Essay: zijn dieren zielig?
IN DEN BEGINNE….
God, of laten we hem de Grote Schepper noemen,schiep de aarde met mensen, dieren en planten. Na zes dagen zat het karwei er op. Daar stond de eerste mens met zijn verstand en zijn gevoel. Om te overleven stond de natuur met al zijn grillen hem ten dienste. Hij gaf de dieren en planten een naam.De mens kon beschikken over wat de natuur hem bood. Naar hartelust ging hij op jacht, bewerkte het land en plantte zich voort.Overleven moest en zou hij.De natuur was hem niet altijd gunstig gezind, dieren met hun instincten waren hem vaak te slim af. De mens deed er goed aan om in harmonie met zijn directe omgeving te leven.Paarden en koeien waren niet alleen leveranciers van voedsel en vlees, ze leverden ook trekkracht en konden dienst doen als vervoermiddel. Evenwicht en harmonie, zo heeft de schepper het hoogstwaarschijnlijk bedoeld. Zo is het eeuwen en eeuwen gegaan. Alles volgens plan.
IN DEN BEGINNE….
De Schepper heeft mens en dier op de aarde gezet om te leven en zich voort te planten. De opdracht komt in feite neer op: zien te overleven.
Dat betekent : V.V.V.: Vreten, Voortplanten, Veiligheid. Mens en dier zijn daarom continu bezig aan die opdracht gevolg te geven. Het is een gevecht, oorlog vaak om plaatsbepaling of rangorde . De met ( een extra V) verstand toegeruste mens poogt voortdurend met wisselend succes vrede en orde te brengen in de chaotische wereld. Ondanks alles: Eeuwig duurt het overlevingsgevecht.
INTRINSIEKE WAARDE EN INTEGRITEIT
Hoe ethisch of groen je ook bent , je moet beseffen dat je vanaf je geboorte een aanslag doet op het planten en dierenrijk.
Ieder mens vreet een stukje aarde op en laat iets milieuvervuilends achter als dank.
Die aarde weet met dat afval heus wel raad.
De mens heeft verstand en een stukje bewustzijn dat hij min of meer heeft volgestopt met normen en waarden.
Je kunt die la het geweten noemen.
Belangrijk is de inhoud van het laatje. Als er een etiket op staat met het woordje RESPECT, dan ben ik zeer tevreden.
Welke plaats het dier in een bepaalde eeuw ook inneemt, het dier eist dat we het met respect behandelen.
Het is toch niet voor niets op de aardbol neergezet?
Het dier heeft een zogenaamde intrinsieke waarde. Hierbij kijken we nu eens niet naar de waarde die het dier voor de mens heeft, maar naar de eigenwaarde.
Jammer dat een dier zich niet de vraag kan stellen: waarom ben ik hier op aarde.
Het antwoord zou ongetwijfeld zijn: om hier een gezond ,lang en fijn leven te hebben.
NOU DAN!
Het dier is door de schepper zo neergezet als hij bedoeld heeft.
Ook daarin moeten wij de schepping respecteren.
De integriteit van het dier mag niet in het geding zijn.
We moeten dat wat geschapen is intact en HEEL laten en als zodanig laten functioneren.
Dieren hebben net als mensen rechten. Recht op een goede gezondheid, op een leefomgeving die past bij het karakter en lichaamseigenschappen van het dier.
Het dier moet in zijn dagelijks leven kunnen zijn wie het is en waarvoor het bestemd is..
Bij respect hoort het woordje beschaving. Het zal dus duidelijk zijn dat respect een relatieltief begrip is . Het is tijdsgebonden. Want niet iedere beschaving staat op een even hoog peil. In feite zou respect ten alle tijden zijn onaantastbare lading moeten kunnen behouden.
JAREN 50
Op een goede dag was ik er. Jongste zoon van een boer.
Mijn vader was een boer van de oude stempel. Hij runde een gemengd bedrijf met varkens, koeien ,kippen en paarden. Vader ging niet op jacht. Met zijn paarden beploegde hij het land.
Met de hand molk hij de koeien. Vrouw en kinderen hielpen hem bij het oogsten van graan, aardappelen en suikerbieten.
Alles verliep in eenvoudige armoede en op rolletjes.
De dieren hadden zich door de eeuwen heen aangepast aan de boerderij.
Er was een wederzijdse afhankelijkheid.
De mens beschikte uiteindelijk over het lot van het dier. Als het economisch nut wegviel werd het dier geslacht.
De paarden speelden een belangrijke rol op de boerderij. Ze werden ingezet bij het bewerken van de akker. Het eggen ploegen en zaaien.
Dat was zwaar werk zo nu en dan. Ik zie nog de beelden voor me van transpirerende knollen,
die diep in de modder weggezakt hun last trachtten voort te trekken.
Vader moedigde hen met luide stem aan. Soms sloeg hij met de leidsel op de beesten in en zelfs een stok werd gebruikt.
Een kleine prikkel was vaak voldoende om de volgeladen wagen op gang te brengen.
Soms kregen paarden wat rust. Vader deed een dutje. Daar stonden de paarden, dampend in het zweet. Nog zie ik hoe de dazen rond die hete lijven kringelden en zich plots vastzogen in de huid van het arme paard.
Gemeneriken vond ik het. Ik wist hoe die beten aanvoelden, immers mij belaagden zij ook.
In grote getalen en niet aflatend doken zij op onze paarden neer.
Ik stond soms minutenlang de enge bloedzuigers, die vastgeklampt zaten, dood te slaan.
Paardrijden
Ik vond het abnormaal in die tijd, dat iemand op een paard ging zitten en er plezier aan kon beleven. Je ging er uit respect voor dat hardwerkende dier niet bovenop zitten.
Lieden, die zich op deze manier vermaakten, vond ik luiaards . Ik wou met hen niets te maken hebben.
Begrijpelijk dat deze ingebakken idee eigenlijk nooit uit mijn hersens is weggeëbd.
” Natuurlijk is paardrijden voor mens en dier een pracht soort ontspanning.” beweerde ik later met enige tegenzin .
De reden was duidelijk: ik had een vriendinnetje, dat paard reed. Vandaar. Ik kwam al spoedig tot de ontdekking dat ik haar liefde moest delen met paarden, hondjes en katten.
Ik werd er nog jaloers door ook. Moest je zien ,hoe zij het poesje aaide, dat bij haar op schoot zat. Helaas,(gelukkig) schoot het schichtige beestje regelmatig in mijn bijzijn weg.
Boerderijpoesen waren er om muizen te vangen En als ze de paarden haar een “kopje” gaven, smolt ze helemaal weg..
Jacht
Vader was niet zo gesteld op vriendinnetjes van andere stand. “Mensen, die hun handen niet willen gebruiken waren lui en minderwaardig “, opperde hij.
Aan de andere kant keek hij op tegen de gegoede stand. De dokter , de burgemeester en de notaris waren graaggeziene gasten. Van die lui walgde ik. Zij hadden hun jachtgebied in onze polder. Geholpen door mijn vader en andere boeren uit de omgeving mochten die rijke heren hazen , konijnen en patrijzen afschieten.
Honden en boeren dreven het wild richting die uitbuiters. “Kunnen ze wel”, riep ik uit. Vader zei dat ik mijn grote mond moest houden. “Die mensen konden belangrijk zijn voor ons”,meende hij. “Je wist het maar nooit, daar kun jij als je groot bent ook je voordel mee doen” .”Ik heb die lui niet nodig”,riep ik brutaal.
Mijn agressie tegen lieden die jagen is gebleven. In jagers zie ik de uitbuitende klasse, die ongeremd kon doen en laten wat ze wilde. Dat geldt nog steeds. Jagen is een uitje, een plezierreisje door de landerijen en weilanden. Natuurlijk is jacht een instituut dat is ingesteld om de dierpopulatie in evenwicht te houden met de omgeving. Hoe je het ook went of keert: dieren zullen ten alle tijden moeten worden afgeschoten. Ik heb geen moeite met dat heilige moeten, maar wel met lieden die het vonnis ten uitvoer moeten leggen. Hoe kun je plezier beleven aan beulenwerk?
Kippen slachten
Toen ik 14 jaar was stond mijn besluit vast:ik word later veearts.Dus keek ik iedere zaterdag toe hoe mijn moeder een kip slachtte.”Kijk maar goed”, zei ze “hoef ik het niet meer voor te doen”. En wat ze met dat”het” bedoelde, had ik liever niet geweten. Ze zocht een gezonde jonge haan uit de koppel , greep het beest na enig heen en weer gesjouw, en nam hem in een soort houdgreep. Ze gebood mij de kop vast te houden. Ze trok aan het achterlijf en legde het spartelende beest op een houtblok. Met een ferme klap werd de kop van het lijf gescheiden. “Voelt ie niks van”, zei ze. “Volgende week mag jij het doen.” Het karwei was voorwaar geen pretje. Mijn vriendjes vonden het de normaalste zaak van de wereld, dat ik dit wekelijkse werkje opknapte. “Jij wil toch veearts worden later? Nou dan!”
Koeien
In de zomer liepen de koeien in het weiland. Als de zon de mussen van het dak brandde zochten de koeien beschutting onder de bomen.Bomen? Vaak stond er geen enkele boom of struik rond het weiland. Als het in de herfst koud en nat was, zochten de koeien beschutting en warmte in een stalletje. Stalletje? Nergens een stal of iets wat er op leek te vinden. Was er een droge zomer, groeide er weinig gras. Dus weinig melk. Bij een nat najaar gaven de koeien ook minder melk. Men accepteerde de invloeden van het weer als een onherroepelijk gegeven. Je kon het niet beinvloeden. Een koe gaf soms 12 liter melk en dan weer 6 liter melk per dag. Vader sliep er geen nacht minder om. In de winter stonden de koeien op stal. Vastgebonden aan een ketting. Liggen en opstaan, vanaf November tot eind April. Een mooi gezicht, die beesten op een rij zwaar ademend in een bedompte stal.De ammoniaklucht hing in de gierkelder.De koeien schenen er geen hinder van te ondervinden.Wel lagen sommige dieren wel iets te lang op hun luie kont. Dat had een reden. De klauwen waren aangetast door mest en urine.Soms werd de veearts geroepen om het arme dier van zijn pijnen te verlossen.Dat het beest pijn had en daardoor vermagerde en dientengevolge minder melk gaf, drong blijkbaar nooit tot mijn vader door. Als hij dat geweten had, zou hij de veearts eerder hebben ontboden.
Varkens
De varkens en kippen hadden een luizenleven. In de zomer zag je her en der de varkens in een modderpoel liggen .De kippen scharrelden over het erf rond. Een vredig schouwspel, dat wel. Je wist maar al te goed, dat het maar van korte duur was. Soms praatte ik tegen de varkens en kippen. “Ik kon er ook niks aan doen,dat jullie het einde van het jaar niet zouden halen”, verontschuldigde ik me vaak.
Onze hond
Ik hield veel van onze hond. Toch scheen het dier anderen overlast te bezorgen. Regelmatig kwam het arme dier thuis met een rammelend goedje aan zijn staart gebonden. Lege verfbussen waren het. Het dier zette het op een lopen , jankend en piepend.
Er werd hardvochtig en medogenloos afgerekend met dieren die schade berokkenden aan land of goed. Je moest er niet moeilijk over doen. Het was de geest van de tijd.
Katjes teveel? Die werden in een zak gestopt vol stenen. Vanzelf zonk de inhoud naar de bodem van een sloot.
VEEARTS
Ik werd veearts. Ging eind jaren zestig de praktijk in. Vast van plan om aan die harde opstelling van de boer jegens het dier iets te veranderen. Al snel moest ik ervaren dat de boeren de baas waren.Zij dicteerden de veearts wat er te doen stond. O wat had ik er moeite mee om me te voegen in dat rolpatroon Boeren castreerden vroeger zelf hun katers. Het beest werd met kop en lijf in een laars gestopt, de staart opgetild en het onsmakelijke karwei nam een aanvang. Ik verzette me natuurlijk tegen die gang van zaken en wees de boeren op de verwerpelijke dieronvriendelijke instelling van zo`n handeling. “Doe jij het dan maar”, zeiden ze lachend brutaal. Daar stond ik dan. Ik gebruikte.bij gebrek aan een doelmatig slaapmiddel, een dot watten verzadigd van ether om de katers onder zeil te brengen. Als de kater, eenmaal slapend, nog reactie vertoonde hield mijn vrouw het kapje wederom om de snuit van het dier. Als ze even niet oplette was het gedaan met de ademhaling. Ofwel het beest sliep zijn roes uit ,maar was te zwaar beneveld om weer bij bewustzijn te komen. Menig kat is ondanks al mijn goede bedoelingen gesneuveld op de operatietafel Toen dat een keer gebeurde bij zo,n “zelfcastrerende boer”,riep de man boos uit:“Wat schiet ik daar nou mee op”? “Moet ik zeker ook nog dokken voor een doje kater”? “Onder mijn handen is er nog nooit een kater gesneuveld”.
Biggen werden zonder narcose gecastreerd. De boer pakte het schreeuwend biggetje met zijn grote handen beet, spreidde de pootjes en commandeerde” snijen maar”. Stieren werden gecastreerd door met een zware tang de zaadstrengen kapot te kneuzen. De boer kneep zijn vingers diep in de neusgaten van de stier. Het beest kon geen kant op. Plaatselijke verdoving vond de boer te lastig en tijdrovend. Het mocht vooral geen geld kosten.
Vaak werd ik als dierenarts bij een verlossing geroepen. De geboorte van een koe die voor de eerste keer moet kalven verloopt niet altijd even makkelijk. Hoe groter de koe, deste ruimer is het bekken en dus ook de geboorteweg. Kwam het kalf niet vanzelf ,dan hielp de boer wel een handje. En met hem stond de hele buurt klaar om het karwei te klaren. Sterke boerenzonen konden hier hun krachten tonen aan het schone vrouwvolk. De vaars( zo heet zo,n eerste kalfskoe) brulde het soms uit van de pijn. ‘Vaak gaf de vrouw des huizes een gil om aan te geven dat men moest stoppen met trekken. Dan werd er gedwee gehoor gegeven aan haar oproep tot diervriendelijkheid. De dierenarts moest opdraven. Zou het hem wel lukken? Ja, dat lukte soms. Als er een pootje verkeerd lag of de kop van het kalf achterover was geslagen. Of als het een tweeling betrof. Hadden die boerenkinkels al die tijd aan twee pootjes getrokken die niet bij een kalfje hoorden.
Lukte het mij niet,dan bleef er een oplossing over. Het kalf moest in de baarmoeder worden doorgezaagd, zodat het bij brokken en beetjes naar buiten kon komen.
Je deed je werk onder het motto” Wat moet ik anders”?We hadden op de universiteit scholing gehad in dat afzagen van ongeboren vruchten. Ieder handeling moest volgens de regels verricht worden. Nooit werd er gesproken over de rechten of pijnbeleving van het vaak nog levende kalf dat zich in de baarmoeder van de moederkoe bevond. Je moest er niet moeilijk over doen. Het was de geest van de tijd.
WELZIJN
Hadden de koeien paarden kippen en varkens honden en katten het bij ons op de boerderij naar hun zin? Werd er onnodig leed berokkend?
Een ding was zeker:de dieren stonden ons ten dienste. Ze moesten iets opleveren.
Ze moesten vrucht afwerpen. Aan het dier werd niets gevraagd. De kaarten waren geschud. Toch was er niemand bij gebaat om de dieren tekort te doen. De paarden moesten trekken, de koeien melk geven. Ze moesten liefst ieder jaar drachtig worden, zodat er voor nakomelingen gezorgd werd. Zelfs de hond werd op waarde geschat. Hij bewaakte het erf, ving een mol of een haas.
Gezien vanuit mijn kinderogen was ik vaak niet gelukkig met de manier van houden van huisdieren. Ik vond het zielig dat de koeien de hele winter inde stal lagen vastgebonden aan een ketting.Waarom mochten ze niet loslopen in een grote schuur,vroeg ik me af. Zijn ze toch veel beter af? Toch zag ik dat mijn vader lief wasvoor zijn beesten. Op zijn manier dan. Als ik klaagde over het lot van de beesten, snauwde vader me af.”Waar bemoei jij je mee,snotaap”.Ik hield wijselijk mijn mond en sprak de beesten soms bemoedigend toe.
Had ik als kind het gevoelsmatig bij het rechte eind? Kinderen voelen instinctmatig dat dieren hun trouwe kameraden zijn. Aan de andere kant daagt het kind een hond uit.. Het trekt aan staart en poten.Gaat er zelfs bovenop zitten. Het steekt zijn vingertjes in de ogen van het dier.De hond toont zich welgevallig. Lijkt een onderdanige rol te spelen. Wat is hier gaande? Is dit nog spel? Of is dit een zoeken naar zijn plek in de rangorde? Of denkt de hond :”och het is maar een kind, laat het maar begaan”?
Vraagtekens
Na een jaar praktijk uitgeoefend te hebben in en rond de grote rivieren, trok ik naar het zuiden. Daar waren de boeren niet zo hard, niet zo goed gebekt ook als hun colega,s uit noordelijke streken. Hier sputterden de boeren minder tegen als ik voorstelde om stieren die ik moest castreren vooraf een plaatselijke verdoving te geven. Waren de stieren hier beter af, dan die beesten die ik zonder verdoving had gecastreerd? Als ik de zaadstreng wilde verdoven, moest ik de testikel grijpen , aanspannen en enkele milliliters vloeistof inspuiten.Deze procedure duurde evenlang als het castreren door middel van kneuzen met de tang. Bovenstaande is te vergelijken met een loszittende duimnagel. Het aanbrengen van een plaatselijke verdoving is pijnlijker dan de verwijdering in een ruk zonder verdoving.
Met een vanzelfsprekendheid verrichtte de boer handelingen bij zijn dieren, zonder zich af te vragen of hij de de beesten leed berokkende..
De vraag is derhalve gerechtvaardigd of dieren toentertijd veel pijn leden?
Pijn
Wat is pijn? Kun jele dieren pijn meten? We weten niet veel over pijn. Het is niet zichtbaar te maken of in cijfers uit te drukken. Je kunt wel aan iemands gezicht zien of hij pijn voelt. Het voelen van pijn heeft een nuttige beschermende functie. Mens en dier zouden zichzelf onherstelbaar letsel toebrengen.
Pijn is echter vooraal onaangenaam. Pijnbeleving is echter een puur individuele kwestie. Het ene individu is pijngevoeliger dan de ander. Pijnbeleving is dus sterk afhankelijk van de psychische geaardheid of toestand van een persoon. Want is het geen vreemd fenomeen dat veel mensen in hun liefdesrealtie pijnprikkels als een sexuele stimulans ervaren?
Mensen, die psychisch labiel zijn, zullen pijnprikkels eerder als zeer belastend ervaren, dan hun sterker in zijn schoenen staande medemens.. Zij zullen vanuit hun optiek ook sneller geneigd zijn om het woord “dierenmishandeling” in de mond te nemen.,omdat zij hun eigen gevoelens projecteren op het vermeende mishandelde dier. Het dier wordt vooral door deze groeperingen vermenselijkt. Zij denken en vele dierenbeschermers met hen dat dieren pijn opdezelfde manier ervaren als de mens.
Daarom wordt er regelmatig actie gevoerd om het zogenaamde noodlijdende wegkwijnende dier ter wille te zijn. Zij nemen hun eigen menselijke gevoelens als maatstaf.
Wie heeft hier pijn?
Mijn hond heeft pijn in zijn rug ,dokter.Hij heeft pijn als hij slikt, knikt , kruipt en sluipt, dokter.
“Zet het beest maar op tafel,mevrouw en vertel eens precies wat de klachten zijn mevrmijn hond heeft vreselijke pijn”. “Hij heeft pijn als hij slaapt, als hij gaapt en als hij .. heeft hij pijn”..
“Dat is inderdaad vervelend ,mevrouw.”’
“Ik zal hem even onderzoeeken, mevrouw”
“Doe hem geen pijn dokter dokter, want hij heeft pijn in zijn rug in zijn kop in zijn bek in zijn staart.”
“Niet huilen mevrouwtje, hij is nog niet dood”.
“Maar hij heeft zo,n pijn dokter”.
“Het is inderdaad om wanhopig van te worden mevrouw”.”Zegt U dat wel dokter”
“Ik zal uw hondje wel kunnen helpen, mevrouw”.
“Hier heb ik wat kalmeringspillen”.
“Kalmeringspillen, wat moet mijn hond daarmee dokter?”
“Nou mevrouw als U driemaal daags een tablet slikt, wordt Uw hond snel beter mevrouw,tot ziens.
De levens-vreugde en kwaliteit van dieren wordt niet, zoals bij de mens, beinvloed en geremd door geestelijke inzinkingen. Het beest kent ook geen angst voor ziekte of pijn. Het beest kent wel angst voor pijn, wanneer hij in eenzelfde situatie teruggebracht wordt, waarin pijnbeleving een rol speelde. Het herhaald bezoek aan een dierenarts
Is daarvan een duidelijk voorbeeld..
Als die laatste veronderstellingen kloppen, zullen dieren over het algemeen minder pijnbeleving ervaren dan de mens.
Is het bij nader inzien niet dom om te beweren dat de goed gebekte Zuid-Hollandse boer door hun kordate optreden minder angst en pijn bij hun dieren opwekten, dan het geval was bij gevoeliger boeren in het Limburgse?
Laat er geen misverstand over bestaan. Dieren voelen net als wij pijn. Ze beleven het zeker anders.
NIEUWE TIJD
Mijn vader stierf en zijn zoons namen het bedrijf over. De herinnering aan mijn vader blijft aan me kleven. Hij hield het verbond dat hij deelde met de planten de dieren en de aarde, in stand. Zijn opvolgers braken radicaal met die levensvisie.
De economische vooruitgang , die te danken was aan technische en wetenschappelijke vernieuwingen was niet meer te stoppen.
De natuur werd geweld aangedaan. Men grote tractoren ging men moeder aarde te lijf. Het land werd verkaveld tot grote rechte percelen. Men spoot gif op de planten en men strooide kunstmest om de groei te bevorderen. Een boer was geen boer meer, maar zakelijk beheerder, chemisch en technisch onderlegd.gevormd op de landbouwschool, waar de visie van de overheid werd gepredikt. De produktie moest worden opgevoerd.Europa ging een wedloop aan met het communisme.Voedselreserves moesten worden gekweekt en aangelegd in geval van een confrontatie met de Russen. De boer mocht zoveel melk leveren als hij kon. Er was een gegarandeerde prijs afgesproken met de boerenstand. Mooier kon het toch niet? Uit derde wereldlanden werden goekope grondstoffen voor het vervaardigen van veevoer geimporteerd. Het gevolg liet zich raden. Het aantal koeien, varkens en kippen groeide explosief. Zeker toen de overheid met premies over de brug kwam om de boer een extra zetje te geven richting “meer en groter”.
Kennis
De wetenschap stond ook niet stil. Dierenartsen konden de medicijnen niet aanslepen. De boer liep gewillig aan het handje van de wetenschappesr mee. Wist hij veel van antibiotica, hormonen of entingen? Veevoederfabrikanten maakte grote omzetten. Alles werd stomweg gedaan om het welvaartsmonster terwille te zijn.
Nieuwe stallen
Voor koeien werden nieuwe stallen gebouwd. Die werden “ligboxenstalllen”genoemd.
Eindelijk hadden de koeien in de winter bewegingsvrijheid. De gezelligheid en intieme sfeer van de oude stinkende koestal behoorde weliswaar voorgoed tot het verleden. De jonge boer zocht zijn gezelligheid wel elders, beweerde hij. Hij had gelijk. Boeren mochten ook wel eens vrije tijd hebben. Door de mechanisatie van het bedrijf met tractoren melk- en andere machines kreeg hij wat meer vrije tijd. En zo waar… hij schafte een paard aan en ging paardrijden. ( Had ik niet eerder de mening verkondigd dat alleen luiaards paardrijden?)
Koeien konden voortaan los lopen in de stal. Enig nadeel: ze moesten lopen op betonnen roosters. Tussen die roosters zitten openingen,waardoor mest en urine in een diepe put kunnen worden opgevangen. Begrijpelijk dat het lopen op die roosters nadelig is voor het beenwerk van de beesten. Gelukkig worden de ligplaatsen afgedekt met een rubbermat, waarop de koeien kunnen slapen en liggen herkauwen. Het enige grote(financiele) nadeel was het feit dat de horens van het beest moeten worden verwijderd. Zo onverkomelijk was dat ook weer niet. Het was werkverschaffing voor de dierenarts! Toch had de boer er aanvankelijk moete mee. Bij een koebeest horen nu eenmaal die beide trotse kromme uitsteeksels. De boer wist ook wel dat nu de koeien vrij konden rond lopen, er links en rechts wat schuchtere of gemeende stoeipartijen uitbraken. Door de aanwezigheid van horens konden er verwondingen en vooral veel bloeduitstortingen optreden. Ook kon een horen worden afgestoten, hetgeen aanleiding was tot veel bloedverlies. Het afbreken van een horen was bovendien een pijnlijke geschiedenis.
Mee in de vaart…?
Ik was dierenarts in een zich veranderende tijd. Zeg maar gerust, een tijd vol revolutionnaire ontwikkelingen. Ik was een veearts in de stijl van good old “Vlimmen”,die de problemen met kop en staart aanpakte. Een veearts naar mijn hart. Ik wist het maar al te goed, romantiseren is drijven op je gevoelens van nostalgie.Ik moest de realiteit onder ogen zien. Beseffen dat de veranderde tijd ook zijn voordelen met zich meebracht. Gevormd met een wetenschappelijke bagage mocht ik niet teweerstellen tegen de vooruitgang. Dus deed ik mee.
Ik onthoornde koeien. Ik opereeerde alles wat los en vast zat. De boeren waren tevreden. Als ik verwachtte dat een kalfje niet levend geboren zou worden opereerde ik de moederkoe. Deed een keizersnede. Het aantal keizersnedes hing af van de economische haalbaarheid.Als de kalfjes weinig opleverden, was de boer eerder geneigd om de dure operatie af te blazen. Wat moest je dan? Weer terugvallen op het ouderwetse afzagen van de nog levende vrucht in de baarmoeder. Je voerde je uit wat de boer gebood. Als je de wensen van de man niet inwilligde koos hij een dierenarts die wel “gehoorzaam” was.
Een koe, die bij andere koeien melk dronk uit de uier, was een schadepost voor het bedrijf. De boer probeerde via allerlei ingenieuze vindinkjes (spijkers op een snuitband) het melkzuigen onmogelijk te maken. Tevergeefs. Restte er een afdoende therapie. De tongpunt zodanig verkleinen dat er geen zuigbeweging meer gemaakt kan worden. Dat moest door middel van een operatie. Ik voerde die braaf uit.
Ik deed mee aan de uitvoering van een embryotransplantatie.
Alles moest en kon, als je maar meewerkte De boer waren tevreden. Wat moest je meer?
Schaalvergroting
De boerenzonen van de jaren `70 hadden de toekomst in handen genomen.
Alles wat men ondernam was gericht op meer en groter. Wat had ik moeite met die veranderingen.
Schaalvergroting in de landbouw was het modewoord van de jaren zeventig. Het moest meer, het mocht niet minder.
De boer kon dat niet alleen behappen. De overheid verleende subsidies en verschafte investeringspremies en aftrek, de banken verschaften de broodnodige centen, de consument was de schijnheilige lachende derde, de veevoederfabrikanten leverden voer op maat, de dierenartsen hielpen zieke dieren op de been en verrichtten veel preventief werk.( Door bijvoorbeeld op massale schaal dieren in te enten tegen mogelijke ziektes.)
Het dier werd van boerderijdier gebombardeerd of gedevalueerd tot produktieeenheid.
Men kon de gegevens over melkgift, groeisnelheid van kalveren of varkens, voederopname , vruchtbaarheid in een computer stoppen. Die gegevens worden kengetallen genoemd. Aan de hand van die cijfers kan men een optimummodel schetsen.,waarbij het doel is zo economisch mogelijk werken. Winst maken. Alsof het houden van dieren een zelfde bezigheid is als het fabriceren van autobanden.
Houden van dieren en “houden van dieren.”
De wijze van dierhouderij en “houden van dieren” is een afspiegeling van de tijd.
In mijn jeugdjaren, waar armoe troef was, stond het gezelschapsdier laag op de ladder. De geest van de jaren 70 en 80 was een totaal andere. De ecomische groei nam een hoge vlucht.De Nederlandse bevolking werd in weelde gedompeld., waarin kinderen en dieren het “beter” moesten krijgen dan de ouders. Dat was de heilge opgave, waarbij realiteitszin vaak verstek liet gaan..
Ik riep regelmatig: “Ouders geven tegenwoordig alles aan hun kinderen, vroeger gaven zij het voorbeeld…Het aantal gezelschapsdieren groeide monsterachtig waarbij allerlei kwalijke neveneffecten optraden. Doorgefokte rassen met in het oogspringende erfelijke gebreken. Beengebreken door overvloedige en verkeerde voeding. Dieren die moeten beantwoorden aan het schoonheidsideaal van het decadente baasje.
schade berokkend.
Wie valt er nou een baasje af ,dat uit pure liefde zijn hondje koestert en verzorgt? Als het baasje zondigt is het louter uit onwetendheid. Blijkbaar is dit een vrijbrief voor de Nederlandse huisdierbezitters om naar eigen believen met hun dieren te doen wat hen goeddunkt.! Nu was het hun beurt om uit tegen iemand ,die kritiek uitte, te roepen: waar bemoei jij je mee”?Neen, verzet kwam er vooral tegen de boerenstand. Een gemakkelijk te duiden en aan te pakken doelgroep. De actievoerders kwamen overigens terecht in beweging. Immers de dieren ,de natuur en het milieu werden geweld aangedaan. Vooral kwam men in opstand tegen de moderne vorm van dierhouderij, die men aanduidt als “intensieve veehouderij , of ook wel “bioindustrie” wordt genoemd.“
LEVENSKWALITEIT
Hebben dieren in de intensieve veehouderij kwaliteit van leven?. Hoe voelen kippen zich op een legbatterij, ontsnaveld en dichtopeen in een piepkleine ruimte waar weinig beweging mogelijk is? Hoe voelt zich een kalf in zo,n krappe kist? Hoe voelt zich een zeug die vastgebonden ligt in de kraamstal en het moet doen zonder vrije uitloop? Wat te zeggen van proefdieren die terwille van de medische wetenschap belastende proeven moeten doorstaan?
Is het dier op de aarde neergezet als produktieenheid, waarvan niet de levenskwaliteit maar allerlei lichaamsfuncties in cijfers worden weergegeven op het computerscherm ?
Wat is levenskwaliteit ? Betekent het dat een kip moet kunnen scharrelen ?. Een varken languit in de modder kan liggen?
Een kalf vrijuit kan dartelen in de wei? Een hond urenlang kan graven naar een weggevlucht konijn?
De boeren riepen aanvankelijk:”waar bemoeien jullie je mee? Wij zorgen goed voor onze dieren. Zonder een gevoel van welzijn zouden ze niet zoveel kunnen produceren. Jullie profiteren toch ook mee van de welvaart die wij boeren uitstrooien over Nederland?”
De boeren zorgden immers voor een exportquotum dat er niet om loog. Nederland stond inmiddels als landbouwnatie op de tweede plaats van de mondiale exportladder. De overheid deed weinig met de kritiek van actievoerders. Boerenstandsorganisaties steunden de boer tegen beter weten in. Kritiek uit eigen geledingen werd niet geduld. Ik als dierenarts moest mijn mond houden. “Jij eet van de boeren, hoe durf je”,werd mij soms toegevoegd als ik enige kritische kanttekening plaatste.
Critische opstelling
Toch begon ik liedjes te schrijven met een kritische ondertoon.Ik voelde me niet thuis in die verzakelijkte boerenwereld,waarin dieren als beesten werden behandeld. De boeren stoorden zich niet aan mijn uitlatingen, het waren juist de bestuurders van de boerenstandsorganisaties. Zij hadden steevast oogkleppen op en oordopjes in, bang hun eigen positie prijs te moeten geven. Zelfs de landbouwminister durfde de boerenstand niet echt aan te pakken.
Bij alle verieuwingen staan onheilsprofeten op. Toen het buskruit werd uigevonden , stond de wereld ook op zijn kop. Lieden die ageerden werden op de brandstapel gezet.
Aanvankelijk vonden ook actiegroepen weinig gehoor. Door de verzuring van het milieu kwam de landbouw onder steeds grotere druk te staan. De verzuring door de ammoniakuitstoot van dieren werd als breekijzer gebruikt om de boeren op de knieen te krijgen. Het gekke is dat ammoniak, o ironie, de verzuring juist tegengaat!
De overheid ging onverdroten voort op het ingeslagen pad . Jammer dat de boeren veel hun tijd energie en geld gestopt hebben in maatregelen ,die lang niet altijd noodzakelijk waren. Het milieu was in de jaren `80 zo`n hot item, dat men zelfs bereid was 10 procent van het salaris in te leveren in ruil voor een schonere wereld.
Natuurlijk moesten er maatregelen worden genomen om de overlast aan mineralen te minimaliseren.
Tegelijkertijd werd ook het dierwelzijn als heet hangijzer bespreekbaar gemaakt in boerenkringen. Wetgeving bleef echter heel lang uit. (Pas in 1992.)
Ik was het spoor in mijn diergeneeskundige praktijk bijna kwijtgeraakt. Aan de ene kant had ik geen binding meer met boeren met legbatterijkippen, kistkalveren en dikbilkoeien( kalfjes veelal via keizersnede geboren) en anderzijds met de eigenaars van honden en katten in hun overdreven dierenliefde. Was ik als dierenarts niet meegegroeid met de eigentijdse ontwikkelingen? Nee, ik was nog van de oude stempel!
Boeren begrepen uiteindelijk dat je je landgenoten niet eeuwig kunt blijven afschepen met:”waar bemoeien jullie je mee? “ De consument mondig en kritisch wilde inzicht in het wel en wee van dieren op de boerderij.
De consument?
Is dat niet iemand die alles pakt, als het maar concurrerend goedkoop is?
Is dat niet die medemens, die allerlei petities voor verbeterd dierwelzijn ondertekent, maar even later toch weer grijpt naar het goedkoopste product.
Is dat niet diegene, die graag scharreleieren wil, maar er(naar verhouding) weinig meer voor wil betalen?
Is dat niet diegene die gesteld is op kwaliteit? Die daarom de boeren heeft aangezet tot een dierhouderij waarbij eieren ,vlees en melk geproduceerd worden,waarin geen residuen aanwezig mogen zijn van hormonen, giftige stoffen of antibiotica !
(Denk aan de roep om salmonellavrij vlees en eieren. Het is een terechte eis van de consument. Hieruit volgt automatisch ,dat er aan de huisvesting van dieren hygienische eisen gesteld moeten worden. De ruimte moet schoon zijn en gemakkelijk te desinfecteren.)
Is het daarom vreemd, dat boeren een ultramoderne stal bouwen om aan deze reeele eisen te kunnen voldoen? In Denemarken worden varkens zelfs steriel gefokt, zodat geen enkele bacterie kans maakt actief te zijn..
Is de consument ook niet diegene, die decadent is qua smaak en vaak uit egoisme de konsekwenties( schade aan dierwelzijn en milieu) maar voor lief neemt?
Wilde de consument niet “blank vlees”op zijn bord?” Geen probleem “zei de boer destijds desgevraagd,”ik zorg voor blank vlees.” Met behulp van wetenschap en veevoederindustrie worden kalfjes vetgemest in donkere stallen en in veel te krappe houten kooien.Het kalf kan zich bijna niet bewegen in zo,n houten kist. Kistkalveren worden die kalfjes genoemd. Noem die huisvesting liever: “Staande de begrafenis”.
Kortom:
De consument is behalve egoist ook een angsthaas , die bang is ziek te worden van vermeend vervuild drinkwater, bestrijdingsmiddelen, toevoegingen in het voedsel,verbrandingsinstallaties,gifbelten en vermanende uitspraken van geleerde professoren of kwakzalvers.
De de consument is diegene, die de boer uiteindelijk naar een manier van dierhouderij dreef, die hij nu te vuur en te zwaard bestrijdt.
Daarom moet de boer moet op zijn minst niet alleen de schuld krijgen van de excessen in de dierhouderij.
Youp en de boeren
Als Youp van het Hek de bioindustrie neersabelt met het uitstorten van gevoelens
is hij op zijn zachts gezegd verkeerd bezig. Een man met zo`n breed maatschappelijke invloed moet beseffen dat zijn uitspraken impact hebben.
Youp vindt die varkentjes zielig. Wat is zielig? Youp heeft makkelijk praten. Hij apelleert op gevoelens van medeleven met het arme biodiertje. Hij moet zich eerst orienteren over het wat hoe en waarom van zijn opmerkingen.
Laat ik voorop stellen: ook ik ben tegen een bioindustrie, wanneer de levenskwaliteit van het dier ondergeschikt wordt gemaakt aan economisch belang.
Hebben dieren verstand?
Het dier heeft geen verstand. Het kan niet redeneren en praten. Een dier denkt niet “ik ga vast naar huis, straks gaat het regenen en onweren”. Een dier reageert door ervaring op gebeurtenissen. Het weet op die manier bijvoorbeeld, dat er bij onweer na een bliksemschicht een grote knal komt . Het is het zich echter niet van bewust. Zo zijn er een vele gedragspatronen in zijn zenuwstelsel vastgelegd.
Dieren hebben geen bewustzijn. Een dier kan niet denken. Het dier wordt gestuurd door zijn instinct , hormonen en een stukje zenuwstels dat buiten zijn wil functioneert. Al die functies zijn gericht op overleven en voortplanting.
Hebben dieren dezelfde gevoelens als de mens ? Velen onder ons dichten hen wel die zelfde gevoelens toe. Stel dat dieren dezelfde emoties en gevoelens zou hebben dan de mens, zouden we de omgang met dieren drastisch moeten wijzigen.
“Natuurlijk hebben dieren gevoelens” zegt mijn vrouw boos. Als Djeppe,onze hond ,blij is kwispelt hij ,met zijn staart. Als het onweert kruipt hij bang bij mij op schoot.”
“ De verklaring is simpel”,antwoord ik. Djeppe weet jou precies in te palmen. Hij leest jouw gemoedstoestand. En vertaalt die in gedrag. Als jij blij kijkt, doet Djeppe dat ook. Want hij weet dat de kans groot is dat er iets te smikkelen valt. Het gedrag ligt grotendeels vast, gemodelleerd naar de karakterstructuur van het baasje.. Kinderen doen het precies eender.
Met hun gedrag sturen zij de ouders. Niet andersom.
Wij vinden dieren vaak zielig omdat we ons verplaatsen in het dier, dat naar ons idee er erbarmelijk aan toe is. Alsof het dier hetzelfde ervaart als de mens. Om te beoordelen of iets zielig is , zullen we allereerst weet moeten hebben van wat het dier voor zich zelf “als normaal” beschouwt.Dieren kunnen niet praten, dus je kunt het ook niet vragen.
De boer is er echter bij gebaat om een goed producerend dier op zijn bedrijf te houden. Voorwaarde daartoe is gezondheid en welzijn. Daartoe gaat hij “in gesprek” met zijn dieren.
Ik heb vaak tegen koeien gepraat, maar nooit contact met ze gekregen. Een likje hier of daar en dat was het. Toch passen ook koeien zich aan aan de mens en zijn cultuur op de boerderij. Hoe meer rust de boer uitstraalt, deste rustiger zijn beesten. Het vergt tijd en geduld. Je kunt bijna beweren aan de dieren kent men de eigenaar.
Als ik in de dierentuin met een tijger in debat ga ,keert hij zijn kont of staat grommend in startblokken om me te grijpen.Wilde dieren laten zich niet inpakken.
Praat ik echter tegen mijn hond, prompt krijg ik een reactie. Begrijpt die hond wat ik zeg? Nee, maar ik krijg die reactie terug, die ik zelf bij het huisdier heb opgewekt.
Het dier is als het ware voorgeprogrammeerd, zoals dat met een wasmachine gebeurt. En wij maar denken dat onze hond kwispelt met zijn staart omdat het beest echt blij is. Nee, hij kwispelt met zijn staart omdat hij weet dat wanneer hij kwispelt de kans bestaat dat het een aai of eten krijgt van zijn baasje. Dit is een aangeleerd gedrag . Hij kwispelt niet om te laten zien dat hij blij is. Het kwispelt ook niet met voorbedachte rade. Want dan zouden de gedragsuitingen naar de mens toe louter functioneel zijn. Hij kwispelt soms langdurig , want de ervaring heeft het beest geleerd dat de aanhouder veelal wint.Het baasje gaat dus voor de bijl en geeft een koekje.
Conditionering
Een hond noemt men goed opgevoed als hij onvoorwaardelijk de commando,s van het baasje volgt. Vele handelingen zijn vastgelegd in vaste patronen. Die zijn aangeleerd door het baasje. We noemen dat vastleggen: conditioneren.
Zelfs varkens kun je conditioneren. Elke keer als de boer zijn varkensstal betreedt schieten de varkens overeind, omdat ze weten dat ze te eten krijgen. Hoe leer ik dat die varkens af, denkt de boer. De oplossing is heel simpel. Hij laat als hij de varkens gaat voeren een belletje rinkelen. De varkens combineren het lekkere eten met dat rinkelende belletje. Ook al komt de boer honderd keer de stal binnen, zonder gerinkel van het belletje blijven de varkens rustig liggen. Hij heeft zijn varkens goed opgevoed, ben je geneigd te zeggen.
Goed om te weten dat je een dier aangepast gedrag kan aanleren. De boer wist het al. In het circus maakt men er ook dankbaar gebruik van. Ook veel hondeneigenaren volgen een gehoorzaamheidscursus, waardoor het dier naar goeddunken in het gezin kan functioneren.
Toch blijft de hond een hond. Al je opvoeding ten spijt heeft hij op sommige momenten het lak aan de mens.
Mijn vrouw kan vaak vreselijk teleurgesteld zijn over het gedrag van haar hond.. Soms gebeurt er iets onverwachts, waar ze totaal geen greep op heeft.Wanneer Djeppe in het open veld de kuierlatten neemt, omdat het de lucht van een konijn heeft geroken en het spoor tot in het oneindige volgt. Het instinct in hem drijft het beest ver weg van zijn baasje, die maar niet kan begrijpen wat er aan de hand is.O, wat staat mijn vrouw dan sip te kijken, ze is teleurgesteld en boos bovendien.
De hond heeft een metamorfose ondergaan. Hij is weer een echte hond geworden, zoals de schepper dat heeft bedoeld.
Morgenvroeg ligt het beest dromend in zijn mand. Hij hoeft niet te rennen om een prooi te bemachtigen. In ruil voor trouw en aanhankelijkheid,krijgt hij lekkere brokjes.
Zou je een dier zo kunnen opvoeden dat het een robot wordt, die slaafs alle bevelen opvolgt? Zo opvoeden dat het beest altijd braaf is? Het is onzinnig om het beest totaal te conditioneren, omdat het instinct altijd de boventoon zal voeren. De natuurlijke ingebakken neiging en het bijbehorend gedrag om zich voort te planten is niet weg te praten. Mens en dier hebben een hormoonhuishouding, een honger- en dorstgevoel . Het zijn de ingebakken instrumenten om te overleven. Zo heeft de schepper het bedoeld. Dit heeft wel konsekwenties.
Weg met die honden?
Sommige hondenrassen hebben een gen gemeen met een vaste code die het beest aanzet om te doden bij het gevecht of simpele beet. Het dier zal met geen enkele conditionering of heropvoeding aan dat lot kunnen ontkomen. Vandaar de terechte maatregel van de regering dat er bepaalde hondenrassen moeten worden geweerd in onze samenleving. We vinden het toch ook als normaal dat een tijger niet los rondloopt op straat.We nemen zelfs de strengste maatregelen het beest te beletten uit te breken. Het is een kwestie van weten en ervaren hoe een dier in elkaar steekt. Vandaar die terechte rigoreuze maatregel. Er over discussieren heeft geen zin, zolang het gebeurt op basis van gevoelens en niet van argumenten.
Levenskwaliteit, welzijn, welbevinden van dieren heeft , buiten gezondheid, alles te maken met met het vrijelijk kunnen volgen van de instincten en het naar hartelust kunnen invullen van de eerste levensbehoeften.(eten ,drinken, veiligheid). Een dier kan niet zoals de mens zijn gevoelens van geluk uitspreken. Het heeft geen weet van geluk of welzijn.
Vrij levende dieren zijn afhankelijk van de elementen der natuur. De mens is gehouden de vrije natuur(met zijn dieren) geen geweld aan te doen en aan de gedomestificeerde dieren levens-ruimte en vreugde te bieden
Die ruimte wordt helaas aan vele huisdieren niet gegeven. Vaak zijn hondjes en katjes levende speelgoedslachtoffers in de handen van volwassenen. Vele kalfjes, kippen,koeien,varkens of proefdieren moeten het stellen met verminderd welzijn.
Hoe kunnen we die laatste stelling bewijzen?
Dieren kennen geen geluks-en verdrietsgevoel zoals wij dat kennen. Hoe kan men bepalen of men een dier tekort doet of het met verminderd welzijn opscheept?
Een dier dat zich voortdurend onprettig voelt in zijn levensituatie zal dat symptomatisch te kennen geven. Het lichaam geeft signalen af . Het reageert uiteindelijk negatief op zo`n toestand van ongemak of bedreiging.We spreken dan van stress.
Dieren verschillen hierin niet van de mens.
Stress?
Neem een profvoetballer . Als het niet klikt met de trainer,wordt hij niet opgesteld in het elftal.. Er blijft niets over dan gewillig plaats nemen op de reservebank . Als dat maandenlang duurt, wordt de voetballer ongelukkig. Hij is door het contract met de voetbalclub gevangene van zich zelf ,vastgeketend aan de reservebank. Immers rebellie betekent ontslag of geen uitzicht meer op een basisplaats. De man heeft geen keuze Hij zal moeten berusten in zijn situatie, die niet bevorderlijk is voor zijn welzijn. Hij raakt geirriteerd . Als die toestand blijft voortduren noemen we dat stress .Ontslag nemen (vluchten)is de enige remedie.
Kortdurende stress kan positief werken. Een zekere spanning zet je aandacht en concentratie op scherp. Daardoor vindt de mens de meest onverwachte oplossingen.
Spanning is heilzaam zolang je keuzes kunt maken gericht naar een oplossing.
Neem Joppe,de hond van mijn dochter .
Joppe is een dominant beestje. Als mijn dochter met Joppe een weekendje thuiskomt is er onrust in onze veestapel. Joppe wijst ieder dier zijn plaats. Onze honden hebben zich redelijk geschikt in die rol, voor de katten ligt het moeilijker. Truusje schikt zich aardig, met Bas ligt het nog steeds moeilijker. Iedere confronatie gaat gepaard met geblaas en geblaf. Door ervaring wijs geworden gaat Truusje het gevecht niet aan. Ze trekt zich wijselijk terug, met de gedachte : blaf jij maar raak hond ,mij krijg je niet onder of boven op de kast.” Bas gaat het gevecht wel aan maar delft uiteindelijk het onderspit. Ze kiest het hazepad en blijft weg zodat Joppe heer en meester is op zijn terrein. Soms blijft de poes een week weg. Als Joppe terug is naar Amsterdam verschijnt Basje weer op het toneel. Uitgehongerd valt ze op de etensbak aan, schrikachtig rondkijkend.
In de confrontatie met de hond heeft de kat dus een keuzemogelijkheid. Ze kan het gevecht aangaan, ze kan denken kom maar op ik blijf waar ik sta en ze kan vluchten.
Stel dat de kat niet kon vluchten Ze zou zich doodongelukkig voelen en wegkwijnen. .
Niet ieder dier kan vechten of vluchten.
Een dier dat vastgebonden zit in een hok , zoals een moederzeug in de kraamstal, is gedoemd zich te schikken in haar lot. Zij zal zich verzetten, maar uiteindelijk zal zij haar pogingen moeten opgeven om uit deze benarde situatie te ontsnappen.. Het beest kan ook niet nadenken over haar situatie, laat staan de kwestie relativeren. Immers,als zij zou weten dat zij , als haar biggetjes groot zijn , bevrijd zou worden uit dit ijzeren frame, zou ze zich eerder schikken in haar tijdelijke hechtenis. Zij heeft op dat moment geen inzicht in de toekomst.Een dier leeft in het heden, vandaag, nu op dit moment. Dat betekent gevangenschap, die leidt tot een toestand van stress. Ze heeft geen keuze. Ze probeert haar situatie dragelijk te maken door aangepast gedrag. Meestal heeft dat zogenaamde compensatoir gedrag een negatieve uitwerking op lichaam en gemoedsgesteldheid.Sommige dieren maken continue dwangbewegingen.(men noemt dit fenomeen:stereotypie) Het schijnt dat er stoffen door de hersenen worden afgescheiden(endorfinen) waardoor het beest in een trance geraakt en zo kan ontsnappen aan zijn lot.
Uiteindelijk geeft het dier zich gewonnen . Ogenschijnlijk lijkt het beest gezond. Lichamelijk onderzoek wijst echter uit dat er wel degelijk sprake is van een stresstoestand. Het maagslijmvlies is geirriteerd, de hartspier wordt beschadigd, het dier is gevoeliger voor ziektes, omdat het het immuunsysteem is afgezwakt en het dier is minder vruchtbaar.
Bio- chemisch is men in staat om parameters te vinden, die stress cijfermatig kunnen weergeven. De hoeveelheid cortisol, bijnierschorshormoon, is bij stress verhoogd.Als er dus bepaalde stoffen in het lichaam vrijkomen , aantoonbaar zijn en te kwantificeren, dan wordt stress een grijpbaar begrip.
Als stress bij dieren voorkomt, is het dan niet logisch te veronderstellen dat dieren ook emoties kennen? Immers stress beleving is toch, zoals verdriet , blijdschap en verliefdheid een psychische kwestie?
Stress is een ongrijpbaar verschijnsel. Stress is als honger, dorst . Het is een autonoom optredend fenomeen in het licaam, dat buiten onze wil plaatsgrijpt.
Stress is een signaal, zoals bliksem . Stress leidt tot de ondergang, bliksem tot een donderklap. We spreken van stress, wanneer een hoeveelheid negatieve prikkels een drempel overschrijdt ,waardoor een automatische lichamelijke reactie optreedt .
Het is een signaal om tot actie over te gaan gericht om te overleven.
LOSLOPEND WILD
Vissen zijn niet alleen bezig met het vergaren van voedsel, ze spieden steeds de omgeving af of er geen gevaar dreigt. Jonge eendjes worden belaagd door de ratten. Moeder eend is altijd druk om haar kroost te beschermen. Vogeltjes worden in mijn tuin voortdurend belaagd en bejaagd door mijn katten.
De dieren in de vrije natuur hebben het niet gemakkelijk. Of ze worden opgegeten , sterven vanwege schaarste aan voedsel(lange droogte) of worden door veranderd-verslechterd- milieu op achterstand gezet .
.Roofdieren zijn geen lieverdjes. Neem nou onze poes. Die vangt regelmatig muizen. De muis ware beter af geweest in een ordinaire muizenval. Eenmaal beland in de scherpe klauwen van poeslief is zij haar speelbal geworden in een folterscene ,die zijn weerga niet kent. Onze poes doodt samen met alle loslopende poezen in ons land miljoenen jonge vogeltjes. Ze vreet haar buikje rond met voedsel bereid van andere dieren. Loslopende poezen veroorzaken heel wat ellende in de dierenwereld. Aan de andere kant is het dieronvriendelijk om poezen altijd binnen te houden. Er bestaan krabpalen waaraan de poes zich kan uitleven.
Een surrogaatoplossing. Een poes is volmaakt tevreden als het zijn instincten (zo nu en dan) kan volgen.
Dus moeten we haar de vrije natuur laten om er op jacht kan gaan en om een prooi te verschalken? Ook al loopt de poes het risico op de drukke straat aangereden te worden?. “Neen,” zegt de eigenaar ,”ik houd van het beest, ik geef het te eten en zorg ook voor zijn veiligheid.” Het beest komt dus nooit buiten. En hoe staat het met de derde V, de voortplanting? De kater weet niet wat een castratie inhoudt. Hij heeft geen besef van wat “het” mist na de ingreep. Het kan geen nakomelingen meer verwekken en er zullen een aantal gedragsuitingen, die samenhangen met de werking van geslachthormonen, verdwijnen. (afzetten territorium, janken, weglopen, vechten). Mooi meegenomen toch?
GEDOMESTIFICEERDE DIEREN
Sommige dieren hebben hun vrijheid “afgekocht” door onderdanig te zijn aan de mens. Ze zijn gedomestificeerd.
Gedomestificeerde dieren zijn hun vrijheid kwijt. Ze worden in een hok gestopt, vastgelegd aan een ketting of in een afgerasterde wei gehouden.
Een kudde schapen zou in de vrije natuur worden afgeslacht door wolven of wilde honden. Nu wordt ze beschermd door een herder met zijn hond.
Ze zijn veilig en hebben te eten. Zo gek is die deal dus niet.!
Ons konijn zit in een hok. Daar is het beest veilig. Een wezel zit s`nachts op de uitkijk of hij kan toeslaan. Ons konijn is ingeent tegen de dodelijke ziekte myxomatose,waaraan ontelbare loslopende konijntjes wel sterven. Het konijn zit goed en veilig gevangen,onwetend van bovengenoemde gevaren. Is ons konijn een bofkont?
Als het konijn geen weet heeft van die gevaren, waarom het beest in een hok gestopt?,
De mens koestert het konijntje.Daarom mag het beest niet weglopen. In ruil voor die liefde, geeft het baasje het konijn veiligheid en te eten.
Nederland is een ingericht landschap. Met verstandige lieden die achter de tekentafel en bureau bedenken hoe ze de natuur kunnen aankleden of versieren. Om een of ander groen gebied (reservaatje)wordt een hek geplaatst en er worden dieren in losgelaten. Hierin gelden niet de wetten van de jungle. De dieren blijven gevangenen in het spel.
We moeten daarom deze beesten ,die we in zo`n reservaat de zogenaamde vrijheid hebben teruggeven kunstmatig bijsturen. In droge zomers bij voeren en ingrijpen bij overbevolking. Zo`n afgeschermd natuurgebied is een veredelde dierentuin. Uitbreken is er niet bij. Jammer dat er onlangs vele kolonies dassen zijn verdronken, omdat ze niet konden ontsnappen aan het wassende water. Die tekenaars toch!
KIPPEN in een hok
Waarom kippen in een hok gestopt? In de buitenlucht hebben ze toch een mooier en gezonder leven?
Produktie is een direct afgeleide van gezondheid. Kippen die, zoals in vroeger tijden gewoon was, scharrelen op een stukje grond lopen velerlei bodeminfecties op. Om te noemen: Coccidiose, worm- en bacteriele infecties. De hygiene laat te wensen over. De eiproduktie is laag.. De kip die besmet is zal preventief of therapeutisch behandeld moeten worden.
In een hok, dat schoon is met goede klimaatsbeheersing, heeft men van bovengenoemde ziektes minder last. De keuze is snel gemaakt. De boer kiest immers voor winst, vandaar . Dat men uiteindelijk het monster van een legbatterij heeft gecreeerd , valt wel te begrijpen maar niet goed te praten.
De legbatterij was wat gezondsheidsproblematiek betreft de ultime vondst. De kip leeft er in een aangepast klimaat en hygienische omgeving, zodat ziektekiemen weinig kans hebben.
De beste ondernemers hebben in de kippen-en varkenshouderij de modernste stallen gebouwd. In die stallen daalde dus ook het gebruik van antiotica. Hoeveel kilo`s medicijnen heb ik niet moeten leveren om varkens in slecht geoutilleerde stallen van hun longproblemen af te helpen. Zij liepen longontsteking op vooral door de slechte luchtverversing en tocht in de stal.
De ontwikkeling in stalbouw is van dien aard dat door goede klimaatsbeheersing de dieren tegenwoordig een gezond onderkomen hebben.
Of er tegelijkertijd ook gedacht is aan voldoende dierwelzijn? Aan dierwelzijn werd voorbijgegaan. De boer verweert zich met de stelling:” als de kippen zich op de legbatterij niet happy voelen, leggen ze niet zoveel eieren”. “Kom maar op” , wil hij eigenlijk zeggen. Het protest van de boeren is voorbij. De legbatterij zal verdwijnen.
De snavels van de kip worden niet meer weggebrand en de kippen mee vloeroppervlak om te kunnen scharrelen.
De scharrelkip heeft Nederland veroverd.
Hoe zit het met de varkens?
Individuele huisvesting van zeugen in een kraamhok leidt tot verminderd welzijn (zie stress) Daarom gaan de boeren, gestuurd door wetgeving , steeds meer over op een aangepaste huisvesting. Meer ruimte voor de zeugen. In Engeland vindt groepshuisvesting al op grote schaal toepassing. In Nederland wordt nog druk geexperimenteerd. Er zitten best nog een aantal haken en ogen aan .
Loslopende varkens in een grote ruimte (groepshuisvesting)hebben geen oog voor de zwakkeren in de koppel. Het sterkste dier neemt het meeste voedsel tot zich. De zwakste kwijnt weg. O wee, als men het voer rantsoeneert. Er onstaat onrust en agressie in de koppel. Bovenstaande is te vergelijken met de cultuur van de Amerikaanse samenleving. Daar is het pompen of verzuipen. De survivle of te fittest. Het loopt dus nog niet van een leien dakje.Men heeft overigens ontdekt dat stereotypisch gedrag van zeugen niet specifiek is voor individuele huisvesting.!
( zie stress ) De oplossing van onrust en agressie is een kwestie van meer voer verstrekken. De varkens hoeven niet te vechten voor hun dagelijks brood. Als ze hun buikje vol gevreten hebben, gaan ze lekker slapen. Het is te vergelijken met de inrichting van onze verzorgingsstaat. Extra voer betekent echter ook hogere produktiekosten! De boer zoekt dus een compromis. Door een extra portie stro in de kooi te werpen kunnen ze heerlijk wroeten. Worden de diertjes fijn bezig gehouden. Daardoor zullen ze minder nare dingen doen, die het algemeen welbevinden schaden. Lekker in de modder liggen is (nog) niet aan de orde.Wellicht wordt daarvoor een leuk alternatief gevonden. Een koude douche is een redelijk surrogaat. Alles bij elkaar genomen verhoogt groepshuisvesting, mits aan enkele voorwaarden voldaan, het dierwelzijn.
Het is duidelijk dat, indien de boer tegemoet komt aan verhoogd dierwelzijn, zijn bedrijfskosten ook toenemen. Dit levert momenteel een spanningsveld op omdat anderzijds de consument niet bereid is meer te betalen, het verschil in smaak tussen scharrel-en bioeieren niet te duiden is en anderzijds de grootwinkelbedrijven het goedkoopst produkt(desnoods uit het buitenland) op de markt wil brengen.
WETTEN VOOR DIEREN
Eind vorige eeuw is de eerste wet voor dieren gemaakt. Men mocht dieren geen pijn doen. De wet was niet bedoeld om de dieren terwille te zijn. De wet was bedoeld om kinderen te vrijwaren van dierenleed…
In 1992 werd er eindelijk een gezondheid-en welzijnswet voor dieren aangenomen. n.
De wet is alsvolgt samen te vatten : Dieren houden mag niet, tenzij de staat er toestemming voor geeft. We mogen dieren geen onnodig pijn doen. Niet mishandelen We moeten waken voor hun gezondheid en welzijn.
We mogen geen willekeurige ingrepen in of op het lichaam van het dier ten uitvoer brengen. Sommige zaken en handelingen zijn toegestaan, mits men zich houdt aan de regels en voorschriften. Zo worden er heel wat eisen gesteld aan het houden, fokken, vervoeren, verkopen, exporteren,doden,huisvesten van dieren .
SJOEMELEN MET RESPECT
De overheid wil het aantal landbouwhuisdieren inkrimpen. De boer als ondernemer moet het doen met en is op zoek naar meer opbrengst per dier. Uitwegen genoeg.
De boer maakt gebruik van nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen.
Genetische manipulatie. In het gen een gewenste eigenschap inbrengen. Eeuwenlang hebben boeren de methode van natuurlijke selectie toegepast. Om het gewenste resultaat te krijgen speelde de factor tijd de grootste rol. Het kan nu veel sneller door middel van klonen, waarbij men een identiek wezen op aarde kan neerzetten,dat alle gewenste eigenschappen bezit.
Een jaar geleden reageerde het publiek furieus op dit fenomeen. Nu is de belangstelling duidelijk verminderd. Klonen zal ooit een geaccepteerde bezigheid worden.
De boer is echter steeds meer geneigd om te letten op wat er leeft in de ziel van de consument.Die kiest momenteel naar een veilig produkt van een dier met voldoende dierwelzijn. De overheid legt de boer die verplichting door de wet ook op..
Arme boerenstand. Zij krijgen in Nederland de zwarte piet toegespeeld.
Boeren worden door de overheid met oneigelijke argumenten in de hoek gedrukt.
Neem de bestrijding van de varkenspest in 1997. Miljoenen varkens en biggetjes werden geofferd om de ziekte uit te roeien en om zodoende de varkensboeren een kopje kleiner te maken. Miljarden werden uitgegeven. Ten onrechte. Men had de varkens kunnen inenten. Zo`n onverantwoorde aanpak is niet alleen dieronwaardig maar is ook een teken van minachting voor de boerenstand.
De vertroetelaars
Een groep die ongrijpbaar is en blijft, zijn de gezelschapsdiereigenaren.
Het gezelschapsdier wordt (te) hoog gewaardeerd in onze samenleving.
Dierenliefde wordt vaak misbruikt om publiciteit te trekken. Stichting Das en Boom is zo`n voorbeeld. Ook de zeehondencreche in Pieterburen doet er al jaren aan mee. De goedgelovige burger jankt mee met het voorgeschotelde leed. De realiteit verliest men hier totaal uit het oog. Het is waanzinnig voor woorden om anno 1999 te moeten vaststellen dat er voor een kolonie dassen hogere prioriteiten worden gesteld bij het aanlegen van een autoweg dan voor mensen. Het dier is vermenselijkt, nee vergoddelijkt en men zal dat weten ook. Er worden rouwkaarten bij de dood van een geliefd huisdier verstuurd . Chemotherapie wordt toegepast., onder het motto:”Ik moet toch zelf weten waaraan ik mijn centen uitgeef!” De een koopt een dure auto, de ander geeft zijn hond een nieuwe nier. Het mag en kan allemaal. Aan het dier wordt niets gevraagd. Iedere dag dat het zieke of uitgeleefde dier langer leeft is mooi meegenomen.Voor wie ? Niet voor dat arme beest, helaas. Hoevaak heb ik als dierenarts niet moeten opkomen voor de rechten van het beest, wetend dat de eigenaar uit puur eigenbelang of egoisme handelde? Hoevelen zoeken niet hun heil bij alternatieve genezers en kwakzalvers zonder enige achtergrondkennis.?
Niet op basis van argumenten , maar van gevoelens.
Je verandert er niets aan. Het is de geest van de tijd. Die levert ook eigentijdse dierenartsen op, die geen verweer bieden. Het huisdier lacht zich dood. Ondanks al haar aangedane verminkingen, voelt het zich in de watten gelegd.
Ach die castratie valt wel mee. Eventjes onder narcose. Staart of oor er af, wat maakt het uit. Het baasje vindt de hond nu juist het mooiste schepsel op aard.
De hond kan ook zijn stembanden missen. Uiteindelijk is dat een minder grote verminking dan de castratie. Wedden dat die operatie vaker zou plaats vinden, als ze gemakkelijk was uit te voeren? De eigenaar zal de dierenarts voor de keuze stellen, of stembanden er uit of het beest gaat naar het asiel of moet inslapen…Het gaat om het bestwil van het arme blaffende dier!
Het is de geest van de tijd. De mens heeft steeds meer belangstelling voor de natuur. Het paradoxale is juist dat men er steeds verder van vervreemd. De mens wil en kan niet tot het inzicht komen dat een dier een wezen is met totaal andere eigenheid. Ook na deze uiteenzetting niet. Hij heeft zijn dier lief. Een liedje zegt: “Ik zou je het liefst in een doosje willen doen. Bewaren en goed bewaren. “Want dierenliefde is veelal verworden tot
puur egoisme.