Marokko

Reizen
Rinus Rasenberg

Overpeinzingen Marokko

De eerste dag brengen we door in Marrakech.
Gewandeld, nee gestruind door de stad
Mijn vrouw mee de straten over gesleurd
Dat verkeer
Gegeten in la Bahia, chique restaurant
Lekker
Het waait en is redelijk fris
Morgen met de bus naar het zuiden
Ukelele gespeeld met stedelingen
Ook met instrumenten van hier
Altijd leuk
Goeie zin
Mijn vrouw neuriet weer
Nu wil ze naar bed

Slim en eerlijk spel
Wij willen geen geld meneer
We zijn vrij van school
Waar wilt u naar toe?
Naar paleis La Balie.
Komt u maar mee
De jongens lopen 5 minuten mee.
Dan keren ze om zonder iets te vragen.
He, ze vragen geen geld.
Wij kijken om en zien hen weglopen.
Ook zij kijken om, zien dat we medelijden hebben met ze.
Dan keren ze terug.
We geven hen een fooi
We zijn tevreden met onze goede daad.
Inderdaad ze hadden geen geld gevraagd.

De speelautomaat.
Iemand trekt ’s morgens aan een handle.
Je wordt heen en weer geschoten.
Van links naar rechts.
Je botst op voorgeschotelde schoonheid .
Dat we als een gek vastleggen, voor later.
Geen tijd te verliezen.
Goh, wat hebben we veel gezien vandaag.
Uiteindelijk val je terug in het putje van vermoeidheid.
Om de volgende dag weer afgeschoten te worden.

Je hebt van die mensen
Zou een mooie titel zijn van een verhalenbundel
Over mensen, gekke vreemde mensen
Hier in Marokko

Het leven is zo simpel
We kopen op de markt een tube lijm en een slot.
Waar hebben we die spullen voor nodig?
Dat vraag ik me ook af.
Ik kijk vriendelijk naar de man.
Hij kijkt naar mijn ukelele. Il pleure, roept hij luisterend naar het geluid.
O ja natuurlijk, de klank is verdwenen omdat hij is gevallen.
Er zit weer eens een barst in.
Geen nood. De man pakt de ukelele en lijmt de boel aan elkaar.
Ook nog afrekenen.
De man doet niet moeilijk en rond de koop af naar beneden.
Alles bij elkaar 2euro 50.
Als dank speel en zing ik.
Alle mannen glimlachen en klappen hun handen op elkaar.
Ik ben van plan om ook een tuinslang van 50 meter te kopen.
Ik weet zeker dat ik dan goedkoper uit ben dan in Nederland.

Man
Ik speel op mijn ukelele
Plots veert de man achter zijn koopwaar op.
Zijn gelaat gaat stralen.
De rimpels op zijn gelaat vervagen.
Zijn mond wijd open
Tandeloos, op een na
Ik loop voor bij , een meter ,tien meter
Hij zakt terug in zijn houten stoel
Zijn gelaat verstrakt weer
In het masker van de armoede.

Voor altijd…
Ik speel op mijn ukelele
Op mijn 50ste in Suriname
Op mijn zestigste in Nieuw Zeeland
Op mijn 65 in Guatemala
Op mijn 70 in Marokko
Zolang ik nog een glimlach kan toveren op de gezichten van mensen
speel ik door.
80?
90?
Uiteindelijk zal de wind de ukelele voor altijd laten zingen.

Liefde voor muziek

Overal waar ik loop komen er mensen op me af die zelf een instrument bespelen.
Soms komen ze met hun eigen instrument naar me toe.
Ze willen samen spelen. Maar ik doe er het zwijgen toe. Hun spel is veel intenser.
Ik doe maar wat ,maar het klinkt lekker. Dat vinden ze geweldig.
Ik had mijn instrument al 100 keer kunnen verkopen. Ga er een handeltje in beginnen.

Wespennest?
Marokkanen in Marrakech zijn als een zwerm wespen.
Ze steken niet maar cirkelen onrustbarend om je heen.
Je moet je rustig houden en niet van je afslaan.
Als je rustig blijft, kruipen ze op je en vliegen niet weg voor zij het willen.
Ze hebben jou in de tang
O, woont u in Holland?
In welke stad?
Breda.
Daar heb ik familie wonen.
Kom mee naar mijn familie, want wij zijn ook familie.
Door straten en steegjes gaat het.
Aangelokt door het lokaas : de beloofde thee.
Dit mag je niet afslaan.
Dus zit je binnen enkele minuten in een ruimte waar je helemaal niet wilt zijn.
Er wordt thee ingeschonken. Zoete thee.
Plotseling verschijnt er een vrouw met een tapijt.
Ze spreidt het uit en loopt weg.
De gastvrouw geeft uitleg.
Dit is en tapijt van kameelhaar.
Daar is de andere dame weer.
Ze showt een nieuw tapijt.
En nog een, en nog een.
De kamer ligt nu vol tapijten.
Dan komt een man binnen en gaat een ontroerend verhaal vertellen over deze en andere vrouwen.
Het zijn gescheiden vrouwen.
Ze hebben kinderen en moeten die onderhouden.
Voor je het weet zadelt hij je op met een schuldgevoel.
De tapijten zijn echter te zwaar om in onze rugzak mee te nemen, zeg ik.
Dus worden er kleinere geshowd
Ook die wijzen we af.
We geven een fooi en nemen afscheid.
We kunnen niet alle leed in Marokko op onze schouders meedragen.
In een reisgezelschap ben je een stuiterbal in een speelautomaat.
Veilig opgeborgen, dat zeker.
Belangrijk, zeker in Marokko..

 

Over handel gesproken.
Mijn vrouw koopt goede Hollandse kwaliteit wandelschoenen voor 50 euro.
Volgend jaar gaan we terug om schoenen voor mij te kopen.
En dan neem ik ook een slot, tube lijm en 50 meter tuinslang mee voor de liefhebbers.
Mijn idee om volgend terug te gaan naar Marokko is zo gek nog niet.
Als ik bestellingen krijg voor 50 tot 100 meter tuinslang, hangsloten en tubes lijm, duik ik mooi in het krappe bestedingspatroon van de arme Nederlander.
Je moet maar op het idee komen, toch?
Het goede wel te verstaan.

Barre tocht
Gisteren 200 km met de bus vanuit Marrakech naar Quarzazate.
Door regen, wind en kou.
Over 2 passen.
Ik zit achter in de bus
Klotsen botsen en stoten.
O arme reiziger.
Mijn vrouw heeft nergens last van.
Ik moet er onderweg uit.
Kotsen dan maar.
Dan gaat het weer beter.
O Marokko?.
Wat verwelkom je me lief en zachtaardig
Ik ben met mijn vrouw mee, dat is duidelijk .
Maar vanmorgen, de morgen na die rotte dag van gisteren:
Vanmorgen schijnt de zon.
Heerlijk ontbijten op het dakterras.
O mooi Marokko
Hier zijn we.
Oudjes uit Drimmelen.
Maar sportief tot en met.

Momo
Marokkanen zijn poeslief.
Zolang ze maar iets van jou gedaan kunnen krijgen wat geld oplevert.
Aan gemaakte afspraken houden zij zich niet.
Momo is zo iemand.
Hij belooft en belooft.
Zal ons morgen met zijn auto gidsen.
Morgen is vanmorgen en warempel daar is ie.
In een taxi.
Mijn vriend heeft mijn auto geleend, liegt hij.
Momo rijdt zelf om de indruk te wekken dat hij een auto heeft.
Maar wij weten wel beter.
Erg? Ach, je moet er de humor van inzien.

 

Tophit
Overal zing ik:
Ja t’aime Marokko
De toehoorders zingen het refreintje mee
En klappen als ik zing:
Tous les Marokkanes sont tres gentil
Et pour ma femme aussi

Het pure avontuur
Een oer Hollandse jongen drijft met zijn vriendin een restaurant in zuid Marokko.
Ze zijn drie maanden bezig.
Met gouden euro’s is zijn toko bedrijfsklaar gemaakt.
Marokko is immers zo lekker goedkoop.
Nu, drie maanden later zijn de omgewisselde euro’s weggesmolten als sneeuw voor de zon.
Ik eet er met mijn vrouw en zijn ouders. Goede keuken.
Pal naast hem drijft een Marokkaan een café.
Mannen kijken naar een voetbalwedstrijd uit Spanje.
Soms hoor je rumoer, waarschijnlijk omdat Barcelona net niet heeft gescoord of misschien toch wel.
Een toilet heeft mijn gastheer niet.
Op naar het café ernaast dus, echter met de opmerking dat je daar beter kunt wegblijven ivm de stank.
Ga toch.
De koffie na komt ook van het café van de buurman.
De jonge ondernemer heeft immers geen koffiezetapparaat.
Ietwat sneu alles bij elkaar. Of toch niet?
De jonge man is ons land ontvlucht.
Het ging hem te snel, te zakelijk, te oppervlakkig.
Hier is men niet gejaagd. Men heeft nog de tijd.
Hier lijkt alsof men in verveling de kost wil verdienen.
Men hangt maar wat.
Wachten tot er een klant komt.
Maar die pakken ze dan ook goed vast.
Melken hem uit in alle rust.
Onze Hollander is nog te eerlijk. Hij zal het nooit leren.
Hij blijft er kalm onder, in tegenstelling tot zijn vader die in elke beweging van mensen potentiële klanten ziet.
Nog enkele weken dan is zijn geld op.
Moet ie terug naar Nederland.
Hij moet gaan solliciteren naar een baan in het museum te Amsterdam.
Suppoost is een mooi en eerbaar beroep.
Heerlijk staan en zitten.
Je hoeft er niet achter de feiten aan te lopen.

Stuiteren
Mijn vrouw en ik zijn twee tennisballen.
We stuiteren voortdurend.
Iedereen kan er tegenaan schoppen.
We worden heen en weer geslagen.
En dat kunnen ze goed hier in Marrakech.
De gidsen, de jongeren die je de weg willen wijzen, de standhouders, de bedelaars, de taxichauffeurs.
Maar gelukkig ; onze bal is van graniet.
Er tegenaan slaan levert pijnlijke gezichten op.

Gids uit sprookjesland
Hoesein komt aan in het hotel. Hij wordt onze gids de komende dagen.
Stelt zich niet aan ons voor.
We zitten nog aan het ontbijt.
De eerste indruk schiet in de min.
Vooraf had ik al mijn bedenkingen over de hoge prijs die hij vroeg voor twee dagen gidsen.
Maar Hein, een goede kennis, had de afspraak gemaakt. Dus…
Op weg dan maar, ietwat ongemakkelijk.
Niet dat joviale.
Hij is de baas en laat dat in gesprekken ook merken.
Hoessein de filosoof.
De wandeling bergop verloopt aanvankelijk stroef.
Hij neemt niet de moeite om de rugzak van mijn vrouw te dragen.
Is ook niet behulpzaam, terwijl de tocht over losliggende grote keien en steil omhoog loopt.
Maar ach, een kniesoor die om zoiets maalt.
We rijden 50 km verder. Een dorp vol berbers en veel kinderen.
Rijd er doorheen ,vraag ik.
Met enige tegenzin dan maar.
Het middageten is echter voortreffelijk.
Ik wil even alleen zijn.
Terug aan tafel, is mijn vrouw in een financieel dispuut met Hoesein verzeild geraakt.
Hij wil de benzinekosten en het eten extra in rekening brengen.
Op zulke momenten weet ik dat ik een boerenzoon ben.
Als vader een kalf had verkocht bij handopslag, dan was de koop gesloten en stond onwrikbaar vast.
Om een gulden werd vooraf onderhandeld op het scherp van de snede.
Prijs is prijs.
Hoessein is in een afgrond gevallen.
Zeker als hij nog probeert terug te krabbelen.
Op de terugweg laat ik hem drijven op volle zee.
De trip voor de komende dag kan hij op zijn buik schrijven.
Maar René, stamelt hij herhaaldelijk.
Ik betaal hem voor bewezen diensten en hij verdwijnt.
Ooit zullen dergelijke lieden moeten beseffen dat voor een nuchtere Hollander vastgelegde prijsafspraken heilig zijn. Tenzij de prijs naar beneden wordt bijgesteld.

Droomvader
Na een bezoek aan een kloof liften we naar huis.
Dat lukt snel.
Er stopt een aardig uitziende man.
Neemt ons mee.
Hollanders zijn geliefde gesprekspartners zal hij gedacht hebben.
De man is benieuwd naar mijn gevoelens over Marokkanen.
Ik vertel het verhaal van wat mij vorig jaar in Amsterdam was overkomen.
Drie Marokkaanse jongens hadden me geholpen toen ik met mijn fiets was uitgegleden over de sneeuw.
Onze liftgever is enthousiast over mijn positivisme omtrent zijn landgenoten
Hij wil helemaal geen fooi.
Hij was gestopt , zegt hij, vanwege mijn ukelele.
Dat instrument wil hij graag aan zijn dochtertje geven.
Of hij het niet kopen kan.
Maar als hij hoort dat de ukelele een stukje van mijn leven is , wil hij geen vinger uit mijn lijf trekken.
Mooi gezegd vind ik.
Hoe oud is uw dochter.?
13 maanden , zegt hij bijna verontschuldigend.
Vaders doen rare dingen onderweg.

Woestijnwarmte
Zitten nu in Merzouga.
Zuidelijk oost Marokko.
Aan de rand van de woestijn.
Droomwereld.
Rust en stilte.
Mijn vrouw puzzelt.
Ik speel op mijn ukelele.
Kijk naar mijn filmscript.
Maar daar valt weinig aan te veranderen.
Gisteren lange busreis doorstaan.
4 uur door dorre vlaktes vol stenen.
Af en toe een rij palmbomen naast de bedding van een rivier .
Hier in Merzouga moet je de tijd hebben en nemen.
De sfeer van het land proeven.
Soms uren ergens zo maar zitten en kijken naar mensen.
Die komen op je af en je begint een praatje.
Ze zien aan mij dat ik nest om een praatje verlegen zit.
Mijn vrouw is wat voorzichtiger.
Het is hier goed toeven.
Weet je wat: we maken al ons geld op.
Maar dat lukt niet.
Genieten van de natuur kost niks.

Verdwaald en zoekend
Kom ik een Fransman tegen in een café.
De man is mager en praat aan en stuk door.
Ondertussen nog drukker gesticulerend.
Hij is alleen hier en verblijft in zijn camper.
De cafébaas en hij zijn vrienden.
Hij ontvluchtte Frankrijk.
De man heeft kanker.
Hij houdt vertwijfeld vast aan het leven en mijdt het woord “dood”.
Hier in de woestijn vindt hij rust.
Wellicht heel snel de eeuwige.

Filosoof in den dop
Niet denken, vooral niet denken, dat je na 3 weken de mens van hier snapt.
Achter zijn of haar glimlach gaat een geschiedenis van eeuwen verscholen.
Maar wel boeiend om te aanschouwen.
Die drukte op staten en pleinen ’s avonds.
Het lijkt wel of iedereen buiten loopt of zit.
Het is de warmte natuurlijk.
Wij in Drimmelen dorp doen het met een uurtje voor het huis zitten op een bankje.
Maar dan moet het mooi weer zijn. Wanneer, ooit?
Voor me zie ik warempel een zandverstuiving.
Potverdorie, kan niet eens de duinen in.
Nee, het is hier ook niet alles.
Toch niet te gauw moeten pronken met mijn droomwereld hier.
Gelukkig.
Als ik mijn ogen sluit zie ik ook geen zand.
En wij hebben als oudjes wel geleerd soms je ogen te sluiten.

Berbers
Waarom geen echte ontmoetingen met Berbers?
Ze spreken geen vreemde talen.
Met handgebaren zou nog lukken.
Maar we zien al hoe ze leven.
Hoe arm ze zijn ?
Moet je daar nog naar vragen?
Ze zijn bescheiden.
Simpel ook ervaar ik .
Genieten van de kinderlijke toneelstukjes die op pleinen worden gespeeld.
In grote kringen staan ze er omheen.
Ik denk terug aan de jaren 50.
Mijn ouders waren niet anders.

Ja, gezellig
Toeristen worden bij families thuis uitgenodigd.
Wat een feest.
Dat moesten ze thuis eens kunnen zien.
Ze worden compleet ingepakt.
Het is een gespeeld complot van spelers dat zijn weerga niet kent.
De toerist wordt in de watten gelegd.
En geef dien arme drommel eens ongelijk.
De gids verdient de ereprijs, de hoogste toneelonderscheiding die er is.
Arme toeristen, ze worden gehersenspoeld lijkt het wel.
Ze worden niet beroofd. Integendeel : Ze maken je gewoon wat centen afhandig.
Legaal overigens, want jij bent er met open ogen ingetrapt.

Uitje op zondagmorgen
Wil je een trip naar het meer.
Een nooit te vergeten uitstapje hoor
Er zitten veel flamingo’s in het meer.
Kosten 10 euro.
Nou dan, we moeten toch iets zien.
Een meer aan de rand van de woestijn.
In een terreinwagen erheen.
Dat maakt de tocht uitdagender en spannender.
Maar de wagen scheurt over het woestijnzand, dat er hier uitziet als geraspt asfalt.
Daar ligt het meer al.
De flamingo’s laten het afweten.
Meestal zitten ze hier, zegt onze gids ongeïnteresseerd.
Iemand kan ze hierheen opjagen, maar daar moet je voor betalen.
Gauw terug dan maar.
Mooi hè ,die flamingo’s. Zo begroet onze hotelbaas ons bij terugkeer.
Hij zit dus ook al in het complot.

Intussen in Nederland
Koning.
Koningsdag.
Kroningsdag
Koningsspeeldag.
Kroningsinhuldigingsdag
Kroningsmetprotestendag
Koningsliednietgezongendag

Wat jammer nou..
Wij moeten vluchten.
Wij houden het hier niet uit
nik.
Snikheet..
Snik.
Snikheet..
Van zuid naar noord.
Vandaag een taxirit gemaakt van 150 kilometer.
De chauffeur verstond geen woord Frans.
Installeerde zich. Zette de volumeknop van de radio op volle kracht.
Keek niet op of om en reed snoeihard weg richting doel, ergens ver weg.
Passeerde alles wat hij als langzaam verkeer beschouwde.
Auto’s met een snelheid van 80 kilometer op een B-weg behoorden tot de slachtoffers van zijn maniakale gedrag.
Hij sneed de bochten in de bergen scherp aan.
Tegenliggers moesten het ontgelden.
Grijp je dan niet in?
Uitstappen op een weg naar het niemandsland?
Ze luisteren niet, die mannen.
Het is hun cultuur.
Zelfs toen mijn vrouw argeloos en gewoontegetrouw de veiligheidsriemen wilde omgespen, protesteerde de man.
Niet in een taxi, maakte ik op uit zijn gebarentaal.
De riemen waren stuk, bleek achteraf.
Was toch weer lachen.
We zijn er heelhuids uitgekropen.
Ja, reizen in Marokko is overleven.
Waar niet, denk ik wel eens.

Bijpraten
Is het jou niet opgevallen, merkt mijn vrouw op, dat de mensen in het noorden geslotener zijn dan in het zuiden van Marokko?
Nu je het zegt, reageer ik bijna teleurgesteld.
Krijgen we dan, al verder naar het noorden trekkend, toch te maken met ” de Marokkaan” die wij kennen?
Zullen we dan maar niet verder trekken naar het noorden , opper ik.
Neen, Fez moet ook mooi zijn.
En ze zeggen dat andere steden ook…ik onderbreek haar.
Wie zegt dat?
Mijn reisgids.
Kan allemaal waar zijn.
Voor mij is Marokko, het zuiden.
We hebben de Berbers daar voor altijd in ons hart gesloten.
Omdat ze arm zijn? Nog eenvoudig leven?
Ze zijn nog puur en blij met weinig.
In hun rust kennen zij geen verveling.
Dat zal het zijn.

Toppunt van behulpzaamheid
Aan een ober in een café vragen we of er een bus rijdt naar Midelt.
De man knikt ontkennend.
Even later keert hij terug aan ons tafeltje.
Mijn werk zit er op, zegt hij.
Ik breng jullie wel naar Midelt.
Dat is heel vriendelijk van u.

Woont u daar? Vraag ik.
Neen, ik wil u helpen.
Mooi gebaar meneer. Maar dat kan toch niet gratis?
150 dinhar?
We slaan het aanbod af.
Een later loopt hij weer gewoon te oberen in het café
Laat je niks wijsmaken.
Door heel de wereld rijden ergens bussen naar toe.
Ook naar Midelt.

Sterk verhaal
Een puur Hollandse meid, blond en lang haar, zit aan een tafeltje naast ons te ontbijten.
Haar man is naar de stad vertrokken om een onderdeel voor zijn auto te kopen..
We zitten heerlijk buiten ,onder de nu al warme zon.
Ik heb gisteren gelift, zegt ze.
Van hier, op de meest afgelegen plek die je maar kunt bedenken?
Het personeel hier zei dat ik dat gerust kon doen, is het antwoord.
En lukte het ook?
Geen probleem hoor, gaat ze enthousiast verder.
Een auto met 4 mannen stopte en ik kroop zomaar de auto in.
Bij terugkeer had ik wederom snel een lift.
Ik mocht op de voorbank plaatsnemen naast een oudere man.
Ik was niet bang. De mannen hier laten je met rust.
Ik zou het in Nederland niet meer durven.
Toch een gesprek over haar jeugd gevoerd.
Wie is deze vrouw ? Hoe staat ze in het leven?
Zegt : Vroeger liftte ik vaker met een vriendin naar Spanje.
Mocht met vrachtwagen chauffeurs meerijden.
Zelfs nog met hen in de cabine geslapen.
Ben wel eens lastig gevallen, maar het liep altijd goed af.
Wat moet ik van haar denken? Niets eigenlijk.
Ze is 45 jaar, maar nog altijd in voor avontuur.
En dat pakt ze ook, waar mogelijk.
Niks mis mee.

Je hebt van die mensen….
Mijn vrouw heeft trouw gezworen aan haar reisgids.
Ze gelooft er heilig in.
Al voorlezend verkondigt ze haar geloof.
Ik moet haar volgeling zijn. Soms met tegenzin.
Wij zijn nu op zoek naar restaurant Azroe.
Hoe te vinden in het donker?
Dat vraag je aan de vele Marokkanen onderweg.
Ik mompel de naam , maar spreek die haast onverstaanbaar uit.
Het is Azroe, roept mijn vrouw. Je bent toch fan van AZ?
Zet er “roe”achter en je vergeet het nooit meer.
Goed.
Aan tien mensen de weg gevraagd.
Tien keer de verkeerde kant opgestuurd.
Als je Marokkanen moet geloven , dan..
Loop nou maar door, zegt mijn vrouw
Uiteindelijk geven we het op.
We eten uiteindelijk in een tweederangs restaurant, blijkt na afloop.
Allerbelabberdst slecht.
Zie je wel, jij met je andere plannen.
In ons hotel gevraagd waar Asroe nou werkelijk te vinden zou zijn.
Bestaat niet meer, is het antwoord.
Even in de gids van mijn vrouw gekeken.
Dat ding is al 5 jaar oud.
Maar dat is de bijbel ook, denk ik met gefronste wenkbrauwen.

Je hebt van die mensen…..
Wat doet die Amerikaan hier op het terras?
Ik raak ik gesprek met hem.
Hij brengt zes maanden per jaar door hier in Azroe.
Zit hier vaak op het terras en praat met dees of gene.
Heeft vrienden gemaakt.
ok ik ben nu zijn vriend.

Markt
We gaan met de Amerikaan naar de markt in een klein dorpje.
Met de taxi.
Over hobbelige wegen gaat het.
Vertelt dat hij reuma heeft en daarom de winters kou ontvlucht.
Onderweg wijst hij op een complex waaraan hij als vrijwilliger jarenlang heeft gewerkt.
Eenmaal op de markt wordt hij begroet door enthousiaste dorpelingen.
Zij hebben samen met hem het project verwezenlijkt.
De man vertelt zijn leven.
Ontmoet hier veel oude vrienden. Ze omhelzen hem.
Hij geef aan een arme dove vriend wat geld.
De mensen hier zijn arm zegt hij.
Zo kan zijn vrouw weer meel kopen om voor een week brood te bakken.
Wat ik ook moet weten:
Zijn vader, nu 91, heeft gevochten als Amerikaanse soldaat tijdens de tweede wereldoorlog.
Zijn broer stierf al vechtende in Duitsland.
Zelf heeft hij gevochten in de oorlog van Vietnam.
Zo te zien is hij er goed uitgekomen.
Een optimistisch man, die inspireert.
Ik ben nu echt zijn vriend.
Iedere reiziger doet zo zijn vrienden op onderweg.

Fijn achterin
Een grote taxi vervoert zes volwassenen.
Voorin de chauffeur met 2 nevenzitters.
Achterin vier personen.
De mechaniek om het raampje open te draaien ontbreekt.
Waarschijnlijk om voorspelbaar mogelijke ruzies te voorkomen.
De taxi scheurt langs alles wat beweegt.
Al toeterend baant de chauffeur zich een weg.
Desnoods door de berm.

Nostalgie
Ooit stapte de ezel met trage tred door de dorpen.
De koran was de wegwijzer naar de hemel.
Nu zie je brommers en auto’s gehaast in niemandsland verdwijnen.
En de mobieltjes wijzen de weg naar het vermeende geluk.

Schrijver op reis
Ontmoet een schrijver uit Amsterdam.
Is ooit genomineerd voor de Halewijnprijs.
Literatuurprijs van de stad Roermond.
Ooit heb ik die ingesteld en ze bestaat nog!
Schrijver kreeg die ambitieuze prijs niet.
Vond hij niet leuk natuurlijk.
Ik heb inmiddels de voorzitter van de jury gevraagd om uitleg.
Inmiddels heeft mijn schrijver hier wel twee prijzen gekregen voor zijn boeken.
Ach ,zijn nominatie was al goud waard, blijkt nu achteraf.

Als je het maar weet
Wij reden gisteren van Azroe naar Fez per bus.
Ik zat tussen een aantal studenten.
Marokkanen zijn geen voleurs, riep iemand achter mij.
Ik verstond niet wat hij zei.
De jongen herhaalde de zin, maar nu veel luider.
We zijn geen dieven , we zijn geen dieven….
Medereizigers keken op.
Ik pakte mijn ukelele en zong mijn tophit:
Je t’aime Marokko. Ik houd van je Marokko.
De jongen zong mee en klapte luid.
Ik had in de politiek moeten gaan.

Ditjes en datjes
Een gesprek voeren over jonge Marokkanen in Nederland is blijkbaar taboe.
Men heeft weet van de problemen, maar zwijgt er over.
Misschien schaamt men zich.
Je weet het niet.
Toch weet iedereen dat veel rijken hier hun geld hebben opgehaald in Europa.
Zij bouwen de mooiste huizen.
Nederland lonkt.

Niet te spannend maken Rien
Neem het meisje in de rij naast mij in de bus.
Ze zit naast haar moeder, stil voor zich uit te kijken.
Ze lijkt wel eenzaam zo te zien.
Op haar knieën haar weekendtas.
Ze heeft tatoeages op haar handen en voeten.
Na 100 km reizen nog geen woord gesproken.
Zou ze worden uitgehuwelijkt vandaag?
Het kan zo maar.
Mijn vrouw vertelde dat er een keer per jaar in een stad een aantal meisjes wordt aangeboden als toekomstige bruiden.
Als het huwelijk na een jaar strandt mag het meisje opnieuw trouwen.
Wij weten niet wat er achter die koppies schuilgaat.
Ik krijg geen vat op haar. Ze straalt niets uit.
De bus stopt in een stadje.
Plotseling veert het meisje op uit haar stoel.
Tovert een glimlach tevoorschijn en verlaat de bus.
Even later zie ik jaar samen met haar moeder de winkelstraat in lopen.
Het is toch simpeler dan ik dacht.
Ze zijn samen een dagje winkelen.
Ach, je moet toch wat fantaseren als je uren door de woeste vlaktes rijdt.

Fez
We zijn in Fez aanbeland.
We lopen door doolhoven van steegjes.
Op allerlei manieren proberen de neringdoeners hun koopwaar aan de man te brengen.
Ik speel op mijn ukelele.
Direct sluiten jongemannen zich bij me aan en zingen mee.
He, dan toch die open mind hier.
Als we in een studentencafé gaan eten voelen we ons echt op ons gemak.
De jeugd hier is niet veel anders dan bij ons.
Ze zoeken contact ondanks je leeftijd.
Go, wat zijn we nog jong.

Muziek
In Fez lopen muzikanten rond.
Ze slaan op trommels.
Gaan met de pet rond.
Veel halen ze niet op.
Het duizendkoppige publiek wringt zich een weg door de nauwe steegjes.
De trommelaars negerend.
De kleine open etalages ,duizenden in getal, etaleren hun koopwaar.
De toeristen lopen haast ongeïnteresseerd door.
De bananen rotten onder de ogen van verkoper weg.
Triest om aan te zien.

Arme muzikanten
Mensen, die mijn ukelele zien ,vragen of ik iets kan spelen of zingen.
Vanmorgen was dat een muzikant.
Ik zong een lied. Je t’aime Marokko.
De man zong mee. Al snel zong de hele meute om ons heen mee.
De muzikant ging na de sessie met de pet rond.
Hij scoorde. Blij was ie.
Later trof ik hem weer.
Ongevraagd herhaalden wij ons optreden van hedenmorgen.
Weer vielen de duiten in het zakje.
Zal ik hier maar blijven?
Zo kan ik nog een structurele bijdrage leveren aan de armoedebestrijding.

Oude verhalen
Een ouder Hollands echtpaar ontmoet in ons hotel.
Het stel is zichtbaar blij met wat aanspraak.
Binnen een half uur kennen we de geschiedenis van deze familie.
Ook de ziektes en kwalen komen uitgebreid aan bod.
Tevens de vele vrienden en bekenden die hen zijn ontvallen.
Daarna de lotgevallen van de kinderen.
En wij maar denken dat we gelukkig af zijn.
Wij die hier met de rugzak rond trekken.
Onze geschiedenis is in feite een blauwdruk van de hunne.

Alarm
Plotseling hoor ik geschreeuw.
Een man met een groot mes in zijn hand rent een restaurant binnen.
Sterke mannen storten zich op de gek.
Ze houden zijn hand vast.
Het mes zweeft boven de hoofden.
Ik pak mijn camera en wil het filmen.
Twijfel overvalt me.
Wat ik nu zie verrast me.
De mannen troosten de aanvaller.
Ze aaien zijn kop.
Leggen hun hand op zijn gezicht.
Knuffelen hem en spreken hem kalmerend toe.
En warempel, de man geeft zich gewonnen.
Ik film alsnog.
Maar het wereldnieuws haal ik niet met mijn opname..

Alweer die centen.
Het moet gezegd: een Hollander let op de centen.
Zelfs hier hoor je regelmatig: kijken niet kopen.
Ja dat anti-gevoel zit diep geworteld overal in de wereld.
Toch een nasleep van ons koloniale verleden?

Marokkanen roepen de gekste dingen.
“Prachtig” en “allemachtig “scoren het hoogst.
Ik tokkel op mijn ukelele
Mijn vrouw wandelt voor mij uit.
Zij voelt zich als in een Venetiaanse gondel.
Voortgaand in het gestage ritme ,
opgewekt door de roeiriem van de gondelier

TV
Schotels op de daken.
Honderden, duizenden
Ogen gericht op de oneindigheid.
Al leven wij in arm Afrika.
Wij vangen het wereldnieuws.
Ons maak je niks meer wijs.

Steegjes
Smalle steegjes in Fez en Marrakech.
Het lijkt of heel de wereld zich hier wil verzamelen.
Als mensenmieren scharrelt het publiek rond
Heen en weer.
Poort in , poort uit.
Als mieren , die hun holletje in en uit kruipen.
Steeds maar weer.
Mensen , dom dwalend met verdwaasde ogen.
Kijkend naar niets.
Maar wel druk doende bezig.

Eten in Marokko.
Het vlees ligt uitgestald.
Te smerig om naar te kijken.
Dus ga je zitten en bestel je.
Vlees of kip
Liefst goed doorbakken.
Dat zeg je er nadrukkelijk bij.
Maar of ze het snappen
Nu zie je vanaf de straat hoe het eten wordt bereid.
Handen die graaien.
In sla, tomaten of rijst.
Niet naar kijken.
We hebben minder honger hier.
Het zal de warmte zijn.

Alcohol?
Drie weken zonder alcohol.
Gemakkelijk vol te houden omdat je vrienden en kennissen ver weg zijn.

Oh Marokko
We zwerven door Marokko, maar kleven niet aan.
Wanneer krijg je vat de cultuur van een ander volk?
Je mag er ronddolen, maar je bent en blijft een afstandelijk toeschouwer.
Wat opvalt: de jeugd hier is verder in haar ontwikkeling dan die in Nederland.
Daar valt ook het woord” beschaving” onder.

Paarden
Als de jonge hoteleigenaar te weten komt dat ik dierenarts ben, schiet hij op me af.
Ik heb renpaarden, zegt hij opgewonden.
Heeft u paarden behandeld?
Hij wacht het antwoord niet af.
Hij stelt vragen en nog meer vragen.
Wat moet hij inspuiten om zijn paarden winnaars te laten worden.
Laat me eerst even gaan douchen, antwoord ik.
Als ik ben afgekoeld en de man in kwestie ook, maak ik een praatje met hem.
De dierenartsen in Marokko die zelf renpaarden hebben winnen alle wedstrijden, hoor ik hem met meelijwekkende stem zeggen.
Wat moet hij nu inspuiten?
Hij gebruikt al van alles, meest vitaminen. Dat zint hem niet.
Hij wil meer. Hij kijkt me aan met een blik van: help me ik ga dood.
Hij wil dope. Hij wil alles ,als hij maar wint.

Veilig
Nergens voel je je zo veilig als hier in Marokko.
Tas achtergelaten.
Ze brengen hem je na.
Portemonnee laten liggen.
Meneer, hier ….alsjeblieft…..dat hebt u laten liggen.
Soms kunnen we de lieve vinders wel op ons knieën danken.
Maar hier op je knieën vallen zou voor een moslim heiligschennis zijn

Wachten op de trein naar Rabat.

Zitten nu op een trap naast het perron.
Links kijkend zie ik wel 60 wachtenden.
Rechts nog meer.
Altijd spannend of je een zitplaatsje kunt bemachtigen.
Bemachtigen?
Dat is een typisch Hollands woord.
Dat was ik hier helemaal vergeten.

Op naar Rabat.
Eerste klasse dan maar.
Heerlijke stoelen, airconditioning.
Wat wil je nog meer?
Een man ziet mijn ukelele en grijpt gretig naar het gammele kleinood.
Hij draait een andere spanning in de snaren.
Hij zoekt het geluid van Arabische muziek.
Het lukt hem warempel ook nog.
Hij speelt, als het aan hem ligt uren achtereen.
Hij gaat er warempel bij zingen.
Een tragisch lied van een man die verlaten is door zijn Italiaanse schone.
Het is hem overkomen.
n, reageert hij ietwat verdrietig.

Verdiensten
De man in de trein vertelt dat hij in België werkt als opticien.
Daar verdient hij 3000 euro per maand.
Hier in Marokko zou het slechts 300 euro zijn.
Mensen zijn arm .
Velen werken voor 1 euro per dag
De meesten moeten leven van 2 euro per per dag.

Meisje in de trein
Het lieve meisje naast mij is geboren in Nederland.
Ging naar de lagere school tot haar tiende.
Daarna terug met haar ouders naar Marokko.
Opnieuw beginnen in klas een, ze heeft geen Arabisch geleerd.
Nu studeert ze in Rabat. Iets met management.
Ze reist met haar tante.
Trots is ze. Wil niet meer terug naar Utrecht.
Maar heeft er nog veel vriendinnen, waarmee ze regelmatig communiceert.
Marokkaanse ? Nee, zegt ze in vlot Nederlands , ook anderen.

De grote steden
Ze stralen een Europese identiteit uit.
Mooie breed aangelegde wegen. Trams en stadsbussen.
Ze trekken steeds meer arme lieden van het platteland.
Het ziet er triest uit voor de oudjes daar.
Zij hebben geen tot weinig keus. Ze blijven noodgedwongen op hun plek.
De jongeren weten de weg goed te vinden naar het ” betere”.
De foto’s op hun mobieltjes staan vol mooie kleuren.
De stad lokt.
De koningssteden in Marokko zijn Amsterdam op koningsdag.
Miljoenen mensen op de been.
Blikkend op hun mobieltjes.

Terug naar Marrakech.
In Rabat stappen twee jonge vrouwen in.
We reizen eerste klas.
Bijzondere vrouwen, mooie vrouwen.
De een Russische, de ander een Marokkaanse.
Het Russische meisje is een rebels type.
Ze kwebbelt aan een stuk door.
Geeft Engels op de universiteit, voor wat het waard is.
Hier kan ze overleven.
Kan een eigen appartement huren en betalen
Ze heeft 4 goede vrienden.
Veel jonge mannen achtervolgen haar om ook in het gevlei te komen.
Ambtenaren houden haar uren vast om lang van haar aanwezigheid te kunnen genieten.
Ze kijken mij naakt, zegt ze met een ondeugende blik.
Dat is het lot van mooie vrouwen.
Zeker als ze ook nog gewaagd gekleed gaan.

Reisgids
Mijn vrouw en ik regelen alles zelf op vakantie
De reisgids goed doorlezen, dat is haar taak.
De ukulele doet de rest.
Een gids die zich aanprijst op straat gaat door de knieën als hij mijn muziek hoort.
Hij zal mee gaan zingen, klappen en zich verliezen in complimentjes.
Hij zal vergeten waarom hij op jou af stapte.
Hij is in de greep van de opwinding.
Zo bespeel ik niet alleen het instrument alsook de goedgelovige gids, die denkt dat ik een belangrijk artiest ben.
Ach ,misschien ben ik dat ook wel.

Het Russische meisje zei het treffend.
Ze zijn zo lief, die Marokkanen.
Maar je kunt er niets mee.
Dat is het.
En niet anders.
Zelfs als je ze de weg vraagt, sturen je naar een familielid die tapijten verkoopt.
Goed om dat te weten , als je ook eens van plan bent hierheen te reizen

Taxi
Je kunt in de grote taxi plekken kopen.
Wil je met drie mensen achterin zitten, dan koop je een extra plaats.
Wil je alleen met je vrouw rijden, koop je alle plekken op.
Ben je dan duur uit?
Voor 150 platte kilometers betaalden wij 40 euro.

Weerzien met Marrakech..
21.30 uur.
Eenmaal buiten word je belaagd door taxichauffeurs.
Je toont geen belangstelling.
Toch wil je naar het hartje van de stad.
Ergens waar geen auto’s mogen rijden.
Het aanlokkelijkste stukje van de stad.
Dus zullen we ook moeten lopen naar het hotel.
Uiteindelijk iemand gevonden die het opgeven hotel en straatje denkt te kennen.
Zet ons na veel omzwervingen ergens neer met een gezicht van: je zoekt het verder zelf maar uit.
Geen nood.
Twee jongens zullen ons verder vergezellen.
Hoe ver is het?
300 meter is het antwoord.
Na 10 minuten lopen toch een proteststem laten horen.
Maak je geen zorgen, we zijn er zo.
Nog 3 minuten.
We zijn er verdorie toch nog ingetrapt.
Dat blijkt als we de volgende morgen bij daglicht de kaart er bij nemen.
Ach , die drie euro die we de jongens gaven zijn goed besteed.
“We hebben onze schoenen versleten meneer, zolang hebben wij u de weg gewezen”

De laatste overpeinzing.
Alles gaat aan jou voorbij
Zittend op een terras in Marokko of op je bankje voor je huis in Drimmelen.
Je kijkt toe.
Je maakt geen deel uit van het leven dat voorbijgangers met zich meedragen.
Je kent hun gemoedstoestand niet.
Je bent een toeschouwer op afstand.
Je hebt geen weet van ze.
Een schrijver fantaseert een verhaal rond de flarden gesprekken die hij hoort bij het voorbijgaan van mensen.
Ik wil iets weten van ze.
Hoe komt u hier?
Waarom kijkt u zo somber meneer?
Bekijkt u mij of ik u?
Als je niets vraagt, gaat alles aan jou voorbij.

Drie weken Marokko.
Wij lopen hier twee uur achter op jullie thuis.
Zigeuners zijn we.
Slapen in een eenvoudig onderkomen met WiFi.
Het liefst in de binnenstad.
Live luisteren naar radio 1
Mijn overpeinzingen neerpennen.
Die heb ik jullie ongevraagd toegestuurd.
Zou God of Allah ons ook zo bewerken?

Thuis
Telefoon ..
Wat heb je gezien?
Nog iets meegemaakt?
Hoe was het eten?
Nog leuke foto’s gemaakt?
Je kunt toch wel iets vertellen?
Echt niet.?
We zijn 3 weken weggeweest.
Dat is alles.
Wel bruin teruggekomen zeker?
Dat dan weer wel.
Jullie zullen wel moe zijn.
Fijn jullie gesproken te hebben.