Frankrijk
Overpeinzingen in Frankrijk1
1.
Soissons Frankrijk.
Vandaag 15 augustus is het de feestdag van Maria ten hemelopneming.
In ons dorpje werd dat vroeger ook gevierd.
Dit is nog een heuse feestdag voor de Fransen.
Maar niet voor Turken of Marokkanen.
Aan de toerist wordt niet gedacht.
Nergens kan ik een terrasje pikken.
Haast verloren loop ik met mijn vrouw door de binnenstad.
In de verte zie ik leven.
We nemen plaats op twee barkrukken onder een luifel.
De bar is open. Mannen,jong zijn ze nog, roken waterpijp.
Ik adem rook in en zoek een veiliger plekje.
Daarbij geholpen door twee jonge Marokkanen,die hun plaats afstaan aan ons.
Als je je binnen hun kring begeeft zijn ze behulpzaam. Dat zie je maar weer.
Binnen klinkt inheemse muziek.
De pijprokers zitten in gepeins te genieten van , ja waarvan?
Even in Wikipedia neuzen wat die mannen inhaleren.
Niet veel goeds.
Op weg haar de camper, die aan de rivier staat , zie ik een groepje Marokkanen zitten.
Op de grond of tegen de kademuur.
Naarmate de avond vordert dijt de groep zich uit.
Vredelievend is de uitstraling.
Dan hoor ik gezang. Waarschijnlijk een weemoedig lied over het verre Marokko.
Zoeken zij steun bij elkaar en is dit een uiting van collectieve eenzaamheid?
Ik weet het niet.
Het lied stijgt ten hemel. Net zoals Maria ooit. De goedertieren vrouw. Het lied wordt in Marokko opgevangen. Zeker weten
IK zou me verloren voelen als ik mijn heil zou moeten zoeken in een vreemde cultuur
2.
Erger kan ergernis niet: vakantiekiekjes kijken van anderen.
De vreselijkste dagen zijn de dagen waarop vrienden of bekenden gaan vertellen over hun voorbije vakantie.
Het lijkt wel of het ultieme vakantiegevoel dan eerst opduikt.
Het onderstreept de saaiheid van het dagelijkse leven thuis.
Vooruit dan maar.
Ik moet als gewillig slachtoffer hun vakantie mede doen herbeleven.
Vertellen, dat gaat nog.
Maar de meesten laten ook filmpjes en foto’s zien.
Veel foto’s. Teveel foto’s.
Liefst in drie-of tienvoud van het gebodene.
Het ergst van alles ?
Als je wordt uitgenodigd om dia’s te komen kijken. Ook nog geprojecteerd op een groot scherm.
Vijf keer zeg ik een afspraak af, maar na het tiende telefoontje kan ik er echt niet meer onder uit. Met een fijn dat je gekomen bent, is mijn lot bezegeld.
Hoe vaak heb ik niet naar beelden gekeken van een olifant in een Afrikaans reservaat?
Hoe vaak niet mensen moeten aanschouwen gezeten op een kameel in de woestijn?
En dan die verhalen. Het is schaterlachen geblazen.
Voor hen maar niet voor mij.
Ik vraag me soms af of dat mijn echte vrienden zijn.
Ze weten toch dat ik na vijf minuten in slaap val .
Mijn vrouw schaamt zich kapot.Je kunt het toch wel opbrengen om een uurtje te luisteren en te kijken?
Ik verweer me.
Liefje, zeg ik berustend in mijn lot:
Het ontspant me zo dat ik er bij in slaap val.
3.
Intimiteit
Even iets persoonlijks.
Het heeft niets om het lijf.
Nou ja, toch wel.
Het betreft een bijzonder kledingstuk.
De B.H.
Dat kledingstuk is een heilig domein.
Zeker voor mijn vrouw.
Ze raakte onlangs gehandicapt door een schouderbreuk, opgelopen door een val van haar fiets .
Het gevolg openbaarde zich sneller dan haar lief was.
Die B.H, het was behelpen.
Geen nood, ik was er ook nog.
Met liefde en in alle rust hielp ik haar bij het een en dan weer het ander.
Hoe anders was dat jaren, jaren geleden.
Het kledingstuk was een haast onneembare vesting.
Je moest het veroveren.
Ik had munitie voldoende.
Opgejaagd door miljoenen hormonen trok ik ten strijde.
Inmiddels.
De passie heeft plaatsgemaakt voor intimiteit.
Een zegen om te mogen prutsen aan dat kledingstuk.
Overpeinzingen in Frankrijk 2
Geluk hangt vaak af van onverwachte kleine dingen.
Het omgekeerde komt ook voor.
Vaker dan ons lief is.
Neem nou vandaag.
We hebben in onze buscamper een prachtige blinkende fluitketel met een zwarte dop erop.
Die dop geeft een mooi geluid als het water kookt.
Maar dat kleinood zijn we plots kwijtgeraakt.
Zoeken zou je zeggen.
Nou, dat hebben we gedaan. Tevergeefs.
Nu moeten we het stellen zonder die muzikale omlijsting.
Bij het ontbijt, de koffiepauze, ontelbaar vaak laat het van zich horen.
Het valt niet, dat gemis.
Je valt als het ware in een diep gat.
Je bent iets dierbaars verloren.
Een week geleden is mijn bankpasje zoekgeraakt.
Dat heeft niet zo’n impact, moet ik bekennen.
We hebben niet lang gezocht.
Zo’n ding leeft niet. Je kunt het blokkeren.
Lijkt meer op knock-out out slaan.
Zoiets verdient het pasje nu ook weer niet.
Het bewijst maar eens dat geld niet gelukkig maakt.
Maar vandaag is er weer opluchting en geluk.
Het dopje was toevalligerwijs in een schoen terechtgekomen.
Het had zich blijkbaar verstopt.
Wou ook wel eens een dagje rust.
Ze zingt weer. Mijn vrouw en ik kussen elkaar,omdat de eenheid, de harmonie weer hersteld is.
We kunnen vol goede moed het leven weer aan.
Mijn Drie bijzondere vrienden: mannen van 70.
Een schrijver,een arts en een pedagoog.
Ze zijn, op een na,ver in de zeventig. Maar nog steeds zeer gedreven.
Alle vier ook nog onderscheiden. Twee officieren en twee ridders.
Toemaar. Nog steeds zoekend naar de zin van het bestaan?
Dat vertaalt zich in: je zelf willen bewijzen in daden,woord en geschrift.
Rondzweven in een duizelingwekkende achtbaan die geen einde kent.
De schrijver, uitermate bekend in Limburg, grijpt dag en nacht naar zijn potlood en schrijft de witte vellen papier vol. Waarschijnlijk is hij bezig aan zijn dertigste boek.
De gewezen tropenarts geeft nog colleges aan medisch studenten. Trekt er mee naar Afrika om de jongeren te laten ervaren wat minimale geneeskundige hulp kan betekenen.
Ook hij tolt mee in de baan, die nooit zal stoppen.
De pedagoog schrijft poëzie. Is actief in de wereld van de literatuur.
Vanwege een hersenbloeding is zijn achtbaan in een rustiger tempo overgeschakeld
Zij voelen zich als meeuwen die traag glijden over woeste golven van de zee. Neerkijkend als het ware op onze samenleving.
In dat zweven zit ook berusting.Zij kunnen de wereld niet veranderen of verbeteren, maar laten wel voortdurend zien dat ze er toe doen.
Pratend over hun jeugd ontstaan verhalen vol weemoed
Maar plots gedragen zij zich als roofvogels, buizerds gelijk, die zich plots storten op hun prooi. De criticasters.
Wat een mensen , die vrienden.
P.S
Vandaag zijn twee vrienden jarig.
Ik zal de schrijver een wollen onderbroek cadeau doen.
Hoeft hij geen kou te lijden als we in november een weekje naar de Franse Ardennen gaan. Want het zijn en blijven oude mannen.
Doodziek was ik een week voor mijn vakantie naar Frankrijk.
Misselijk en braken.
Ben alleen thuis. Ik bel mijn vrouw, die helpt in de wereldwinkel.
Een uur later arriveert de dienstdoend arts.
Een jonge vrouw. Ze komt achterom binnen en vindt de weg naar boven
Ze geeft me een hand. Ik werk een dag per week in deze praktijk.
Even kijk ik haar aan, om meteen mijn ogen weer te sluiten.
Wat is uw naam,? vraagt ze.
Thuis noemden ze Rini, vrienden en bekenden noemen me Rien en Rinus ben ik voor de buitenwereld.
Je achternaam en dit met enige stemverheffing.
Kom op meisje, je weet toch dat je bij de familie rasenberg bent.
Moet ik me eerst nog legitimeren?
Dat meisje klinkt zeer denigrerend, weet u dat.
Ik ben de dokter en ik wil een goede dokter voor u zijn.
En op deze manier.. allang goed onderbreek ik haar.
Er volgt een ijzige stilte.
Ik zie haar zitten ver weg op een afgelegen eiland. Flarden van mist om haar heen.
Ze drijft steeds verder weg.
Hallucineer ik?
Ik zie haar als meisje van tien, waar niemand mee wilde spelen
Als puber met de hoogste cijfers op school,maar eenzaam.
Als afgestudeerd arts met de vraag waarom ze nog steeds geen volle baan heeft. Ze doorbreekt de stilte.
Ik heb eerst nog uw ziektegeschiedenis bestudeerd.
Die kan ik u ook vertellen. Luister, en nu met overslaande stem:
Ik wil een goede dokter voor u zijn. Zo kan dat niet.
Zal ik u onderzoeken ?
Gaat u gang.
Maar eerst
haast ik me naar de badkamer. Kniel neer voor de wc-pot en braak.
Ga geradbraakt terug in bed en slaap verder.
Ze betast mijn buik. Ze staat op. Zegt nog een paar zinnen en vraagt of ze haar handen kan wassen.
Ik wil niemand besmetten, zegt ze.
Ik vertel haar dat er schone handdoeken liggen in de keuken.
Dan verdwijnt ze.
Ik wil haar nog toeroepen met: dag meisje. Maar laat het wijselijk na.
Huisartsen zouden een dag met een dierenarts op praktijk moeten gaan.
Ongedwongen het erf oprijdend. Even een balletje trappen met een kind.
Even rondneuzen in de keuken of er nog iets lekkers te eten valt.
Assimileren. Gewoon mens zijn onder de mensen.
De boeren uit mijn praktijk spraken mij aanvankelijk aan met dokter,maar al spoedig met mijn voornaam.
Het gaat toch om eens vertrouwensband?
Vroeger keek de artsen op je neer, nu kijken tijdens hun spreekuur op het computerscherm.
Zich verschuilend achter onzekerheid, die sociale onaangepastheid moet compenseren.
De tuinen van Monnet
De titel zegt u waarschijnlijk niets.
Maar:
Van heinde en verre komen ze naar het dorpje Giverny.
Dat is de woonplaats van Monnet, een bekend Frans schilder.
Waarom komen er hordes toeristen naar dit kleine dorp?
Je kunt het woonhuis van de schilder bezichtigen, maar vooral de wereldberoemde tuinen. Monnet liet zich ook inspireren door de pracht van zijn bloementuin.
Nou ik heb het ervaren.
Op de grote parkeerplaatsen stonden rijen campers en tientallen touringcars.
Op verdekte plaatsen stonden honderden auto’s geparkeerd.
Dat beloofde niet veel goeds.
Vol goede moed kaartjes gekocht.
Het vervolg liet zich raden.
Ik moest me door en langs mijn medebezoekers wringen om mijn pad te kunnen vervolgen. Ook opgehouden door fotograferende egotrippers, die in allerlei gekke standen bezig waren.
Van de bloemenpracht heb ik niet kunnen genieten.
Waarschijnlijk gaat dit al jaren zo.
Heel Japan en China loopt uit, aangetrokken door de folders en handige toeroperators.
Mijn vrouw heeft deze bloemen tocht nog een keer ondernomen.
Ik ben op een bankje gaan zitten met de steeds op wellende vraag: wat doe ik hier in godsnaam.
Welk een verademing ,als je uren later door een park mag wandelen dat rust uitstraalt.
En de bloemen zijn er even mooi.
Overpeinzingen in Frankrijk 3
Normandië : oorlogsbeleving
1
Museumbezoek Saint Maire Eglise.
Inval geallieerden op 6 juni 1944.
Een overdaad aan uniformen, geweren, vitrines vol attributen.
Korte filmimpressies van de landing en viering van de overwinning.
Maar hoe groots opgezet ook, het mist de beleving.
Je moet toch wat,als je een museum gaat bouwen?
In Verdun hebben ze dat ook geprobeerd.
Alles op de zelfde manier in kaart en beeld gebracht voor wat het front van de Fransen betreft.
Aan de Duitse kant is alles, op de massagraven na, zoals het was.
Dus kun je pardoes in een heuse loopgraaf terecht komen.
In Massige bijvoorbeeld.
Een aanrader.
Ga er heen, het liefst in de herfst of winter.
Je staat dan tot je enkels in de modder.
Hier beleef je wat de soldaten hebben moeten doorstaan.
Loop naar de hel. Nou hier wordt dat bewaarheid.
Ik herhaal : ga erheen maar wel met je kinderen in de kou en regen.
In de zomermaanden zullen je kinderen rondrennen en verstoppertje gaan spelen.
Papa, moeten we echt door die troep gaan lopen?
Is het zielig of kindermishandeling als je hen door de modder stuurt?
Ik weet het haast zeker: zullen nooit weten wat oorlog echt betekent.
En ken ook de reactie van de hedendaagse ouder: en waarom zouden ze ook?
Een strand in Normandië: oorlogsbeleving
2
Een golf van toeristen overspoelt de steegjes van Arromanches.
Waarom hier aanbeland.
In zee staan nog tientallen betonnen blokken, gezonken caissons, die de geschiedenis van de tweede Wereldoorlog levend houden..
Stukje geschiedenis:
Op 6 juni 1944 zijn de geallieerden op 5 verschillende stranden in Normandië geland.
De Britten en Amerikanen hebben voor de kust van dit dorp een landingshaven ingericht. Dit geschiedde in het geheim na jaren van voorbereiding.
Zo’n haven was noodzakelijk om manschappen, materieel, voedsel, wapentuig en medicamenten te vervoeren naar de vaste wal.
De reden :Aanvallen op bestaande havens werden door de Duitsers afgeslagen.
De aanleg.
Caissons van soms wel 7 duizend ton werden in Engeland gefabriceerd en vervoerd richting Normandië. Met 6 km per uur moesten 175 km overbrugd worden.
Totaal werden 115 betonnen blokken tot zinken gebracht. Als golfbrekers werden oude vrachtschepen gebruikt. Samen vormden zij een dam van 8 km.
Vanaf de bunkers werden loopbruggen neergelegd om de lading van de schepen via vrachtwagens aan land te brengen.cmedicamenten te vervoeren naar de vaste wal.
Het is gelukt.
Zeer bijzonder.
Van hieruit trokken de bevrijders op naar het noorden.
Zo werd Drimmelen op 5 november bevrijd.
Blijdschap overal, maar wel ten koste van vele duizenden doden.
De toeristen nestelen zich in restaurants en in het mulle zand.
Een strand in Normandië : Oorlogsbeleving
3
Daar staat een man op het strand.
Op blote voeten.
Hij heeft postgevat voor een bunker, die vervaarlijk uit het zand steekt.
Golven beuken zich er op te pletter.
Ongevraagd geeft hij uitleg over het hoe en waarom van deze bunker.
Ik weet alles over de oorlog, zegt hij als we op het punt staan het betonnen monster te bekijken.
Stel uw vragen maar.
Van wie heb je die kennis, vraag ik.
Van mijn vader.
Hij heeft me alles verteld over zijn bezigheden tijdens de oorlog.
Wij woonden midden in het landingsgebied van de geallieerden.
Mijn vader voer regelmatig naar Engeland.
Zat hij in het verzet? Op die vraag gaat hij niet op in.
Vader is gevangen genomen en geboeid afgevoerd naar Duitsland.
Hij moest hard werken.
Drie keer per dag moest hij kartoffelen eten.
Plots spreekt hij een mondje Duits.
Van mijn vader geleerd, zegt hij desgevraagd.
Vijf jaar duurde die gevangenschap.
Hij heeft het overleefd.
Hij zag hoe vele lotgenoten een voor werden afgeknald door moordlustige Duitsers. Ze moesten blootsvoets door de sneeuw naar hun plek des oordeels lopen.
Ik wil alles weten over die oorlog.
Daarom sta ik hier.
De man lijkt verdwaasd. Misschien wel psychotisch.
Bij een andere bunker staat een dame te musiceren op haar doedelzak.
Een aandoenlijk gezicht.
Zo bewegen zich tussen de dolende toeristen mensen rond, die blijkbaar niet klaar zijn met die vreselijke oorlog.
Overpeinzing in Frankrijk 4
Ontmoeting
U ben een Belg, zie ik aan het nummerbord.
En u uit Holland, is het antwoord.
Ik vind de man bij de eerste aanblik sympathiek.
Er ontstaat ongewild een gevoel van verstandhouding.
Soms heb je dat ook in de trein.
De levensverhalen vallen als een zacht regenbuitje binnen.
Zo ook vandaag.
De Belg heeft veel te vertellen.
Heeft tot zijn achtste levensjaar in Zaïre gewoond.
Waarom zegt hij niet : voormalig Kongo,de Belgische kolonie.
Goed, ik vraag niet naar het waarom.
Zijn vader had er een plantage.
Op handelsreis naar Kenia is hij verongelukt en nog dezelfde dag begraven.
Moeder bleef onthand achter met drie jonge kinderen.
Ze kreeg de plantage niet verkocht.
Toen Kongo in 1958 onafhankelijk werd moest het gezin te voet vluchten met achterlating van al hun bezittingen. Ze kwamen in Kenia terecht.
Daar bezochten zij, vooraleer de vlucht naar België te maken, het graf van hun vader.
Zonder een cent begon het leven in België.
Hij werd geplaatst op een internaat.
Daar heb ik in een regime van kadaverdiscipline de lagere school doorlopen.
Vroeg opstaan en naar de kerk.
Inspectie na het wassen gebeurde op een onorthodoxe wijze :naakt.
Als de onderwijzers iets vies vonden werden we geslagen.
De striemen op je handen of voeten.
We werden niet misbruikt, voegt hij er aan toe.
Beseft de goede man niet dat dit de grofste vernedering is?
Ik laat het maar zo. Ik ben immers een gewillig toehoorder.
U bent een vreemde voor mij en toch vertel ik u dit verhaal, zegt hij blijkbaar
opgelucht.
Toch ben je goed terechtgekomen.
Alleen door keihard werken en studeren.
Vooral dankzij mijn moeder zaliger.
En jij?
Hier kom ik niet overheen.
Ik ben een boerenzoon en ben dat altijd gebleven.
Van boeren moet je houden.
Ik snap het, zegt hij met een minieme glimlach.
Heeft hij stiekem spijt dat hij zo openhartig is geweest?
2
integratie
Het onderkomen van mijn dochter Saskia ,een oude boerderij, staat in La mare aux boeufs. Heeft wel iets, zo’n plek totaal afgelegen.
Maar wanneer is er contact met de Fransen?
Er heeft zich een hulp aangeboden, die het huis af en toe wel wil schoonmaken.
Ze heet Moniek. Een vrolijk ogend type. Een tegen de zestig lopende
Française. Haar man is al jarenlang dood.
Ooit hadden ze samen een café.
Ze woont in een dorpje verderop. Komt achterom binnen.
Dat kan bij Hollanders hier in Frankrijk
Poetst bij enkele “ ik vertrekkers”. Vandaar.
Daar is ze dan.
Vertelt haar verhaal van vandaag. Snel en gretig.
Dat bij Gerald haar buurman een vlekje op zijn longen is geconstateerd.
Koffie?
Ja, graag. Het teken voor haar om nog vlotter te gaan praten.
Mijn dochter spreekt vlot Frans. Ik klamp me vast aan wat trefwoorden.
De Française gebruikt de lunch met ons.
Ruimt mee af en begint daarna de keuken schoon te vegen, om meteen daarna buiten een sigaret te gaan roken.
Het pakje heeft ze dicht onder bereik in de zak van haar jasje.
Even stopt de woordenwaterval. Een hoestbui.
Wat moeten we met haar aan?vraagt mijn dochter, die aanvoelt dat ik het met de Française te doen heb.
Gewoon laten komen, zeg ik.
Zo hoor je nog eens wat over de mensen die hier wonen.
Dit is een gek praatziek wijf. Tof toch?
Mijn dochter heeft natuurlijk het laatste woord.
Dit is Frankrijk meisje.
Van de Hollanders hier zijn de zich herhalende verhalen bekend.
3
Triest verhaal : man en vrouw in Frankrijk
Je koopt een bouwval in noord Frankrijk.
Je betaalt een slordige 60.000 euro.
Manmoedig aan de slag.
5 jaar lang.
Samen,man en vrouw.
Tegen de zestig.
Spreken geen woord Frans. Roken als ketters.
Hier willen zij hun oude dag slijten.
Steeds tegen nieuwe teleurstellingen oplopen.
Maar hebben internet en zijn op die manier verbonden met het thuisland.
De dichtstbijzijnde super ligt op 20 km.
Geen nood, ze rijden er braaf heen.
Een uitstapje.
Iedere zondag nar de brocante.
Daar ontmoeten zij de Hollanders.
Maken afspraken zo nu en dan.
Ik ken hun verhaal,omdat ik regelmatig in de buurt bivakkeer.
Even op fiets erheen. Koffie drinken en kletsen over niets
Dat is het zo ongeveer.
Ik heb hen bezig gezien.
Bewonderd ook.
Maar dan slaat het noodlot toe.
De man krijgt longkanker.
Een jaar lang dokteren in Maastricht, 300 km terug.
Een ongunstige prognose.
Het besluit wordt genomen: ze gaan terug naar Nederland.
Zij vinden een huurhuis.
Het huis met allerlei spullen wordt zwaar onder de kostprijs verkocht.
Van de winst pikt de Franse overheid 30 procent mee.
Een maand later overlijdt de man.
We kennen dergelijke verhalen van het tv programma Ik Verrek.
Sorry typefout Ik Vertrek.
Een ander verhaal
Ik ontmoet een Hollands echtpaar dat in Frankrijk de genoegens van een eigen huis wil proeven.
Het is een eenvoudige tussenwoning.
Zo af en toe wordt er naar Frankrijk afgereisd.
Zij was gestopt met lesgeven.
Hij werkte nog door.
Wilde met vervroegd pensioen gaan.
Tot hij op zestig jarige leeftijd ontslagen werd en twee jaar lang een W.W uitkering ontving.
De man is nu 62 en mag 5 jaar wachten op zijn AOW.
Sollicitaties brengen geen uitkomst.
Het gevolg?
Hij moet om in de bijstand verzeild te raken eerst zijn huis in Frankrijk te gelde maken.
Wat nu?
Zij geeft les aan asielzoekers in Nederland.
Hij sprokkelt met allerlei klusjes wat centjes bij elkaar.
Een huis in Frankrijk.
Een molensteen die om je nek kan hangen.