wat wilden we nog meer.
Er zouden een aantal dagen vol spanning en ongecompliceerd plezier volgen.
Gewoon ontspannen.
Het was de sfeer die Emp creëerde waarin de kinderen zich volkomen thuis voelden.
Toppunt was de trek door het riviertje dat dwars door de streek kronkelt.
Soms ondiep dan weer onpeilbaar diep. Vaak lopen, soms zwemmend.
Emp als expeditieleider, Teun en Gijs als de slaven in het midden en Rini als oorlogsverslaggever met zijn mobiel in de hand.
De kinderen keken vaak om met de vraag: he oorlogsverslaggever heb je je mobiel nog?
Het kon niet uitblijven. Een plotselinge uitglijder was de oorzaak van het verlies van mijn mobieltje.
Ik voelde met mijn voet de bodem af, maar zonder resultaat. Emp kwam naderbij. Waar is ie ongeveer gevallen? Ik wees hem ongeveer de plek. Emp voelde en had snel beet.
Pak hem maar Rini.
Ik dook naar beneden maar de sterke stroom voerde me mee.
Pak mijn been vast en voel onder mijn voet, gebood Emp.
Dat was de aanpak van Emp, met direct resultaat.
Geen paniek Rini. Je rust bewaren. Zo kon ik het kleinood veilig aan de oppervlakte brengen.
Thuis googleden we hoe we verder moesten handelen met de natte mobiel.
In de rijst leggen was het advies.
Na een dag zei Emp: kom jongens we gaan kijken of ie het weer doet.
Volgens de voorschriften moesten we nog 24 uur wachten.
Doen we niet mompelde Emp. Hij klikte het toestel aan en jawel hij deed het.
Typisch Emp. De durfal en geluksvogel. Altijd weer.
Bij Emp bij Emp is het fijn en gezellig
Fijn om hier te zijn.
Emp had allerlei plannen met zijn huis.
Hij zou muren uitbreken. Hij wilde overal de zon in huis. Een blik ook op de omgeving.
Hij wilde niet vanuit die beklemmende keuken naar de koeien in de wei staren.
Alles moest wijds.
Rini sputterde tegen. Maar Emp beukte muren omver en maakte de benedenverdieping tot een grote ruimte.
En zo bleef het stof zijn leven beheersen. Altijd hopen stenen en stof.
Als je de muren gaat stukadoren en je brengt er een laag verf op, ben je van al dat stof bevrijd, raadde Marijn Emp aan.
Herhaal dat advies niet, waarschuwde ik mijn zoon, want dan gooit hij zijn kont tegen de krib. Emp mocht je een advies geven, maar geen dwingend advies. En je moest het bij die ene keer laten.
We waren met zeer velen op zijn afscheid. Alle vrienden uit verleden en heden gave acte de presence. Het kostte blijkbaar geen moeite om de grote afstand te overbruggen.
Kinderoppas werd geregeld, afspraken werden afgezegd.
We moesten en zouden erbij zijn. Joost kwam uit Barcelona. Emp was ooit zijn maatje in Amsterdam. Met Henk had ik lage telefoongesprekken. Ik wil spreken hoor, geef het door!
Er werd gehuild en gelachen. Iedereen zag de goede kanten van de man die ons was ontvallen.
Geliefden die hij had laten vallen vergaven hem.
We kwamen niet uitgepraat over het fenomeen Emp
Respect Emp, leer dat nou eens.
En weer had ik woorden met hem.
Houd ook rekening met je eigen gezondheid.
Hoezo Rini?
Dat stof hier in je woning.
Dat kan nu eenmaal niet anders. Altijd ben ik bezig met zagen, boren en muren slechten
Geen wonder dat er stof in huis ligt. Dat houd je niet tegen.
Ik moet er in leven. Jij niet.
Ik ben tien minuten binnen Emp en ik hoest als een gek.
Saskia heeft er last van. Frederieke en anderen klagen er ook over.
Als je bezoek krijgt moet je zorgen dat je tenminste de vloeren stofvrij hebt gemaakt.
Het is ook niet gezond voor jou Emp, onthoudt dat.
Ik snap niet waar jij je druk over maakt Rini.
Goed ik zwijg er over, maar wees niet boos wanneer ik strakjes de dweil over de vloer haal.
Ziet er wel wat schoner en frisser uit, zei hij de volgende ochtend aan het ontbijt.
Met weer die glimlach om zijn mond.
Hij nam me voor de zoveelste keer niet serieus.
Wat een mooi ruimte hier. En lekker warm ook. Een efficiënte kachel zeg, die veel warmte geeft.
Mooi geverfd ook. Ja , hij zou met Pinksteren al zijn vrienden uitnodigen voor zijn 50 ste verjaardag.
De benedenverdieping is op enig schilderwerk klaar.
Jammer dat hij dit niet meer mocht meemaken. Wij staan hier met pakweg 100 man in zijn ruimte. En we genieten van het huis en de omgeving. Hier had hij zijn stekkie klaarblijkelijk gevonden.
Mensen de tafels staan vol etenswaren. Tast toe. Straks om half twee gaan we naar de kerk voor de afscheidsceremonie.
Nog stromen vrienden toe. Een groot aantal staat buiten bij het kampvuur.
We houden het vuur warm zolang Emp nog onder ons is.
Emp had rare ideeën. Vaak wel de juiste.
Op zijn land had een boer koolzaad staan.
Emp had uitgezocht dat wanneer de boer de koolzaad zou oogsten, hij het recht zou behouden om de volgende jaren weer gebruik te maken van dat stuk grond van Emp.
Hoe loste hij dit probleem op? Rigoureus.
Met zijn Volvo reed hij het veld koolzaad op zijn terrein plat.
De Franse buren waren verbaasd.
Dit was de enige oplossing vertelde Emp mij bij een glas wijn
En weer die glimlach om zijn mond.
Ja, Emp ik weet het nu wel.
Henk Steenhuis fiets-en schaatsvriend.
Jammer dat ik Emp de laatste jaren weinig meer zag.
Ik had behoefte aan zijn gezelschap. Ik wilde bevriend met hem blijven.
Samen sportend door het leven. Nog een keer de Elfstedentocht rijden.
Jammer dat er een soort verwijdering ontstond. Ik vroeg hem vaker langs te komen. Maar helaas, dat gebeurde niet.
Ja vlak voor zijn dood hadden we nog contact. We hoefden niet meer te loten om deel te kunnen nemen aan de Elfstedentocht.
We gaan toch Emp?
Ja antwoordde hij maar je moet niet zo hard meer gaan. Ik word al een oude man.
Van die opmerking stond ik versteld. Dat paset niet in het denkpatroon van Emp, die nooit opgaf. Was het een voorteken?
Emp bracht weer een nieuw exemplaar hond mee.
Een lieve hond deze keer, maar zeer gericht op zijn baasje.
Het baasje bezwoer dat hij deze keer goed gekozen had.
De hond ,Casine ,heet hij is een trouw beest, zei hij met nadruk.
Emp nam plats op de bank en zijn hond nestelde zich aan zijn voeten.
Ik voorzag niet veel goeds. De hond waakte over Emp
Emp prevelde lieve woordjes, speelde ongewild en onbewust een onderdanige rol.
De kaarten waren geschud. Niet Emp, maar Casine was de baas.
Het kon niet uitblijven. De catastrofe diende zich aan.
Toen Nel vol liefde de hond wilde aanraken hapte hij toe. Nog net op tijd wist nel haar gezicht af te wenden. Casine gromde nog even na.
Ja daar zaten we dan.
Wederom moest ik Emp er op attent maken dat hij de baas moet zijn over zijn hond.
Wij hier, jij daar. En zeker als er bezoek komt. Wijs hem naar zijn plek.: zijn mand.
De hond wil houvast. Geef hem dat.
Simpel uitgelegd, maar tegen dovemans oren gesproken. ,
Emp kon niet hard Ijn tegen zijn maatje, die hij als zijn gelijke behandelde.
Natuurlijk in Frankrijk was hij voor 99,9 procent alleen met zijn Casine.
En nu in Drimmelen moet hij hem afstraffend behandelen?
Geen sprake van, zag ik hem denken.
Waar gaat Casine heen?
Waarschijnlijk mee naar Nederland, wordt er gefluisterd.
Hij was al ondergebracht bij Nederlanders in de buurt, maar die nemen Casine niet omdat hij gebeten heeft. Dat is vervelend wordt er opgemerkt.
Ik hoor allerlei adviezen over en weer gaan.
Voor mij is een ding duidelijk : Casine hoort hier, in het vrije open landelijke Frankrijk.
Waar hij kilometers ver kan lopen naar een vriendje hond op een boerderij.
Waar hij mollen en ratten kan vangen en opeten.
Waar hij boven de oude open ruimte van de schuur kan slapen.
In Nederland raakt hij gefrustreerd en gaat nog meer van zich af bijten.
Emp was echt verliefd op Anita een vrouw die jaren in Frankrijk heeft gewoond.
Dit moest het worden hield hij zich voor.
Ze is naar Mare aux Boeufs afgereisd , maar ook weer snel vertrokken.
Emp wou zich niet binden. Hij deed geen concessies.
Hij wou leven zoals hij voor ogen had en daarin al een zekere rust vond.
Voordat we terugkeerden naar de crematie van Emp spraken we met Anita.
Het contact was verbroken zei ze. Ook zij kende de mooie plekjes waar Emp graag heenging in de bossen rond Mare aux Boeufs. Maar zij beschreef een ander paradijselijk plekje dan waarbij gevonden werd.
Dus Emp verdwaalde nooit. Hij kende elk idyllisch plekje in zijn omgeving.
Mag ik wat vragen? zei Isabelle .
Isabelle woont ook in hetzelfde gehucht.
Ze is een fervent speurder na overblijfselen uit de erste wereldoorlog. Ze leidt mensen rond en geeft lezingen.
Ze vroeg of ze de vondsten van Emp veilig mocht stellen.
Ze zijn van geen waarde, die restanten scherven, brokstukken van grafstenen, en ander soort resten oorlogstuig.
Ik gun het haar. Zo blijft er iets van Emp zijn speurzin rond die oorlog bewaard,
Madame Police is een geval apart. Ze is weduwe en is de dichtstbijzijnde buur.
Emp was zeer gesteld op haar. Ze heeft internet. Emp heeft dat ook.
Hij had het codenamen van madame Police en kon zo gratis internetten.
Heb je dat codewoord ooit gevraagd Emp? Weer keek hij me glimlachend aan.
Wat denk je Rini?.
Ik weet niet wat ik denken moet Emp. Maar je leeft spreekwoordelijk als een god in Frankrijk.
Sommige Hollandse vrienden heb ik ook leren kennen.
Emp was niet van al die lui even gecharmeerd.
Ze wilden vooral op de eerste rang zitten als het om de prijs ging die Emp voor hen berekende.
Ja, ja, die Emp was een aardige knul, vonden zij.
Ik snap ook wel dat ze me aardig vinden omdat ik hen niet de hoogste prijs bereken.
Maar zo krijg ik gratis mond op mond reclame.
Beter iets dan niets. Daar kon ik hem geen ongelijk in geven.
Emp had zijn strategie. Het werkte. Maar vooral dankzij het goede werk dat hij leverde verkreeg hij zijn opdrachten.
Voeg daarbij vooraf de adviezen over het hoe en wat aangaande de verbouwing.
Emp had er kijk op.
We hebben fijn met hem gewerkt. En het mooie was van Emp dat hij met ons meedacht. Zo veranderde onze plannen regelmatig, omdat Emp gaande het werk goede invallen kreeg om het nog efficiënter en mooier te maken.
Dat bespaarde ons een hoop geld.
Jammer dat we van zijn diensten geen gebruik meer kunnen maken.
Emp was een goed mens. Uit de grond van ons hart.
Nel en ik dachten na over de toekomst.
Zou het niet fraai zijn als we Emp het Achterhuis zouden schenken
Dan heeft hij in ieder geval een pied a terre in ons land.
Nu verbleef hij er vaker als hij in Nederland was.
Ach, het was maar een idee. Wie weet was het nooit doorgegaan.
Als ouder zie je de rafelrandjes van iemands bestaan.
Je let er op en gaat er soms op focussen.
Dat deed ik ook met Emp
Emp liet ons niet los. We waren net als met de andere kinderen steeds met hem bezig.
Let je op je gezondheid. Werk onder veilige omstandigheden.
Reken je tarief wat je verdient. Kom vaker naar Nederland.
Kun je nog iets gebruiken Van onze spullen?
Zijn oude heren fiets stond nog bij ons. Een week voor zijn dood hem ik hem weggeven.
Ik ga de fiets niet terugvragen. Iemand anders is er gelukkig mee en rijdt er nu mee rond door een of ander dorp. Misschien kom ik de fiets nog wel eens tegen. Ik ga van af nu op oude herenfietsen letten
Ik heet Coen. Sinds vijf jaar ben ik bevriend met Emp.
Ooit heeft hij bij mijn vader thuis in noord Holland een nieuw motorblok in zijn auto geplaatst.
En jawel hoor zijn Volvo liep weer als een trein na die transplantatie.
Ik heb hem daarbij geholpen. Ja hij kwam altijd aan zijn adresjes
Nu ben ik hier met mijn partner. Emp was een fijne kerel.
Ik weet niet alles van hem, maar ik mocht hem mijn vriend noemen.
Op de schoorsteenmantel staat een blauw ijzeren plaatje met een nummer er op.
Ik meen 437. Ik vul het juiste getal nog wel in.
Dat is het nummer dat hij op zijn fiets had bevestigd tijdens de Nederlandse kampioenschappen triatlon.
Ik heb vaak gevraagd of hij het wilde meenemen naar Frankrijk.
Ooit neem ik het mee, was zijn antwoord.
Wij genoten van dat plaatje en doen dat nu nog.
Herinnering aan een sportieve Emp die op een oude fiets 180 km moest afleggen.
Emp was een koning in deuken oplopen.
Deuken in onze auto’s.
Je kon hem niet wegsturen met een van onze vierwielers of hij kwam met schade terug.
Deed hij niet met opzet natuurlijk. Het gebeurde gewoon. Zelf vond hij het ook vervelend.
De Mazda van Nell reed hij total loss. Gelukkig bleven de twee buurkinderen die achterin zaten ongedeerd. De auto was totaal ingedeukt door een achterligger.
Wonder dat het goed is afgelopen. Dat had hij ook weer; een geluk bij een ongeluk.
Het aantal bekeuringen werd een heet hangijzer in huize Rasenberg.
Ze werden naar zijn woonadres gestuurd. En dat was de Herengracht no 20.
Ongewild deelden wij mee in de malaise van de gevolgen van zijn snelheidsovertredingen.
Emp zat er niet zo mee. Laconiek als hij was nam hij de belastingaanslagen in ontvangst.
Toch eens meer gaan opletten, verzuchtte hij een jaar geleden. En jawel hoor. Dit jaar viel er zegge en schrijve slechts een bekeuring op de deurmat.
We hebben mooi jaren samengewerkt zegt Antoinette.
Ik ontwierp de boomhutten en Emp bouwde ze. Dat vond hij prachtig.
Altijd had hij goede ideeën. Ik hielp hem natuurlijk ook.
Overal in Nederland kwam hij met zijn brandweerauto om aan het werk te gaan.
Meest bij rijke mensen. Overal was Emp een graag geziene gast.
Zo bouwde hij boomhutten voor voetballers van PSV.
Voor die lui had hij weinig respect. Ze verdienden veel, reden in abominabel lelijke auto’s en hadden alleen belangstelling voor de bal en vrouwen.
Dat zou zijn leven nooit willen zijn. Zij op hun beurt hadden wel bewondering voor hem.
Niet de voetballers, maar lachend …..hun vrouwen.
Toch moet hij zich in Frankrijk zich ook vaak eenzaam gevoeld hebben.
Goed, hij had werk. Maar het mocht iets meer zijn.
Hij had overigens een mooie opdracht om samen met zijn vriend Fer een houten gebouw in een vennetje te bouwen.
Dat vond hij een super object waarin hij helemaal in opging.
Buurman en vriend Marien:
Wij hebben nooit gemerkt dat hij het hier niet naar zijn zin had.
Als ik terugkeerde naar ons huis hier in Frankrijk, ging ik altijd bij Engbert langs om te vragen hoe het met hem ging. Dan spraken we de laatste plannen door. Hij over zijn huis en ik over de mankementen hier en daar aan het onze.
Hij zou me spoedig gaan helpen bij het uitbreken van een muur, zodat we de keuken konden uitbreiden.
Altijd hadden we iets te bespreken. Dat gaf een warme band.
De Crematie vond plaats in Chalons.
Maandag morgen 10 uur.
Daar stonden we rond zijn kist.
Een kort afscheid.
Het was Kirstin, dochter van overleden broer Maarten die huilde.
Twee weken later
Zoiets neemt ons niemand meer af, zegt Nel.
En weer vloeien de tranen.
Ongelofelijk zucht Saskia
Ik voel rust.
Ik hoop dat dat zo blijft .
De eerste zinnen na thuiskomst.
Het afscheid in vogelvlucht:
De wandeling naar het dorpje.
Een nooit te vergeten lange stoet.
Lachen en huilen in de kerk om Emp zijn stoerheid, sportiviteit, eenvoud.
Hier werd een mens geboetseerd, een fenomeen.
Door zijn vrienden.
En daarna:
De triomftocht bij het afscheid onder de platanen.
Zijn huis vol warmte en genegenheid.
Deze zinnen zijn vaker geschreven over een dode.
Maar dit voelt anders.
Die verbondenheid, die liefde.
Velen zagen de plek van Emp voor het eerst.
Waanden zich in het paradijs.
In zijn kasteeltje, het kerkje en de plek in het bos.
En het is Emp die regisseerde.
Ik wil jullie glimlach zien.
Ik wil zien:
Dat jullie de warmte van de zon en de kou voelen van mijn streek.
Dat er een innig verbond tussen beide families opbloeit.
Dat jullie zullen ervaren hoe ik heb geleefd, gewerkt aan mijn vriendschap, geknokt om mijn huis bewoonbaar te maken.
Hier zat ik in de zon en ik kou leed bij 15 graden vorst.
Hier was ik gelukkig in mijn opdrachten al doende met mijn gereedschap.
Hier liep/fietste ik mijn hond rond.
Hier ving hij mollen en muizen en ik keek toe, genietend van een wijntje.
Ik leefde sober. Ik kon met weinig toe.
Genoot van mijn geliefden die de weg naar Mare aux Boeufs vonden.
Kortdurend, ik geef het toe
Ik ben blij dat mijn dierbare hond Casine in Mare aux Boeufs blijft.
Boer Laurent, buurman van Emp, ontfermt zich over hem.
Casine kan op zijn oude vertrouwde stek mollen en muizen kan blijven vangen.
Hij houdt zo de herinnering aan mij op Mare aux Boeuf levend.
Henk in een brief
Lieve allemaal,
Ik wil jullie veel sterkte wensen morgen, wij zijn in gedachten bij jullie. Jos en ik hebben de hele terugweg gepraat over de ongelooflijke middag die wij hebben mogen meemaken. Jullie hebben in een paar dagen iets ongelooflijks gepresteerd.
We hebben gehuild, gelachen, en bewonderd. Niet gebeden maar dat leek me ook terecht bij Emp.
Aanvankelijk was ik nogal geschrokken dat de bijeenkomst in Frankrijk zou zijn. Maar ik denk dat jullie er iets van gemaakt hebben dat niemand die hier bij is geweest ooit nog kan vergeten.
En dan ook de samenkomst, en na afloop bij Emp thuis, het was allemaal zo echt Emp.
Ik vond heel veel goed, ik soms iets op:
De fotokeuze, en dat er zoveel terugkwam, dat gaf iets vertrouwds en definitiefs.
De sprekers, die allemaal bijzonder waren, van serieus, tot hilarisch, tot diep ontroerend – om het even lullig te zeggen: een eindredacteur van een televisieprogramma zou er gruwelijk jaloers op zijn geweest: hier zat alles in.
Ook de ‘kleine dingen’ waren geweldig. Ik spreek veel in zalen, maar het geluid is bijna altijd slecht. We kunnen naar de maan, maar we kunnen geen goede geluidsinstallatie neerzetten. Hier was het goed. En zelfs de geluidsman verdween achter het portret van Emp.
Zo professioneel.
Ik vond het dragen indrukwekkend om te mogen doen. En zo merk je dat je toch rituelen van vroeger kunt houden, zonder je eigen geloof of ongeloof geweld aan te moeten doen.
Ik heb daar veel van geleerd.
De muziek. De liederen vond ik prachtig, en Rinus wat was de weekendtas een geweldige metafoor. En jullie kinderen/kleinkinderen, geniaal die herhaling.
t lopen naar en terug. Zo stil, zo passend, zo in het landschap opgaan.
De catering. Nooit bij stil gestaan hoe belangrijk het is voor licht verkleumde mensen die nog een eind moeten reizen om zo goed te eten. Wij zijn er keurig op thuis gekomen.
Het kerkje. Hoewel ik denk dat Emp geen geregelde kerkganger was, was het heerlijk Frans.
En dat was zijn keuze, Frankrijk.
En natuurlijk, wat een lieve mensen waren er allemaal,
Nogmaals veel sterkte morgen, en tot snel,
Overwegingen in het kerkje
Marien
Lieve mensen, Ik ben een buurman en ook een beetje werkmaat van Emp.
Afgelopen weekend was ik betrokken bij de roller coaster van emoties, verdriet en geregel bij de beide families, die zo eendrachtig hun schouders hebben gezet onder het vormgeven van deze dag. Daar ben ik jullie heel dankbaar voor.
Mede daardoor groeide bij mij het besef dat Emp werkelijk ieders hart kan raken.
Janny en ik leerden Emp ruim 6 jaar geleden kennen.
“Wat een aardige vent”, dacht ik. Voor mij is Emp het voorbeeld van een levenskunstenaar.
Direct en gemakkelijk kontakten leggen met iedereen. Prachtig!
Van boomhutten bouwer tot allesbouwer.
Een grote garage, die hij in zijn eentje bouwde, staat nu als monument in onze tuin.
En nog een groter en vooral hoger project staat op stapel.
Daar staat Fer nu alleen voor.
Maar bovenal: Emp heb ik leren kennen als genieter in het moment.
Van alles van natuurlijke schoonheid.
Emp, als je je mocht dopen, dan zou ik je KAMPIOEN GENIETER van het moment willen dopen.
Dierbare Emp, ik wens dat je nu weer kunt genieten. Heb vrede!
Tjitske
Lieve allemaal, Mijn lieve broer Emp is geboren op 24 april 1965 in Tilburg.
Als het vierde kind van mijn ouders: Tineke Peters en Tjalling Lingsma.
Bij zijn geboorte waren de groten er al: mijn broer Maarten, mijn zus Nyncke en ik.
Na Empie kwam Femke.
De twee kleintjes, die onafscheidelijk waren.
De naam Empie gaf hij zichzelf.
Als kleine peuter kon hij zijn eigen naam Engbert niet uitspreken. Hij zei: Empie.
Na Tilburg verhuisden we naar Monnickendam.
Empie was anderhalf. Een ongelooflijk schattig ventje.
Speels, grappig, levendig, ondeugend, ondernemend.
Iedereen viel voor hem.
Een mager en gespierd jongetje met spillebeentjes.
Toen de groten allang op school zaten, en het moment daar was dat ook Empie naar de kleuterschool ging, bleef mijn jongste zusje Femke alleen achter.
Mijn moeder vertelde hoe Femke de vitrage wegschoof en uren bij het raam zat te wachten tot Emp weer thuis kwam.
Inmiddels woonden we in Oss.
Een grote familie. Zoete inval. Iedereen was welkom, iedereen kon mee-eten.
Dan moest je er wel rekening mee houden dat mijn ouders een voorliefde hadden voor Frans eten – destijds niet zo gebruikelijk – en ’s avonds pas om 7 uur aan tafel gingen.
In de auto hier naar toe vertelde mijn moeder over een hockey-toernooi dat werd afgelast vanwege het slechte weer.
De teams waren echter al onderweg.
En zo brachten Emp en Femke samen maar liefst twintig kinderen van de tegenpartij uit Son mee, die allemaal bleven slapen.
Nou slapen. ’s Nachts werd het één grote keetpartij. Eigenlijk kon altijd alles bij ons.
Ook vertelde mijn moeder over haar fietstocht die ze ondernam met Nyncke, Maarten, Emp en Femke – via tussenstops bij familie naar België waar een oom en tante woonden.
Equipe Lingsma had weinig bagage bij zich.
Emp reed op een racefietsje en had de broodplank achterop.
Hij had energie voor tien. Als een jonge hond reed hij heen en weer, zei mijn moeder. Toen al sportief.
Maar kleine kinderen worden pubers, oude niet opgeloste problemen werden grote onoverkomelijke problemen, de wens om samen te zijn botste met de vrijheidsdrang en hang naar ongebondenheid, die weer botsten met de verantwoordelijkheid voor een gezin, en dan was er de werkloosheid van de jaren tachtig.
Ons huis werd een huis van conflict.
In die jaren ontmoette Emp de familie Rasenberg, die hem opving, naar school kregen en hem overeind hielpen.
Hij wilde er niet meer weg en zou er de rest van zijn leven blijven. En zo kreeg hij twee families. Met ons, de Lingsma’s, waren nog wel goede tijden – en het ging met golven en het gold niet voor alle familieleden – maar er was ook verwijdering.
Gelukkig was er dit voorjaar de paasbrunch bij mijn moeder.
Voor het eerst in lange tijd hadden we het samen met Emp echt fijn en gezellig.
En nu ben ik geen Facebooker, en Emp ook niet, heb ik begrepen.
Maar onlangs schreef hij een paar lieve woorden op mijn pagina.
Het voelde als een opening. Woorden die ik zal koesteren.
De twee families werden door Emp op een unieke manier met elkaar verbonden.
Toen mijn vader na de scheiding van mijn moeder in Roermond ging wonen, werd hij in de jaren negentig de chauffeur of liever, zoals mijn vader het zei, de ‘manager’ van Rinus als hij optrad in het land als de zingende dierenarts.
Twee families die elkaar uiteindelijk vooral op de meest trieste momenten in een mensenleven zouden gaan zien.
Bij het overlijden van mijn vader, die in Roermond in de vroege ochtend van zijn verjaardag aan een hartaanval was gestorven.
Daarna bij de begrafenis van mijn broer Maarten.
Ik denk aan het overlijden van Romijn.
Vorige week zaterdag belde Rinus met het slechte nieuws: Emp werd vermist.
In angst en onzekerheid reden twee families naar Frankrijk.
Onderweg hoorden we het nieuws dat hij was gevonden-overleden aan een hartaanval.
Daar zaten we opeens samen in La Mare aux Boeufs, in shock, in ongeloof en verdriet in Emps huis.
Met zijn dood gaf hij ons, deze twee families, een fikse oefening in invoegen en ritsen.
We hebben deze ceremonie samen voorbereid.
Gisteren hebben we in het huis van Emp samen gegeten, gedronken en herinneringen opgehaald.
Vandaag nemen we samen, met jullie, afscheid van Emp – de zoon van mijn ouders, de oogappel van mijn moeder, onze broer, de pleegzoon en pleegbroer van de Rasenbergs, geliefde, oom en grote vriend.
Henk
Beste mensen, Op 25 april 1997 belde Emp mij. Dat is niet zo gek, dat is mijn verjaardag.
Ik had Emp de dag ervoor ook gesproken, want 24 april is zijn verjaardag.
Dat was zo’n beetje een traditie, of we belden elkaar twee keer of we belden op middernacht, tussen onze verjaardagen in.
Of we vierden onze verjaardagen samen.
Zo herinner ik me een weekeind dat we met z’n allen gingen zeilen in Friesland, en in de late avond met een groep vrienden in Friesland op weg waren naar de boten.
En de weg kwijtraakten.
En die ook nooit meer gevonden hadden als niet een van Emps vrienden, Jean, sterrenkunde studeerde en ons op de sterren naar de boten loodste.
‘Ben je zo thuis,’ vroeg Emp, toen hij mij belde op die 25ste april, ‘dan wil ik even iets komen brengen.’
Emp is jarenlang mijn sportvriend geweest.
Ik heb hem ontmoet bij de studentenvereniging SSR maar al vrij snel bleek dat wij elkaar meer te vertellen hadden op de fiets, dan in de kroeg.
Of op de skeelers. Of op de schaatsen.
Emp deed al aan duursport voordat ik het woord kende.
Zoals Rinus Emp heeft leren racefietsen, skeeleren, en schaatsen, zo heeft Emp dat mij geleerd. En dat deed hij liefdevol en streng.
Dan zat ik achter zijn rug op de fiets af te zien, hief op een gegeven moment een klein beetje mijn hoofd om te vragen of het iets zachter mocht.
Zei hij: ‘Waarom? Je bent er toch nog?’ En dan denderden we door, Emp in de wind, ik met mijn blik op de tandwielen voor me van zijn fiets.
Soms zag ik vijftig kilometer niets anders dan de tandwielen van zijn fiets.
Wat daar heerlijk aan is? Tja, Emp zou het kunnen vertellen.
Gaandeweg ontwikkelde ik hetzelfde plezier in het afzien, en de eindeloosheid van de tochten. Het moest gekker, het moest verder.
Dat deden we op de schaatsen, als we in een sneeuwstorm het IJsselmeer probeerden over te steken, en een meter voor de openliggende vaargeul elkaar geschrokken toeschreeuwden dat we water zagen.
Dat deden we op de fiets, als we in maart in ijzige regen een klein rondje IJsselmeer fietsten, om halverwege de dijk Lelystad Enkhuizen in Checkpoint Charley urenlang in alleen onze fietsbroek te zitten bibberen omdat we letterlijk niets droogs meer hadden, onderkoeld raakten, en de kleren nu op de verwarming lagen te drogen.
En we deden het op de skeelers.
Vaak keken we waar de wind vandaan kwam, om dan heerlijk voor de wind naar Enschede te rijden, naar Gouda, naar Hengelo, naar Arnhem, naar Den Helder.
Het mooie van die dagen was de zorgeloosheid van Emp.
Ik ben de laatste om te beweren dat Emp een makkelijk leven heeft gehad, geen sores gekend heeft. Maar hij kon ook ongelooflijk zorgeloos zijn.
En daar heb ik altijd vol bewondering naar gekeken, en veel van geleerd.
Op de dagen of de avonden dat wij eropuit trokken, bestond er ook niets anders dan de schaatsen, de skeelers of de fiets.
Of er nou een relatie uit was of niet, of Emp in de penarie zat of niet, als hij goed getraind was of een paar kilo te zwaar, als hij aanbelde stond er een lach op zijn gezicht, die zo aanstekelijk werkte dat ook ik de dagelijkse besognes vergat en kon opgaan in het moment.
En die momenten moesten uitgebuit worden. Het was niet zo maar een stukkie fietsen.
Als we ’s avonds een rondje Waterland deden, werd er bij elk plaatsnaambordje gesprint.
En er was ook een eindsprint.
Daarbij was alles geoorloofd.
Ik herinner me een zomeravond een uur of half tien, we kwamen terug uit Marken, denderden Ransdorp door, waren op weg naar het laatste rechte eind bij de golfbaan.
Emp, net terug van een avontuur voor Artsen zonder Grenzen, zat stuk, en eigenlijk verwachtte ik dat hij niet zou kunnen sprinten.
Er waren er die avond meer man bij, en allemaal leken ze sterker dan Emp. Er werd omgekeken, wie ging aan? Iedereen wachtte.
Tot het moment dat er een lange hooiwagen met tractor langskwam.
Van achteruit de groep sloop Emp naar voren, en nog geen twee seconden voordat de hooiwagen tot stilstand kwam op het bruggetje bij boer Albert in Zunderdorp, sprintte Emp langs de groep, floepte langs de hooiwagen en was weg.
De rest van de groep moest tandenknarsend toezien hoe de hooiwagen centimeter voor centimeter over de brug kroop. Bij de pont in Noord kwamen we Emp pas weer tegen. Lachend zat ie naar de zonsondergang te kijken: ‘Jammer jongens, volgende keer beter.’ Er was altijd een finish, alleen, en dan citeerde hij Rinus, als bij de notaris was vastgelegd dat er die dag geen finish was.
De laatste jaren, toen hij in Frankrijk woonde, sportten we minder.
Dat betekent niet dat het plezier in het sporten minder werd. Werd het winter, dan belde hij. ‘Moet ik al komen?’ ‘Nee, wacht nog maar een dag.’
En als het tijd was te komen, dan kwam hij, zette ergens zijn auto neer, en verscheen weer tussen de rietkragen op zijn schaatsen. Lachend. En in een paar slagen waren we weer vijftien jaar jonger.
Was het weer 1997. Het begon op Nieuwjaarsavond met het bericht dat de Tocht der Tochten zou doorgaan. En vervolgens de morgen daarop, toen bekend werd dat de Tocht zaterdag zou zijn.
We sliepen bij een gastgezin in Leeuwarden, waar ‘s avonds een man of tien verhalen ophaalden over eerdere tochten.
Ik sliep geen minuut. Emp lag naast me heerlijk te ronken.
Hij kende geen zenuwen, hij had er alleen maar zin in. Maar voor Emp was het op een bepaalde manier makkelijker: hij had de Tocht al eerder gereden, en hij was ingeloot.
Ik niet, ik was een illegaal. Ik wilde aanvankelijk ook niet gaan. ‘Jij gaat mee, punt uit’ besliste Emp. Uiteindelijk mocht ik voor de krant verslag doen, maar een stempelkaart had ik niet.
Sneek, IJlst, Sloten, overal waar we kwamen gooide Emp zijn armen omhoog, en kreeg het publiek aan de gang. Volop.
Hij genoot, en het publiek genoot van Emp.
We waaiden naar Stavoren, waar we volgens afspraak om half één onze verzorgers ontmoetten. Daar stonden Saskia en de anderen.
Dekens, thee, druivensuiker, AA-drink, een bolletje oude Leidse, en Wiegerketellapper, die een uur later nog tussen de tanden plakte. In de krant schreef ik later:
In Stavoren smeren we de neus in met vaseline, zetten onze bivakmutsen en skibrillen op.
We draaien de Dijkvaart op en krijgen een klap van de wind: nu is de tocht voor de laatste keer begonnen, tot Dokkum hebben we de wind op de kop. De lange slag van de eerste 66 kilometer maakt plaats voor een prikslag.
Mijn kompaan, Engbert Lingsma, op de kop, ik erachter en daar achter nog een man of honderd.
Het werd donker.
De sloten werden smaller, ik reed in een scheur, mijn schaats schoot naar achter, schampte het karton dat wij als scheenbeschermers droegen en schoot bij Emp in zijn knie. We bestudeerden de wond in het licht van koplampen. Weinig bloed.
Vanuit het donkere veld reden we telkens op fakkels aan. Nog zestien kilometer naar Bartlehiem, wordt er geroepen; nog veertien, nog twaalf, nog zes, nog vier.
Het laatste stuk naar Dokkum wind tegen.
En dan Dokkum. Het publiek staat daar als in een Arena, helemaal rondom een soort vijver, waar je moet stempelen en omkeren.
Ik herinner me alleen oranje, waarschijnlijk van de vele vuurkorven. En Emp, die de Arena dirigeerde, die de Arena van Dokkum compleet op z’n kop zette.
Op de terugweg naar Leeuwarden, met de wind mee, was het nog gevaarlijk.
Telkens reden er mensen in het donker de wal op. Dan rechtte Emp zijn rug en luisterde even of ik er nog achter zat.
Om half negen zagen we de skyline van Leeuwarden.
Flats, lichten langs de Bonkevaart, het finishdoek. Ik zag ons op een videoscherm voorbij rijden. Het is bijna kwart voor negen en onze tocht was afgelopen.
Ik was dolblij dat ik het gehaald had, hoe vaak was ik niet bang geweest te vallen, te moeten opgeven.
Emp had gewoon genoten. Hij was de hele dag in de dag in geweest. Waar anderen peperdure cursussen mindfulness voor volgen, dat kon Emp van nature.
Een half uurtje nadat hij op 25 april 1997 gebeld had om mij te feliciteren stond hij bij mij op de stoep.
Hij had een pakje bij zich. En hij straalde. Ik deed het open. Een prachtige lijst, een schitterend passe-partout. Ik zag het onmiddellijk, een stempelkaart – Sneek 10.40, IJlst 11.00, Sloten 11.32. En een kruisje. Emp was handig, maar kon hij ook een kruisje in elkaar timmeren?
‘Emp, wat is dit?’
‘Ach, ik heb al een kruisje, uit ‘86. Jij was dan wel uitgeloot, maar jij hebt hem toch ook gereden. Jij krijgt mijn kruisje.’
Voor niet-sporters is dit gebaar misschien moeilijk op waarde te schatten, maar ik denk niet dat er veel Nederlanders te vinden zijn die hun Elfstedenkruisje, dat ze écht verdiend hebben, weggeven aan hun vriend.
Vrijdag, twee weken geleden, ging de telefoon. Emp. Goed nieuws van het bestuur van de Elfstedentocht.
Het bestuur had besloten dat in het vervolg niet meer geloot hoefde te worden. Alle leden mogen voortaan meedoen. We kletsten wat over de Elfstedentocht.
Binnenkort, zei Emp, kwam hij naar Nederland. We zouden samen weer eens gaan schaatsen op de Jaap Edenbaan.
Dan zou hij zijn kluunschaatsen uitproberen.
‘Maar,’ zei hij, ‘verheug je er niet te veel op Henk, ik ga niet meer zo hard, ik ben een oude man.’
Toen lachten we, en hingen op.
Rinus – chanson
Je kwam bij ons als jochie
Het was zoals het was
Je kwam bij ons als jochie
Met een simpele weekendtas
Je schilderde wat je klungelde wat
En we stuurden je naar school
Dat deed je met forse tegenzin
Bernard Hinault was jouw idool
Fietsend zwervend door het leven gaan
Door regen kou en wind
Terug naar de natuur waar je het echte leven vindt
Maar nu zat je in de schoolbank
Ik hoorde een ingehouden schreeuw
Voor ons werd je een brave leerling
Begin jaren 80 vorige eeuw
Je kwam bij ons als jochie
Het was zoals het was
In de vakantie naar de Noordpool
Met op je fiets je weekendtas
Je haalde je diploma’s
Maar je smeet ze in een hoek
In je maatpak naar je baan toe
Maar jouw beleving was ver zoek
Vooruit dan artsen zonder grenzen maar
Dat zonder grenzen sprak je aan
Maar balanceren op protocollen
Stond ver van jou vandaan
Wars van doelloos vergaderen en van managers moest je niets
Je reed liever de Elfstedentocht of rond wereld op de fiets
Je kwam bij ons als jochie
Het was zoals het was
Met een zucht van mensen laat me
Smeet ie al die onzin uit zijn weekendtas
Je noemde mij steeds Rini
Wat mijn moeder ook altijd deed
En ik voelde in dat woordje
Ik houd van jou als je dat maar weet
Soms was ik iets te kritisch
Dan riep je Rini laat het gaan
En ik voelde instinctmatig
Je had het graag anders gedaan
Verkocht je boot en had contanten
Bouwde een boomhut voor een kind
En ik voelde instinctmatig
Het is uiteindelijk Emp die wint
Je kwam bij ons als jochie
Het was zoals het was
En jij riep het triomfantelijk
Ik vul mijn eigen weekendtas
Hier in huis ligt je tandenborstel
Twee sokken en een onderbroek
je bed onopgemaakt , de vuile was ligt in een hoek
Hier in Frankrijk had je vrienden goede vrienden bij de vleet
Die jou koesterden en bewonderden om alles wat jij deed
Hier beklom jij steile bergen maar de laatste was te hoog
Zo verdween je uit het zicht belandend in een regenboog
Je kwam bij ons al jochie
Het was niet zoals het was
Met dingen die er toe deden
Vulde jij je weekendtas
Saskia
Emp
Emp emp lieve emp.. je lieve hoofd, je lach, je warmte, je stem…
ik kan me niet voorstellen je nooit meer vast te houden.. als je binnenkwam ‘dag sasje’ te horen
30 jaar lief en leed gedeeld
twee eenheid, symbiotisch
wat ga ik je missen
Je was 18, een kwajongen, sigaretje, een stoer lekker joch, 1984
En kwam tijdens een hockeytoernooi bij ons binnenlopen om nooit meer weg te gaan…
en marjolein ik dank je nog elke dag op mijn blote knieën voor je beauty waar hij voor viel en bleef
Het was wat vreemd want je had geen echt thuis meer maar bij ons kwam een warme lieve vrolijke emp.. een geschenk
De raad van drie wijze mannen beslisten op een avond dat je naar school ging en je stemde in
iedereen was verliefd op je, zelfs mama een beetje en papa moest je op een gegeven moment naar de kapellerlaan sturen
Je voegde je, je bewoog mee en bracht in ons gezin de harmonie met je ongedwongen vrolijkheid
De gekke rasenbergen waar je je naadloos invoegde en waar je het heerlijk vond
Rini leerde je al gauw fietsen en afzien… altijd eindigend met sprintje op de maasbrug, ‘ alles mag zolang het niet bij de notaris is vastgelegd’
En opeens was je een sportman
Je fietste in je eentje naar de noordpool, schreef je dagboek in de limburger,
3 x de elfstedentocht, je eerste triatlon in Almere, we stonden aan de kant, wat waren we trots op je
Sporten werd je uitlaatklep en ik was blij, het hield je on track..
We begonnen samen aan onze studententijd, de 5 jaar op het 2e marnixplantsoen waren tropenjaren..
Je had het al geregeld toen ik in nog Amerika was, Sas ik heb een huis voor ons.
Jij voor ik achter. Ieder zijn eigen leven maar toch samen..
Zo vanzelfsprekend, ik vond het zalig bij je te wonen
Je studentenvereniging SSRA was je druk mee, vriendinnetjes kwamen langs, we hadden ons bootje
Daarna nog even de 1e Helmerstraat, dat was ons laatste jaar samen.
Ik naar het buitenland, en jij ging wonen op je boot Mathilde,
je eerste stap naar vrijheid..
We werden ouder, allebei niet erg succesvol in de liefde maar het deerde ons niet zo
2 free spirits, en we gedijden erbij
Voor jouw exen kunnen we een zaaltje erbij huren, ik vraag jullie maar niet om jullie hand op te steken
Elke kerst weer een ander aan tafel en we bleven lachen
Jij verliet ze, maar zij verlieten ons niet
Vrijbuiter was je, en zoekend naar je bestemming in het leven..
Tijdje artsen zonder grenzen en naar Liberia, en dan wilde je weer een camping in Frankrijk.
Een lange zoektocht, ik maakte me af en toe zorgen over je, je eigenwijsheid die niet echt hielp..
Je wilde het zelf uitzoeken, niet geholpen worden, maar je kwetsbaarheid daarin maakte je mooi
Wij wisten het altijd beter, wat was dat irritant he Emp
je knokte, je struggelde en toen opeens was daar je huis
je huis in Frankrijk, een geweldig bouwval in Mare aux Boeufs..
Ik voelde me er heerlijk, met die ouwe douche buiten…
lekker rouwdouwen, overal waar je keek kon je wat doen
Je nodigde iedereen uit in de zomer, kasteelheer van de Boeuf,
Iedereen kwam kamperen, zat aan de wijn en tot diep in de nacht aan het kampvuur
Je genoot er zo van, alles kon, je eigen Villa kakelbont
Maar je was ver weg en in de winter
maakte ik me toch weer zorgen, dacht dat je zou vereenzamen.
Miste je eigenlijk ook zo. Mijn maatje zo ver weg..
Maar je vond er je rust en kon goed alleen zijn.
Het laatste jaar woonde je echt in Frankrijk, je had je bestemming gevonden
Je zei als ik een hond heb is mijn leven af..
Je vond kazine en ze week niet van je zijde
Hoe bijzonder dat ze bij je was toen je overleed
Na de dood van Romijn was je heel dicht bij me
Je was zo onder de indruk..
Hoeveel liefde zijn korte leventje had kunnen voortbrengen
Je zei ik vind het zo bijzonder dat je iedereen zo toelaat in je verdriet
Sas ik kan zoveel van je leren. Dat zou ik nooit kunnen..
Maar Emp ik hoop dat je vandaag ziet hoeveel mensen je aan je gebonden hebt..
De liefde van iedereen is overweldigend…
Mijn twee grote liefdes zijn vertrokken, maar bij elkaar
Vandaag op 29e november, de geboortedag van Romijn begraaf ik jou
Bestaat toeval
Emp, ik zal je zo missen, wat heb je voor me gezorgd, me veel liefde gegeven.. hoe kan ik zonder je. Iemand die beter wist wat ik nodig had dan ikzelf, je was er altijd voor me, niets was teveel.
Je ging weer mee naar Romijn’s grafje met me omdat je zag dat ik het alleen niet kon
Wat hield je van me en wat hield ik zielsveel van jou.
Op je 50e zou je een groot feest geven en zou je huis af zijn, je was er zo hard voor aan het werk Mijn hart brak toen ik vorige week je huis inliep en zag hoe ver je was gekomen..
Je was zo hard aan het werk, vijf jaar lang
dit was je way of life, het hoefde niet af want dit was jij.
Je deed het op je eigen manier..
De laatste keer dat ik je zag zaten we samen in de auto en bracht je me weer helemaal naar station weert. Nooit was iets teveel. We hadden fijn gesprekken zoals altijd.. Je moet een iets oudere man vinden zei je, zo 55 of zo.. die zijn lekker relaxed en dat is goed voor je
Mijn laatste verjaardag in september vierde ik omdat jij kwam. Nu jij komt, vier ik het zei ik..
ik heb een speciaal cadeau voor je gevonden zei je al een week van tevoren
En je gaf me 2 kristallen champagne glazen die je op een brocante had gevonden…
Toen ik ze uitpakte zei je “op een nieuw begin voor je… “
Je kwam al eerder, ik kom je helpen.. hielp me mijn huis schoonmaken omdat je weet dat ik het niet kan je vliegt er doorheen en ik denk wat hou ik van je..
je doet precies zoals papa en als hij er straks niet meer is help jij me
Ook buiten nog mooi maken vraag je? Je zorgde altijd voor me..
En oh nee Emp, wie gaat dat nu doen Emp? Die man die je me wenste?
30 jaar was je mijn mijn soulmate, mijn alles…
Ik ga je zo missen emp! Ik hou van je, ik hou zoveel van je..
Teun
Verreweg het grootste deel van de tijd die Empie en ik samen doorbrachten bestond uit liften en lopen. Liften.
Heel lang staan. Afgezet worden op een rotplek. En dan lopen.
Naar een fijne plek. Soms uren lang. Om weer te gaan staan liften.
Daar waren we kampioenen in. Wachten tot iemand stopt.
Of lopen tot je er bent. En onderwijl aan één stuk door met elkaar praten.
We namen de gedaante aan van allerlei types.
Kees en Koos (twee hippies) Paul en Heijmen-Jan (twee saaie lullen) en vooral de Limburgse broers Sjeng en Ger.
Kom ik nog op terug.Een reis in paar anekdotes.
We liften door Europa met elk honderd gulden op zak.
Een jonge vent neemt ons vanuit Lille mee in zijn busje en we kunnen bij hem slapen in Parijs. Feest! Maar dan rijdt hij een heel enge wijk in. Kruipt er een dealer naast ons in dat busje.
Met drugs.
We denken; dat wordt een drugshol en: die gaan nu natuurlijk Empie en Teun uit Oss beroven. Maar we zitten klem op de voorbank van dat busje.
Tussen de chauffeur en de dealer. Het loopt met een sisser af. De jongeman woont bij zijn ouders, in een Renaultgarage aan de Périphérique.
We krijgen een voedzame maaltijd. Een paar dagen lopen en liften later.
We beklimmen een berg bij Annecy en hebben geen water meegenomen. Dorst! We hebben al een blik kapucijners kapotgeslagen en het sap opgedronken… Het helpt niet.
Dan plots: plas regenwater op het pad! We zitten op onze knieën, handen op de rug te slobberen van dat water en schieten vreselijk in de lach. Die lach van Empie. Altijd die brede kwajongenslach.
Later die middag, een enorme onweersbui.
Sjokken door de regen en de modder. Ik heb een gele poncho om.
Chagrijnig, moe en koud. En Emp maar lachen. De premiejager, noemt hij me.
Terug naar huis liften: altijd met het succesliftbord ‘Naar mammie toe’.
In Nederland blijkt er nog tachtig gulden over.
Daarvan nemen we de boot naar Terschelling, want daar schijnt een gaaf evenement te zijn, met allemaal straatartiesten, zoals de beruchte Django Edwards.
Later blijkt dat we bij een van de eerste edities zijn geweest van Oerol, het festival dat Emp trouw blijft bezoeken.
We hebben nog zeven gulden en houden het nog een dag of drie vol op het eiland.
We kopen een pak pennywafels, een doos melk en honeysmacks.
De pennywafels verstoppen we in een holle boom in Midsland.
Voor later. Helaas zijn ze weg, later.
Ach, Emp en ik.We slapen vaak in een grot in de Ardennen, bij Namèche.
Bij de klimrotsen. We maken vuur.
We leggen er een blik soep in. Wordt die vast een beetje warm.
We vergeten het blik. Het blik ontploft en we zitten onder de stinkende, hete troep.
Met as. Ik denk: ik ben verbrand! Mijn gezicht!
Empie kan alleen maar heel hard lachen. Een grote brede lach in een zwart gezicht.
We slapen overal. Bij mensen thuis, in kleedkamers van hockeyclubhuizen, op het strand, in speeltuintjes.
We slapen op het station van Lyon, we slapen in een stal op de bergwand – Empie heeft een plank losgerukt, want dat durf ik niet – we slapen achter de bar van een schuttersvereniging bij Genève, we slapen in onze grot in de Ardennen, langs de vangrails van de autobaan. We slapen in een politiecel in Geleen. Eerst wel keurig aangebeld hoor.
Ik lift naar Emp, die bij Beaune aan het fietsen is.
Daarna gaan we richting Dolomieten, is het plan.
We spreken af bij ´de kroeg aan het plein bij de kerk´ in Beaune.
Geen internet in die tijd.
Beaune naderend zie ik al zeker twintig kerken. Dus wat doe ik automatisch: de hoogste heuvel in de buurt op lopen. Ik kijk over de stad.
Wie komt daar aangereden: Emp. Teun zal die berg wel opgelopen zijn.
We hebben een supertijd in de Dolomieten.
Zetten onze tent op, pal naast een berghut.
Lopen en klimmen de hele dag. Emp voorop. De onvermoeibare. (Wat heb ik die ijzeren kuiten van hem goed kunnen bestuderen.
)En dan keihard de berg afrennen om op tijd te zijn voor de spaghetti in de berghut.
De enige momenten dat ik hem wel eens voor ben.
Ondertussen spelen we allerlei rollen. In de bergen zijn we meestal de broers Sjeng en Ger.
Ik ben de angstige, zeurende Sjeng en Emp is de resolute, stoere Ger. Samen zijn we op pelgrimstocht, op zoek naar de plek waar onze broer Lau is omgekomen. Want dat moet van ons moeder.
“Ger, Ger!”“Wat is er nou weer Sjeng.”“Dit gaat fout Ger!
We moeten terug Ger!”“Niet zeuren Sjeng.”“Ja maar… ja maar Ger!”
De hele dag door, soms bungelend aan een kabel in de rotswand, of op die eindeloze zigzagpaden omhoog.
Emp was voor mij ook meer een broer dan een vriend, vermoed ik.
Ger en Sjeng.
Hij handig, ik niet Hij onbezonnen, ik bedachtzaam Hij regelloos, ik braaf
Je hebt mensen die dingen doen, die jij wel zou willen doen, maar niet durft…
Emp deed dingen die ik helemaal niet wil doen. Mijn hemel, nee.Een van die dingen was hier in zijn eentje gaan wonen.
Een matras in een oud, verlaten huis gooien en zeggen; hier woon ik. Hij kon dat. Hij deed dat.
Een ongrijpbare én hondstrouwe vriend.
Empie is voor mij iemand waar ik al een leven lang op bouw.
Wat een idioot idee dat hij er niet meer is.
Nynke
Ceumar – chanson
Hendrik
Marijn, Gijs en Teun
TEUN:
Deze zomer zijn wij samen met opa naar oom Emp geweest.
Het was heel erg leuk.
We hebben eerst in de takel gehangen, Emp heeft ons toen omhoog getrokken, en ons daar laten hangen. In de avond hadden we natuurlijk pizza gegeten en hadden we een vuurtje gestookt.
En daarna hadden wij een liedje bedacht:
bij Emp bij Emp is het fijn en gezellig fijn om hier te zijn
GIJS:
De volgende dag zijn we een dam gaan bouwen in een riviertje, toen kwam Emp op het idee om te gaan waden door de rivier, we vonden dat allemaal super leuk.
Emp als reisgids, Teun en ik als slaven en opa als oorlogsverslaggever en slachtoffer en pakezel. Opa was het slachtoffer omdat zijn telefoon bij het einde uit zijn borstzak on de rivier was gevallen, maar gelukkig had Emp hem met zijn voeten terug gevonden.
In de avond hadden we ijs gegeten en kip, en ook natuurlijk weer een vuurtje gestookt.
En daarna hadden wij weer het liedje gezongen:
bij Emp bij Emp is het fijn en gezellig fijn om hier te zijn
TEUN:
De volgende dag had ik een idee: Emp?
Mag ik uit de schuur springen op de trampoline?
Emp zei: nou eerst een balk die even zwaar is dan jij zoeken en dan die op de trampoline laten vallen.
Als de balk niet te hoog vliegt of er doorheen krakt mag het.
En we hadden een goede balk en erop laten vallen en er gebeurde niets ergs dus ik ging het doen En ik vond het super leuk. daarna had Gijs het ook geprobeerd maar hij durfde niet echt maar deed het toch.
Wat we toen hadden gegeten in de avond zijn we vergeten maar het was vast super lekker.
En die avond zongen we weer:
bij Emp bij Emp is het fijn en gezellig fijn om hier te zijn
GIJS:
De volgende ochtend hadden we lekker stokbrood van de bakker gegeten. Toen kwam Marijn en hadden we met cazine gewandeld naar een plek waar WOI bommen scherven daarna zijn we naar de loopgraven geweest het was heel leuk en gaaf om te zien en het was super groot.
We gingen erin maar papa was weg toen we bijna bij het eind waren werden we bekogeld.
Er vielen er dennenappels uit de lucht we waren kansloos .en toen zagen we wie ons was aan het bekogelen: Marijn.
Hadden Emp en opa geluk dat ze wat voor ons waren aan het lopen.
Eenmaal terug had Emp een nieuwe oude tractor en een aanhangwagen.
Emp wou die aan de tractor vastmaken dus moest hij lassen maar hij had een foutje gemaakt als je een bocht maakt viel de aanhangwagen om.
Toen teun en ik erin zaten schrokken we allebei. Ik sprong eruit maar Teun dacht dat het een hobbel was en bleef zitten.
Gelukkig sprong hij er nog op tijd uit.
Iedereen was geschrokken maar het kwam goed .
In de avond gingen wij naar huis en iedereen vond het super leuk dus voordat we weg gingen zongen we weer het lied:
bij Emp bij Emp is het fijn en gezellig fijn om hier te zijn
Marijn
Ik was 14 toen Emp kwam. Ik had nooit gedacht nog een broer er bij te krijgen.
Ik was jong nog en had niet in de gaten dat Emp zou blijven.
Hij paste gewoon in ons gezin, trouwens er kon er best eentje bij.
Het werd plotseling druk in ons huis. Niet door Emp maar wel vanwege de vriendinnenvan Sas.
Zij hadden de weg naar ons huis gevonden. En Emp liet het zich welgevallen.
Ik heb veel in die jaren van hem geleerd. Hij was met vrienden naar de grotten in de Ardennen geweest en daarin geslapen. Hij heeft me ook leren liften. En ik heb met mijn vrienden jaren later ook in diezelfde grotten geslapen.
Emp en ik zouden de Mount Blanc gaan beklimmen. We hadden een plan. Dat wil zeggen: totaal onvoorbereid en ongetraind. We hadden nog nooit een berg beklommen. Maar goed, toen we er eenmaal waren schaften we stijgijzers en een helm aan.
Ook wreden we nog snel lid van de Bergvereniging Nederland We leenden een touw en een pikhouweel.
Normaal gesproken stap je in een treintje op weg naar een huisje waar je de eerste nacht blijft slapen. De volgende dag loop je in zes uur naar een volgende hut.
Op de derde dag probeer je dan de top te bereiken. Daar ben je dan om 19.00 uur.
Bij de eerste hut aangekomen lagen de collega klimmers ze al te snurken.
Er was slecht weer voorspeld de derde dag van de beklimming.
Wij hebben ons plan enigszins aangepast.
We zouden een nacht overslaan.
Die eerste nacht stonden we vroeg op en na zes uur bereikte we de tweede hut.
We liepen door en haalden na twee uur de groep uit de tweede hut in.
We floten een deuntje en monter stapten we door.
Overmoedig waren we. Zouden we onze overmoed niet gaan bekopen?
We moesten zien te overleven op snickers.
Dat is in de bergen niet erg verstandig.
We bereikten de derde hut konden gaan rusten.
De natte schoenen uitgedaan om te drogen.
Ik had nog extra paar schoenen meegenomen, maar die waren bevroren.
Stomkoppen.
Geen nood. We trokken uiteindelijk door naar de top, die we om twaalf uur bereikten.
Emp was als eerste boven op de top.
Op dat moment wisten we niet dat we pas halverwege waren.
We zouden met een gondel naar het dal teruggaan.
Bij het omlaag lopen zagen we in de verte de gondel vertrekken.
We waren wat vertraagd, zodoende.
We moesten derhalve te voet omlaag lopen naar het dal.
Immers, er ging geen gondel meer.
Met pijn in de knieën kwamen we om tien uur s’avonds beneden aan.
Maar geen nood. We hadden ons doel bereikt.
Emp bleef steeds de vrolijkheid zelve. Hij zette door zonder te klagen.
Was nooit chagrijnig. Bij nader inzien waren we ietwat overmoedig geweest.
Maar wat telde: We hadden het gered .
Ga allemaal staan. De benen wijd en steek een arm in de lucht.
En dan de andere.
Emp: zo stond je ook op het dak van de Mount Blanc.
En zo blijf ik je herinneren.
Empie bedankt
Bas
Empie! Bassie!
Zo begonnen onze ontmoetingen steevast. Ik weet niet meer precies wanneer ik Emp voor het eerst tegenkwam, maar in mijn herinnering was het tijdens een dagje zeilen in Eernewoude.
Ik vermoed als onderdeel van een boer Tjep weekend.
Ik was bij hem in de boot ingedeeld en met de volkomen zelfverzekerde air van ervaren zeeman stapte hij aan boord van het valkje en nam als vanzelfsprekend de leiding.
Ik dacht nog: zó, die weet waar ie het over heeft, ik bemoei me maar beter nergens mee. 10 minuten later dreven onze telefoons reeds rond in de half gezonken boot.
En dat brengt me meteen op het eerste punt dat ik met jullie wilde bespreken: Emps geruststellingen.
Niets waard. Uitermate overtuigend maar volkomen onbetrouwbaar.
Emp was iemand die als geen ander de indruk kon wekken dat de zaken onder controle waren. Het kon echter evengoed zo zijn dat ie geen flauw idee had.
En geconfronteerd met een niet helemaal als verwacht gelopen voorval, was zijn reactie vaak iets als: Jaaaah, neeeeuh, dat zijn de details.
Of: jaaah maar dat is puntbelasting (nee ik heb ook geen idee wat dat is).
Toch kreeg je er altijd een goed gevoel van.
Van zijn legendarische routebeschrijvingen hebben jullie al mogen genieten, maar wat niet veel mensen weten is dat hij ook een naam hoog te houden had als uitermate nauwkeurig voorspeller van reistijd.
Steevast werden wandelingen in de omgeving of autoritjes richting bezienswaardigheden drastisch te kort voorgesteld.
Tien minuten wandelen en dan lekker zwemmen,kon heel goed een uur zwoegen in de bloedhete zon door kniehoge modder betekenen.
En een halfuurtje rijden kon even goed anderhalf uur heen en anderhalf uur terug zijn.
Maar het maakte niet uit. Je was onderweg. Je maakte weer eens wat mee.
Ik liep deze week door het kantoor van Artsen zonder Grenzen en liep daar, niet toevallig, zijn eerste baas tegen het lijf.
Dat zal ergens rond 2001 zijn geweest.
Hij vertelde me: Engbert? Wat een fijne vent. Maar niet te managen. Een vrije geest. A free spirit.
Altijd bezig nieuwe dingen te bedenken en veel liever op zoek naar nieuwe uitdagingen om aan te gaan.
Hij was, het zal u niet verbazen, vooral graag en veel te vinden in de Eik, de vaste kroeg van ‘de artsen’ zoals ie dat noemde.
Maar op kantoor heeft hij zijn draai nooit echt kunnen vinden.
Veel te rusteloos om achter een bureau te zitten.
Veel liever maakte hij hier en daar een praatje.
Hij bleef op zoek. Woonboot verkocht met in het achterhoofd zijn droom om iets op te bouwen in Frankrijk. Het liefst een camping.
Daartoe heeft ie een tijdje in Lyon gewoond om Frans te leren, hetgeen hem gezien de advertentie in de krant van afgelopen week niet al te goed moet zijn afgegaan.
Gelukkig stond in diezelfde advertentie ook dat ie een afgetraind lichaam had. Dat maakt dan weer een hoop goed.
Één zomer heeft hij daadwerkelijk op een camping in Frankrijk gewerkt.
Om ervaring op te doen. Het vak te leren zeg maar. Als animator geloof ik. Daarna heb ik heb ik hem eigenlijk nooit meer over een camping gehoord.
Een huis moest het worden, een huis in Frankrijk.
Wat zal ik zeggen: De plannen mochten nog weleens veranderen.
Maar eerst nog, via een etage in Weesp, verhuist naar een soort aanleunwoning in St Nicolaasga om bij een zeilschool te gaan werken.
Lang verhaal kort: Het klikte niet met de Patron en het bleef uiteindelijk bij de spreekwoordelijke twee geweldige dagen, voordat ie boos de benen nam.
Toen is ie – wat mij betreft een godsgeschenk – dankzij Antoinette, in de boomhutten beland.
En daar is eigenlijk zijn nieuwe leven begonnen zou je kunnen zeggen.
Hout. Dat was zijn materiaal.
Hij kon alles bouwen, maar dan wel bij voorkeur van hout.
Had je een andersoortige klus, dan kwam ie steevast na even peinzen enthousiast met een alternatief in hout op de proppen.
Klussen. Er moest niet al te veel gepland worden. Er werd veel en graag geïmproviseerd.
Terwijl Sas en ik nog aan het dubben waren of haar keukenmuur nou dragend was of niet had Emp er, achter onze rug, al met een moker een mooi groot gat in geslagen.
Niet van dat benauwde!
En slapen in zijn bus. Rain or shine; zomer of winter.
Hij sliep steevast het liefst in zijn bus. Verwarming of niet.
Tijdens een klus in het land reed ie ‘s avonds na gedane arbeid door het boerenland, zocht een stil landweggetje op en dronk daar gezeten voor zijn bus in de avondschemering een glaasje wijn voor het slapen gaan.
Het was trouwens nog bijna allemaal verkeerd gelopen. Het had een haar gescheeld of hij had een baan als bibliothecaris gekregen bij de bieb in Amsterdam.
Kun je het je voorstellen?
Laten we God op onze blote knieën danken dat dat niet gelukt is, zeg.
Soms waren we voorzichtig bang dat hij misschien van de 12 ambachten en 13 ongelukken was, maar daar zaten we toch echt verkeerd.
Hij moest zijn eigen ding doen. Dat was het.
Vrij. Ongebonden. Van zichzelf. Aan niemand verantwoording schuldig. Met een grote grijns. Gelukkig had hij dat zelf veel eerder door dan wij.
Want vergis je niet.
Hij besprak graag urenlang de gewichtige en minder gewichtige dingen des levens.
Hij luisterde graag naar je adviezen en discussieerde met veel plezier over problemen en mogelijkheden.
Maar als het op beslissen aankwam dat deed ie dat graag zelf.
Dan moest je hem niet te dicht op zijn huid zitten.
Daar werd ie dwars van. Dan deed ie precies wat ie zelf dacht dat het beste was. Een vrije geest.
God Emp, wat hebben we een ruzie gehad.
En gepraat, urenlang, over het leven, de liefde, wat niet eigenlijk.
En gedronken niet te vergeten. Maar vooral: wat hebben we gelachen. God wat hebben we gelachen.
En als ik aan die vrolijke kop van je denk, moet ik weer lachen.
Ik vroeg gisteren aan Sophie of ze ook nog wat wilde zeggen en ze riep meteen enthousiast en zonder bedenkingen: “Bedankt Empie!”
En daar sluit ik me graag bij aan: “Bedankt Empie!”
Frieke
Lieve Emp, Ik wilde eigenlijk niets zeggen want het moeten natuurlijk mooie, grappige, ontroerende anekdotes zijn en je kent Rini, het moet nog inhoud hebben ook.
Maar Emp net als jij zijn de Rasenbergjes eigenwijs, dus ik ook.
Dus ik vertel geen mooie anekdotes en of het inhoud heeft weet ik niet.
Maar Lieve Emp, ik wil jou vertellen dat ik het fijn vond dat ik gisteren bij je was.
Ik zag dat je er niet meer was maar ik wilde het uit eerbetoon naar jou.
Dat je wist dat we er altijd voor je zouden zijn, dus ook nu. I
k kon je gewoon niet alleen laten.
En Emp, eigenlijk wist ik het al..
Je was daar gisteren niet meer.
Want weet je wat zo mooi is Linkie, je bent de hele tijd bij me, ik zie de hele tijd jouw blije hoofd om mij heen.
En ik zie je overal binnenlopen en zeggen Friekie…
En lieve Linkie, als dat het is waar ik het mee moet doen, dan is het goed…..
En nu hier vandaag Emp wil ik jou nog onze onvoorwaardelijke liefde voor jou laten voelen.
Want ik weet dat je het soms lastig vond in je leven om de liefde binnen te laten komen en te geloven dat dat echt was.
Maar jeetje Emp, ik mag hier niet vloeken, maar verdomme wat houden wij hier allemaal veel van je.
De jacht 1
De mannen rijden in colonne door het landschap. Gedwee achter elkaar aan. Ouwe landrovers of een wit bestelwagentje, om later de buit mee naar huis te nemen. Jagen zit de mens en vooral de man in het bloed. Ik heb nog nooit een vrouw in de optocht waargenomen. Hier in Frankrijk houdt men zich vooral bezig met de drijfjacht. Het landschap is er ook voor gemaakt althans waar ik verblijf. Licht glooiend akkerland afgewisseld met bos of bossages. Klein maar ook groot.
Het principe is simpel . Aan de ene kant van het bos begint een groepje mannen, wel of niet met een hond, te lopen. Aan de andere kant van het bos zit een rijtje mannen. De afstand onderling is precies dat je elkaar niet van je stoel schiet. Er wordt veel gezeten door de mannen. Of het moet toeval zijn dat iedere keer als ik voorbij rij de mannen wat ingedoken in hun jassen zitten. Er valt over het algemeen weinig actie te bespeuren. Het is geen in het rond schietende bende. Maar goed als dan eindelijk alles is geinstalleerd gaan de mannen lopen en het wild wordt opgejaagd. Voor de mannen aan de andere kant is het zaak om dan goed op te letten en te schieten op alles wat voor bijkomt.
Nee als ree, zwijn of konijn heb je het niet getroffen als je bent geboren op het land van een jager. Kans is erg klein dat je je einde vindt door een schot hagel.
Als er dan toch gejaagd moet worden dan is het de eenling die banjerd over de velden. Een grauwe ochtend, de muts nog eens strak over de oren getrokken. Over z’n schouder een ….type geweer. Wild heeft een kans en de jager is blij als hij wat schiet. Hij komt thuis legt z’n buit op de keukentafel. Vrouwlief is blij, een lekker stukje vlees. Een extra knuffel voor het slapen gaan.
De jacht 2
Sjouwend door de bossen kom je ze in de herfst vaak tegen. De mannen uitgedost in vrolijke oranje hesjes. Ze verzamelen op een plein in het dorp of bij de jachthut.
In hun kielzog gaan de honden mee. Hun taak is om het wild op te jagen
Laatst kwam ik zo’n hond tegen. Jong beestje, nog in opleiding. De mannen in oranje pakken waren in velden of wegen te zien. Ik liep hard, eerst had ik het niet in de gaten maar het kleine opdondertje holde met me mee. Ik had nog een lange weg te gaan door het bos naar de auto. Het hondje bleef maar rennen, denkend dat ik z’n baasje was. In het begin was het wel grappig maar na tien minuten begon ik toch te denken hoe nu verder. Ik wist dat de oranje mannen ergens anders aan het werk waren. Dus als we zo door zouden lopen zou ik over een half uur bij de auto staan met een hond.
Op een grote kruising zag ik men kans. Ik had al gezien dat hij door z’n jachtinstinct gericht was op de geluiden rondom hem heen. Je hoort altijd wel wat geritsel. Dus ik wachtte op de kruising, en het snuffelen begon. Eerst de weg in die ik moest nemen. Daar had ik weinig aan. Zo kon ik niet weg rennen. Na wat gesnuffeld te hebben kwam hij terug. Ander weggetje, weer snuffelen. Ik wilde wegrennen maar juist als ik weg ging, zag hij me en kwam al dartelend op me af rennen.
Ik nam de tijd de volgende keer wilde ik zeker zijn. Hij koos weer een weg, hij liep verder weg, en plots de struiken in. Dit was mijn kans. Ik nam een spurt en na 100 meter vloog ook ik de struiken in. Na vijf minuten had hij me nog niet gevonden. Ik hoorde wat verderop geblaf en ik waagde het erop. Ik rende snel weg, omkijkend of de kleine doerak achter me aan kwam. Het weggetje bleef leeg.
Onderweg stelde ik men geweten gerust, de hond zou al snel de weg terugvinden naar het jachthuisje, en het baasje zou alleen denken waar hij nou was geweest.
Ik vertelde het hele verhaal aan een vriendin. Ook zij kwam regelmatig jachthonden in het bos tegen, volledig afgemat, schuim op de bek, radeloos, niet wetend waar naar toe te gaan.
Ik begon me langzaam het lot van men medereiziger voor de geest te halen. Wat als hij nou niet de hut had gevonden. Die nacht kon ik maar slecht in slaap komen. Het kleine hondje veranderde in een groot monster dat verhaal kwam halen. Waarom liet je me daar achter?
Hoi allemaal,
Ben een paar dagen in Cestos, voor de begrafenis van de pharmacist van het ziekenhuis. Een heel ritueel dat drie weken duurt hier in Liberia. Ik ben hier uit naam van MSF, om MSF te representeren. Maar is niet echt zo zakelijk. Ik hou van Cestos en de mensen. Iedere dag, avond en nacht wordt er gewaakt in z’n huis. Dramatische taferelen spleen er zich af. Als we bij zijn huis aankomen, valt de weduwe in Patrick (onze administrator) armen roepend om Karbiah. Minutenlang licht ze in z’n schoot te huilen. Hij is al drie weken dood maar het verdriet is enorm groot.
Die avond (avond voor de begrafenis) is er een enorm feest. Honderden mensen. Overal is muziek en wordt er gedanst, gelachen en gehuild. Ik probeer het allemaal te begrijpen maar dat lukt niet echt, langzaam begint ook ik in een soort “feeststemming” te komen.
Een koor zingt. Ergens anders weer een ander koor. Er wordt bier verkocht in grote flessen. Maar vooral wordt er veel gin gedronken. Uiteindelijk komen de drums, en wordt het een dansende menigte. Ik voel me als blank mannetje in een bevoorrechte positie.
Na ruimschoots de curfew te hebben verbroken, richting huis.
De volgende dag de begrafenis. De kist wordt naar de kerk gedragen. Als we aankomen zit de kerk vol. Honderden mensen. Het is levendig, iedereen praat met elkaar, lacht en huilt. Er worden veel speeches gehouden. En er is veel respect voor de man. Ik doe ook m’n woordje. Ik zit vooraan naast de familie, de weduwe zit twee stoelen naast me. Ze gaat regelmatig op de grond liggen en huilen. Ze roept Karbiah, Karbiah waarom ga je weg….Hoe kan ik nou in m’n eentje voor de kinderen zorgen. Hij laat negen kinderen achter. Allemaal nog jong. Het geld dat MSF heeft gegeven is opgegaan aan de drie weken rouwen en de kist. Ze heeft niks meer.
Als de familie afscheid neemt wordt het echt heel dramatisch. Twee mannen vallen flauw, en worden naar huis gebracht. Iedereen huilt. Een tante treed kordaat op, en helpt iedereen die op de grond ligt weer op de been.
De kist wordt naar de begraafplaats gedragen. Eerst nog langs het ziekenhuis. De mannen rennen nu werkelijk met de kist door en rondom het ziekenhuis. Mensen worden onder de voet gelopen. Dan gaat de kist richting graf waar het wordt bijgezet.
Pain
Brood is heilig in Frankrijk. De bakker staat hoog in aanzien, het is een metier. Alle dagen staat hij te zwoegen om iedereen te voorzien van z’n brood. Al jaren hetzelfde, er veranderd immers maar weinig in ons geliefde landje.
Alle dagen wordt het bij me aan de deur gebracht. Maandag niet. En dat houden ze altijd vol. Valt eerste kerstdag op een zondag, dan is er brood, valt eerste kerstdag op maandag, is er geen brood, want het is maandag.
Bezorgen gaat simpel, staat men auto voor de deur, dan wordt er gestopt.
Het busje is niet al te best, soms gaat de achterklep open omdat de schuifdeur het weer eens af liet weten.
Ook als het te slecht weer is wordt er alles aan gedaan om het brood op de juiste plaats te krijgen.
Laatst was de weg onbegaanbaar door de sneeuw. Ook voor mij was het geen doen om de weg op te gaan om zelf een brood te gaan halen. Dus ik stelde me al in op een dagje zonder brood. Voor een fransman ondenkbaar.
Op men rondje hardlopen zei Laurent men buurman dat mijn brood bij hem thuis lag. et was bezorgd Het was be
Het was bezorgd in het dorp verderop waar de weg wel begaanbaar was. En Laurent was al het brood even gaan halen met de tractor.
Na het hardlopen liep ik even langs om men brood op te halen maar er was niemand thuis. Laurent was zeker ergens bezig op het land of verderop in de stallen. Dus ging naar huis en loop langs het huis van de buurvrouw, het raam stond wagenwijd open. Vreemd het was midden winter. Ik ging even kijken. En daar stak Madam Police (zo heet ze echt) parmantig haar hoofd door het raam met mijn brood. Ik dronk nog even een kopje koffie en ging met men brood naar huis.
Eindelijk was het brood thuis, smaakte heerlijk.
De eerste Wereldoorlog laat nog steeds z’n sporen na. Je zou het niet zeggen als je hier door de vriendelijke Franse Ardennen rijdt. Mooi glooiend landschap. Hier en daar staat er een koe. De mensen zijn misschien wat schuw maar als je een gesprekje met ze aanknoopt smelten ze als sneeuw voor de zon. De houtleverancier waar ik men brandhout haal is een aller aardigste man. Hij rijdt, nou zeg maar scheurt, met z’n Amerikaans jeep hier over de wegen. Het is erg koud deze winter, dus voor een hout boer zijn het drukke tijden.
Als ik aan hem vraag of het niet koud is in z’n open jeep zegt, hard werken dan krijg je het nooit koud.
Als hij het hout komt brengen zegt ie dat ie nog een goeie kachel voor me heeft. Ik moest maar even met hem mee rijden. Tussen al het oude ijzer staat het ouwe beestje. De rest van het oude ijze bestaat uit overblijfselen uit de eerste Wereldoorlog. Bomscherven, hulsen, en enorme pinnen die gebruikt werden voor het prikkeldraad. En ja als je die dus tegenkomt met je enorme bos tractor dan is het gebeurt met je enorme band. Hoofdschuddend laat de houtboer een band zien. 2500 euro lichter.
Veertig jaar
Veertig worden is voor veel een reden om feest te vieren. Ik ben hier aan het werk, niet echt tijd om er veel aandacht aan te besteden. Leeftijd is hier een vreemd begrip, niet iedereen weet precies hoe oud iemand is. Sommige mensen worden oud. Zeventig, tachtig jaar, wel een uitzondering. Sterke mensen, maar door veel tegenslagen kan het noodlot plots toeslaan. Iemand overlijdt, als ik vraag wat er gebeurt is weet men vaak niet waarom. Plots was ie dood. Zwak hart of ziek, maar geen geld om naar dokter te gaan, het blijft vaak gissen.
Op deze voor mij heugelijke dag zijn we op de fiets naar Little Koola. Hier staat een kliniek die we gaan openen op het moment dat de brug gemaakt is. Een proces dat wel enkele maanden kan duren. We doen hier en daar een donatie in de vorm van zakken cement of Food-for-work. Little Koola ligt een uurtje fietsen vanaf de grote weg. Een bosweg vol kuilen, keien, takken. Mensen lopen voornamelijk over deze weg. Auto’s komen er niet vanwege de kapotte bruggen. We passeren af en toe een paar hutjes. Vriendelijk wordt er geroepen en gezwaait.
Ik denk af en toe aan men verjaardag. Tja wat zou ik gedaan hebben als ik in Nederland zou zijn. Plotseling komt er een fietser ons tegemoet. Op z’n fiets heeft ie een radiootje gemonteerd dat een hels kabaal maakt in het mooie stille oerwoud. Maar als het geluid dichterbij komt krijg ik men mooiste verjaardagskado: Uit de luidspeker klinkt toch werkelijk: HAPPY BIRTHDAY, HAPPY BIRTHDAY TO YOU !!!!
Voetballen is een volkssport, ook hier in Liberia is iedereen, maar voornamelijk het mannelijke geslacht, bezig met voetbal. Ze zijn supporter van de grote europese clubs: Manchester, Barcalona en AC Milan. Nederland is vooral vertegenwoordigt door de individuele klasse van Van Nistelrooy. Zelf zijn ze natuurlijk ook actief. Op ieder meestal plat, maar vaak ook heuvelachtige gras/zand veldjes word vol passie gevoetbald. Het zou me niets verbazen als over 15-20 jaar het mondiale voetbal overheerst wordt door de Afrikaanse landen. Het is power en inzet. Geen haar op men hoofd die overweegt een potje mee te voetballen. Er blijft niks van me over. Het is een hel. Natuurlijk wordt al het voetbal bekeken. Hier in Liberia beschikt het gemiddelde huishouden niet eens over een fiets of gasfornuis laat staan een televisie. Dus wordt er buiten de deur gekeken. In ieder gehucht van meer dan tien huizen kun je wel ergens een satelietschotel vinden. Ik kijk in een soort zaaltje naar de finale Liverpool – AC Milan. Als ik binnenkom wordt er net gelijkgemaakt: 3-3. Een zinderend einde met verlengingen en strafschoppen volgt. Het moge bekend zijn wie er heeft gewonnen. Hier sta ik in het aardedonker, in de verte is het groene scherm te vinden. Als blank mannetje sta ik hier achteraan, ik probeer een glimp op te vanen van Seedorf en andere grote mondiale spelers. Naast me staat een klein potig jongetje, hij schreeuwt het uit bij iedere aanval van AC Milan. Zal ik naar z’n naam vragen of nee nog beter is een handtekening. Leslie Simbo die in 2022 Liberia naar de finale schiet. Die ze trouwens kansloos verliezen van het oppermachtige Congo.
Pain
Brood is heilig in Frankrijk. De bakker staat hoog in aanzien, het is een metier. Alle dagen staat hij te zwoegen om iedereen te voorzien van z’n brood. Al jaren hetzelfde, er veranderd immers maar weinig in ons geliefde landje.
Alle dagen wordt het bij me aan de deur gebracht. Maandag niet. En dat houden ze altijd vol. Valt eerste kerstdag op een zondag, dan is er brood, valt eerste kerstdag op maandag, is er geen brood, want het is maandag.
Bezorgen gaat simpel, staat men auto voor de deur, dan wordt er gestopt.
Het busje is niet al te best, soms gaat de achterklep open omdat de schuifdeur het weer eens af liet weten.
Ook als het te slecht weer is wordt er alles aan gedaan om het brood op de juiste plaats te krijgen.
Laatst was de weg onbegaanbaar door de sneeuw. Ook voor mij was het geen doen om de weg op te gaan om zelf een brood te gaan halen. Dus ik stelde me al in op een dagje zonder brood. Voor een fransman ondenkbaar.
Op men rondje hardlopen zei Laurent men buurman dat mijn brood bij hem thuis lag. et was bezorgd Het was be
Het was bezorgd in het dorp verderop waar de weg wel begaanbaar was. En Laurent was al het brood even gaan halen met de tractor.
Na het hardlopen liep ik even langs om men brood op te halen maar er was niemand thuis. Laurent was zeker ergens bezig op het land of verderop in de stallen. Dus ging naar huis en loop langs het huis van de buurvrouw, het raam stond wagenwijd open. Vreemd het was midden winter. Ik ging even kijken. En daar stak Madam Police (zo heet ze echt) parmantig haar hoofd door het raam met mijn brood. Ik dronk nog even een kopje koffie en ging met men brood naar huis.
Eindelijk was het brood thuis, smaakte heerlijk.
De eerste Wereldoorlog laat nog steeds z’n sporen na. Je zou het niet zeggen als je hier door de vriendelijke Franse Ardennen rijdt. Mooi glooiend landschap. Hier en daar staat er een koe. De mensen zijn misschien wat schuw maar als je een gesprekje met ze aanknoopt smelten ze als sneeuw voor de zon. De houtleverancier waar ik men brandhout haal is een aller aardigste man. Hij rijdt, nou zeg maar scheurt, met z’n Amerikaans jeep hier over de wegen. Het is erg koud deze winter, dus voor een hout boer zijn het drukke tijden.
Als ik aan hem vraag of het niet koud is in z’n open jeep zegt, hard werken dan krijg je het nooit koud.
Als hij het hout komt brengen zegt ie dat ie nog een goeie kachel voor me heeft. Ik moest maar even met hem mee rijden. Tussen al het oude ijzer staat het ouwe beestje. De rest van het oude ijze bestaat uit overblijfselen uit de eerste Wereldoorlog. Bomscherven, hulsen, en enorme pinnen die gebruikt werden voor het prikkeldraad. En ja als je die dus tegenkomt met je enorme bos tractor dan is het gebeurt met je enorme band. Hoofdschuddend laat de houtboer een band zien. 2500 euro lichter.
Veertig jaar
Veertig worden is voor veel een reden om feest te vieren. Ik ben hier aan het werk, niet echt tijd om er veel aandacht aan te besteden. Leeftijd is hier een vreemd begrip, niet iedereen weet precies hoe oud iemand is. Sommige mensen worden oud. Zeventig, tachtig jaar, wel een uitzondering. Sterke mensen, maar door veel tegenslagen kan het noodlot plots toeslaan. Iemand overlijdt, als ik vraag wat er gebeurt is weet men vaak niet waarom. Plots was ie dood. Zwak hart of ziek, maar geen geld om naar dokter te gaan, het blijft vaak gissen.
Op deze voor mij heugelijke dag zijn we op de fiets naar Little Koola. Hier staat een kliniek die we gaan openen op het moment dat de brug gemaakt is. Een proces dat wel enkele maanden kan duren. We doen hier en daar een donatie in de vorm van zakken cement of Food-for-work. Little Koola ligt een uurtje fietsen vanaf de grote weg. Een bosweg vol kuilen, keien, takken. Mensen lopen voornamelijk over deze weg. Auto’s komen er niet vanwege de kapotte bruggen. We passeren af en toe een paar hutjes. Vriendelijk wordt er geroepen en gezwaait.
Ik denk af en toe aan men verjaardag. Tja wat zou ik gedaan hebben als ik in Nederland zou zijn. Plotseling komt er een fietser ons tegemoet. Op z’n fiets heeft ie een radiootje gemonteerd dat een hels kabaal maakt in het mooie stille oerwoud. Maar als het geluid dichterbij komt krijg ik men mooiste verjaardagskado: Uit de luidspeker klinkt toch werkelijk: HAPPY BIRTHDAY, HAPPY BIRTHDAY TO YOU !!!!
Voetballen is een volkssport, ook hier in Liberia is iedereen, maar voornamelijk het mannelijke geslacht, bezig met voetbal. Ze zijn supporter van de grote europese clubs: Manchester, Barcalona en AC Milan. Nederland is vooral vertegenwoordigt door de individuele klasse van Van Nistelrooy. Zelf zijn ze natuurlijk ook actief. Op ieder meestal plat, maar vaak ook heuvelachtige gras/zand veldjes word vol passie gevoetbald. Het zou me niets verbazen als over 15-20 jaar het mondiale voetbal overheerst wordt door de Afrikaanse landen. Het is power en inzet. Geen haar op men hoofd die overweegt een potje mee te voetballen. Er blijft niks van me over. Het is een hel. Natuurlijk wordt al het voetbal bekeken. Hier in Liberia beschikt het gemiddelde huishouden niet eens over een fiets of gasfornuis laat staan een televisie. Dus wordt er buiten de deur gekeken. In ieder gehucht van meer dan tien huizen kun je wel ergens een satelietschotel vinden. Ik kijk in een soort zaaltje naar de finale Liverpool – AC Milan. Als ik binnenkom wordt er net gelijkgemaakt: 3-3. Een zinderend einde met verlengingen en strafschoppen volgt. Het moge bekend zijn wie er heeft gewonnen. Hier sta ik in het aardedonker, in de verte is het groene scherm te vinden. Als blank mannetje sta ik hier achteraan, ik probeer een glimp op te vanen van Seedorf en andere grote mondiale spelers. Naast me staat een klein potig jongetje, hij schreeuwt het uit bij iedere aanval van AC Milan. Zal ik naar z’n naam vragen of nee nog beter is een handtekening. Leslie Simbo die in 2022 Liberia naar de finale schiet. Die ze trouwens kansloos verliezen van het oppermachtige Congo.