Hongarije
Belevenissen in Hongarije
Belevenissen van oma en opa deel1
Opa en oma waren op vakantie in Hongarije.
Het had op een nacht vreselijk geonweerd in Hongarije.
Zeker in de buurt van Gyor.
Hele gebieden zaten daarna zonder elektriciteit.
Ook veel bomen waren omgewaaid.
Kom we gaan wat fietsen, zei oma de volgende dag.
Het was weer een ochtend vol zonneschijn.
Ze fietsten op een pad langs de snelweg.
Wat zagen ze ? Een hele lange file.
De auto’s konden niet voor- of achteruit.
De oorzaak was ons snel duidelijk.
Er lag een dikke eik dwars ober de snelweg.
De automobilisten waren boos op de brandweer.
Waar blijven ze? werd er geroepen.
Ze hoorden via de autoradio dat er op die weg zeker 100 km file stond en dat het nog lang zou duren eer de brandweer hen kwam bevrijden.
Ze konden niet overal tegelijk zijn, zoveel rampspoed was er aangericht door het onweer.
Er waren mensen die naar het vliegveld wilden.
Regeringsleiders zaten in de file.
Leraren en belangrijke zakenlieden.
Ik zal jullie helpen riep oma.
Rini heb je een touw? Nou dat had opa Rini natuurlijk.
Oma bond het touw om de eik en daarna vast aan haar elektrische fiets.
De omstanders lachten oma uit. Wat een dwaas, riep de een.
Het moet niet gekker worden, zei de ander.
Een grap zeker van die Hollanders, werd gedacht.
Maar wat gebeurde? Oma ging op haar fiets zitten, trapte en sleepte de eik naar de kant.
Zoiets had men in Hongarije nog nooit meegemaakt.
Het grote nieuws kwam ook op de radio.
Een wonder was geschied, zei de radioverslaggever.
De file kwam langzaam in beweging. En wat gebeurde er?
Alle automobilisten gooiden bankbiljetten naar oma.
Opa vulde Zijn tassen. Gelukkig kregen zij ook plastic tassen aangereikt om al het geld in te stoppen. We zijn rijk, riep opa nadat de file was opgelost.
Wat heet, riep oma: we zijn miljonair.
De volgende dag stond de geslaagde actie van oma in alle Hongaarse kranten.
De mensen van de brandweer kregen er van langs
En toen oma en opa thuis waren riepen ze alle kleinkinderen bij elkaar en ze trakteerden hen op ..een ijsje. Heerlijk, riepen de kinderen. En fijn dat u zo’n goede fiets heeft oma.
Wij willen ook wel zo’n fiets.
Goed sparen zei opa en hij stopte bij ieder kind een euro in de spaarpot.
En ..zei oma, veel tassen meenemen op vakantie , je weet het maar nooit!
Belevenissen van opa en oma deel 2
Opa wilde graag naar afgelegen dorpjes in Hongarije.
Nou dat heeft hij geweten zeg.
Het was op een zondagochtend toen oma vroeg aan opa:
Ga je lekkere broodjes halen in het dorp.
Opa sprong op zijn fiets en reed richting het dorpskerkje.
Gelukkig kon hij de laatste 10 broodjes kopen.
Je wist maar nooit.
Plots zag hij een hele drukte bij het kerkje.
Wat zou er aan de hand zijn? dacht opa.
Hij ging een kijkje nemen, want zo nieuwsgierig als opa is geen ander.
Vooraan zaten een aantal mannen.
Ach, dacht opa laat mij daar ook maar bij gaan zitten.
Voorin bij het altaar zaten vier vrouwen met sluiers voor hun gezicht.
Plots kwam er een soort priester voor de vrouwen staan.
Achter hem twee mannen, gekleed als politieagent. Met wapens omhangen.
De priester begon te praten en de vier vrouwen stonden een voor een op.
Toen werd er luid geklapt en gezongen. Vooral door de mannen in de buurt van opa.
Ze zongen he ye ye ye. En dat met handgeklap.
De man naast opa stootte hem aan alsof hij wilde zeggen: zing mee
Toen ging de telefoon. Oma aan de lijn.
Waar ben je? Heb je brood gekocht?
Opa riep…..ja.
Wat zeg je? riep oma, ik hoor alleen maar gezang bij jou.
Jaaaa,riep opa nog luider.
En de mensen zongen ye ye ye… Jaaaaaa,riep opa nog harder zodat oma het kon verstaan.
Plots werd het stil in het kerkje. Een van de vrouwen liep naar opa en kuste hem.
Wat is dit? mompelde opa beduusd.
De priester nam wederom het woord en de vrouw antwoordde enkele malen ja op vragen van de priester.
Wederom werd er gezongen ye ye ye ja ,ye ye ye ja.
Weer ging de telefoon. Oma aan de lijn. Wat is dat daar voor een kabaal?
Heb je ook wijn gekocht?
Nee, riep opa. Wat zeg je? Neeeeeee, riep opa nog harder.
Nu werd het weer stil in het kerkje.
Plots werd het opa allemaal duidelijk.
Hij had met zijn “ja” het jawoord gegeven.
Hij had er dus een nieuwe vrouw bij. En met het ” Nee” had hij haar alsnog afgewezen.
Hij gaf de vrouw de plastic zak met broodjes en snelde de kerk uit. Stop, riepen de mannen. Maar opa rende naar de kerkdeur.
Er klonken schoten en geschreeuw. De mensen in de kerk raakten in paniek en vluchtten weg.
Er waren twee gewonden te betreuren.
Waar bleef je zolang? vroeg oma toen opa hijgend aan kwam fietsen.
Kom we moeten weg hier, snel. Binnen twee minuten reed opa vol gas het dorpje uit.
Even later werden ze ingehaald door een ambulance met zwaailichten.
Wat is dat nou weer? vroeg oma.
Ik weet van niks, loog opa. We moeten opschieten, zei hij gehaast.
Man wat heb je toch? Vroeg oma boos.
Vertel ik je later, zei opa en hij parkeerde de camper op een boerenerf achter een hooimijt.
Dat was nodig want uit het dorp waren mannen in auto’s gestapt om de achtervolging op opa in te zetten. Opa had geluk. Ze reden voorbij en hadden opa niet opgemerkt.
Opa durfde pas midden in de volgende nacht verder te rijden.
Nu is het genoeg, zei oma boos. Ik wil weten wat je in het dorp hebt uitgespookt.
Als ik je dat vertel, geloof je dat toch niet, antwoordde opa kalm.
Mijn kleinkinderen zal ik ooit dit verhaal vertellen.
Zij zullen mij wel geloven.
Is het echt gebeurd opa, vroeg kleine Teun een maand later.
Ja, jongen dat is echt gebeurd.
Die vier vrouwen waren weduwen.
Eens per jaar wordt er een nieuwe man gezocht voor die vrouwen.
Dat is traditie daar in het binnenland van Hongarije
Ik had de pech dat ik een oude vrouw met 10 kinderen had getroffen.
De andere drie waren jong en heel mooi. Want anders…
Nou jokt u echt opa, zei Sieb.
Weet oma dit allemaal? voeg Jort.
Nee, maar vertellen jullie maar aan oma dat er geen tweede vrouw zo lief kan zijn als oma.
Belevenissen van oma en opa deel 3
Wat zullen we vandaag weer eens doen? vroeg oma
Laten we met de bus naar Budapest gaan.
Dat is een mooie stad, zei opa.
Goed dat doen we dan, zei oma blij.
Na het ontbijt liepen ze naar de bushalte.
Het was erg druk in de bus.
Toen oma ingestapt was, stond er een jong meisje op en liep naar achter in de bus.
Bij opa gebeurde hetzelfde.
Opa was daar niet blij mee.
In Nederland gebeurt dit nooit.
Ik denk dat we teveel stinken dacht hij en dat ze daarom opstaan en weglopen
Laten we naar huis gaan en ons gaan douchen stelde opa voor.
Na een warme douche gingen ze vol goede moed weer op stap.
Maar een maal in de bus gebeurde weer hetzelfde.
Ik snap het nu, zei opa.
Die jongeren denken dat we moe zijn.
En dat zijn we ook van al dat vele trekken met de camper.
Laten we naar huis gaan en twee dagen rust nemen.
En na twee dagen weer gingen ze op pad.
Laten we wat later gaan , stelde opa voor.
Dan zitten er wat minder jongeren in de bus.
Maar wat gebeurde er?
Weer stonden er twee veertigers op van hun plaats.
Gaat u zitten ,zeiden ze.
Opa snapte er niets meer van.
Hoe zou dat nou komen, vroeg hij zich af.
Hij belde s ‘avonds naar een vriend in Drimmelen.
Die had het antwoord meteen klaar.
Die mensen daar in Budapest zijn nog goed opgevoed.
O, is dat het, zei opa. Dat doet me goed.
Nou snap ik het pas . Ze staan natuurlijk op omdat wij uit het buitenland komen.
O, voor ik het vergeet, zei de vriend.
Feliciteer je vrouw met haar 74-ste verjaardag.
Let een beetje op haar. En laat haar zitten als je met de bus of tram gaat reizen in een stad.
Toen pas ging bij opa een lichtje branden…………..
Belevenissen van oma en opa deel 4
Ze staan zelden op een camping, opa en oma
Maar gisteren moest het wel.
Het regende pijpenstelen.
Ze stonden helemaal alleen op de camping in een mooi plaatsje aan de Donau.
Toch kwam er nog een echtpaar uit Engeland op de fiets doornat op dezelfde camping aan.
Eenmaal geïnstalleerd werd hen een heerlijke kop koffie aangeboden in de camper.
Dat vonden die twee heerlijk.
De volgende ochtend kwam de man al vroeg bij opa en oma aankloppen.
Ze schrokken wakker van het geklop.
Dat waren ze niet gewend natuurlijk.
Was er iets ernstigs gebeurd?
Nee, de man had een hele speciale vraag.
Hij moest vandaag vroeg in Budapest zijn. Het regende nog steeds belachelijk hard.
Daarom vroeg of hij de camper mocht lenen voor een dag.
Zijn vrouw was ernstig ziek geworden en ze wilden heel snel naar een dokter.
En wij dan ? vroeg oma.
Nou als jullie onze tent afbreken en inpakken mogen jullie op onze fietsen naar Budapest.
Je zou ons een groot plezier doen.
Doen we, zei opa. Oma gaf met veel tegenzin uiteindelijk toe.
Dan spreken we af elkaar morgen te ontmoeten op de camping in het centrum.
Afgesproken , zei opa.
Het echtpaar vertrok al vrij vroeg.
Opa en oma hadden nog een drukke dag voor de boeg.
En dat allemaal om een onbekende te helpen?
Jij ook met je eigenaardigheden, riep oma steeds bozer wordend.
Uiteindelijk beklommen ze de fietsen en gingen op weg in ……de stromende regen.
Tegen zessen s’ avonds bereikten zij de buitenwijken van Budapest.
We gaan eerst wat eten, stelde opa voor.
Een restaurant was nel gevonden.
De baas had echt medelijden met het stel.
Ja, en uitleggen waarom ze hier zo moe en nat waren terechtgekomen konden ze niet.
De man sprak alleen Hongaars.
Na de soep zette hij de televisie aan.
Opa keek verveeld naar het scherm. Oma al helemaal niet. Ze had het helemaal gehad.
Plots liet opa een luid geschreeuw klinken door het lege restaurant.
Kijk daar, riep hij zijn handen ten hemel heffend.
Dat is de man die onze camper geleend heeft.
De ober snelde toe en glimlachte toen hij het tv beeld zag.
Dat is onze president met een gast, zei hij in gebroken Engels.
Kent u die gast? vroeg opa. De man snelde naar binnen en riep zijn vrouw aan hun tafel.
Dat is de president van Engeland, zei ze beslist.
Hij zegt dat hij op een fietsvakantie is in ons land en niet herkend wil worden.
Hoe is dit mogelijk, zei oma beduusd.
De baas en zijn vrouw begrepen natuurlijk niets van de opwinding van opa en oma.
Hoe kon opa nou later uitleggen aan zijn kleinkinderen wat er die morgen was voorgevallen.
Niemand zou hem geloven, nee eerder voor gek verklaren.
Jullie kunnen hier gerust overnachten, bood de restauranthouder aan.
Nou, dat hoefde de man niet te herhalen.
Ze deden die nacht van de spanning geen oog dicht.
Met bevende knieën gingen opa en oma de volgende ochtend al vroeg op stap.
Zullen we zeggen dat we hem op de tv hebben gezien?
We zeggen niks, antwoordde oma.
Op de afgesproken tijd was het Engels echtpaar- de president en zijn vrouw dus-op de camping in Budapest.
De camper stond netjes geparkeerd onder een hoge boom.
Zal ik koffie zetten? klonk het als begroeting door de Engelse vriend.
Ik ben jullie dankbaar. Mijn vrouw is onderzocht en er moeten foto’s worden gemaakt van haar galblaas.
Dat kan als we terug zijn in Engeland. Ze had veel pijn en ze kon echt niet langer wachten.
Jullie hebben ons goed geholpen.
Na de koffie volgde er nog een gesprek over koetjes en kalfjes .
De vrienden namen de fietsen weer over en maakten aanstalten om te vertrekken.
Opa was nog steeds van de kaart.
Waarom vraag je niet wie hij is ? vroeg oma.
Normaal heb je altijd je woordje klaar.
Mag ik nog een foto van jullie maken? was het enige wat uit opa’s mond kwam.
Maar natuurlijk zei de vriend.
Met vriendelijke handdrukken gingen de stellen uiteen.
Thuis zal iedereen ons moeten geloven met deze foto’s, riep opa triomfantelijk.
Ja wel, zei oma opgetogen: die foto’s zijn ons bewijs.
Wat jammer nou, riep oma toen ze de foto’s later bekeek.
Wat jammer? Vroeg opa
Ze zijn allemaal bewogen die foto’s van jou.
Welke?
Nou die. En oma wees op de foto’s van de Engelse president
Daar gaat onze zoveelste ware gebeurtenis, riep opa vertwijfeld.
Belevenissen van opa en oma deel 5
Opa en oma bezochten een oud fort op een eiland bij de Donau in Slowakije.
Het fort is ommuurd, wel 15 meter hoog.
Door een grote poort kun je er naar binnen.
Opa en oma konden nog net met een groep uit Slowakije mee voor een rondleiding.
Wat een gebouwen zeg. Maar wat zagen ze?
Grote ruimtes en onderaardse kelders die er totaal verwaarloosd en vervallen uitzagen.
De laatste bewoners waren 2000 Russische soldaten geweest.
Toen de muur gevallen was- wat dat betekent moeten jullie aan je pa en ma vragen- vertrokken de soldaten. Ze hadden een totale ravage aangericht. Dat was in 1991.
En in die verlaten vesting liepen oma en opa rond.
Achter de groep aan was opa in de onderaardse gewelven beland.
Hij was zo onder de indruk van de onheilspellende sfeer, dat hij verzonken raakte in diepe gedachten.
Om plotseling tot de ontdekking te komen dat hij alleen in een donkere ruimte stond.
Niets te horen ,maar erger nog : geen hand voor ogen te zien.
Wat nu? Hij moest op zoek naar een mogelijke uitgang naar buiten.
Helaas. Opa verdwaalde steeds meer, tot hij bij een kolossale dikke houten deur kwam.
Hij drukte een handvat omlaag en ziet : de deur ging open , hij liep er door heen en zag plots verderop een schijnsel van licht.
Hij hoorde ook stemmen. Dat zal de groep Slowaken met oma zijn, dacht opa.
Maar hij kwam bedrogen uit. Hij hoorde vreemde stemmen.
Het konden wel Russische klanken zijn.
Mannen juichten toen ze plots een mens in hun ruimte hoorden roepen: is daar iemand?
Een Duits sprekende man nam het woord.
Wie zijt gij? Komt gij ons redden?
Zo te horen een beschaafde man.
Hoezo redden? Riep opa verbaasd uit. Ik ben zelf verdwaald.
De man vertaalde wat opa gezegd had.
Een zucht van teleurstelling onder de mannen was duidelijk waarneembaar.
De man vertelde dat zij gevangen Russische soldaten waren.
Zij waren gestraft omdat ze niet meer wilde vechten tegen onschuldige mensen.
Eigenlijk hadden ze de doodstraf moeten krijgen.
Ze kregen gratie, maar werden hier wel opgesloten.
Hoe hebben jullie dit al 25 jaar overleefd hier ? vroeg opa
De Russen hebben alle blikjes eten hier achtergelaten.
Dus te eten hadden we tot nu toe volop.
Door dit gewelf stroomt een smal riviertje.
Dat water kunnen we drinken.
Al onze behoeften laten we wegstromen met het water de Donau in.
Maar de blikjes raken op. Er is nog voorraad voor misschien 10 dagen.
Hebben jullie geen vluchtweg gevonden?
We hebben geprobeerd door de smalle spleet hierboven ons te ontsnappen, was het antwoord.
Dat is niet gelukt. En door het smalle stroompje? Vroeg opa.
Daar kan geen mens door ontsnappen.
Weet u de weg naar buiten? Ja, die weet ik zei opa, dat is de poort daar in de verte.
Maar die viel met een grote klap achter mij dicht.
Dus ik zit net als jullie levenslang gevangen, vrees ik.
Hebben jullie nooit een papiertje naar buiten laten meedrijven.?
O, ja al honderden keren. Niemand heeft ooit geantwoord.
Ik heb een idee, zei opa.
Hebben jullie touw of lint of kabeldraden?
Dat hadden ze. Meer dan volop zelfs.
Pak alle lege blikjes en maak in ieder blik een gaatje.
We maken een driehonderd meter lange sliert van lege blikjes.
Hoera, riepen de mannen, na de uitleg van de woordvoerder.
De volgende dag-was er eigenlijk wel een nieuwe dag- hadden de mannen gedaan wat opa hen had opgedragen . Nu gaat het gebeuren jongens, zei opa trots.
Opa liet de blikjes die op een kleine meter van elkaar waren vastgemaakt aan het lint, in het water glijden. In het voorste blikje had opa zijn naamkaartje gestopt.
Het moet lukken mannen , riep opa toen het duizendste blikje in het water was gelegd.
Maar de redding bleef uit.
Wel was er een visser naar de politie gestapt.
De schroef van zijn motor was verstrikt geraakt in wel duizenden blikjes met een Russisch etiket er op. Dat is vreemd vonden de agenten
Nu nog na 25 jaar Russen in de buurt?
Ik vond een naamkaartje zei de visser.
Een zekere Opa R uit Nederland . Wat moeten wij hiermee? Niets toch?
Jazeker wel zei de visser. Ik wil mijn schade vergoed hebben.
Toen de agenten de schade gingen opnemen aan de motor, ontdekten ze het lange lint met blikjes.
Dat loopt ergens naar toe, merkte een slimme agent op.
Dat lint komt uit de vesting, het fort.
Nou en, reageerde de opperagent geïrriteerd.
Die meneer opa R is als vermist opgeven.
Dit is het signaal dat hij ergens vastzit in het fort.
Dat wisten we toch al jongeman?
Alle zoektochten hebben tot nu toe niets opgeleverd.
Dit is de tiende dag al zonder resultaat.
Oma had intussen ook niet stilgezeten.
Ook al bleef het resultaat uit, zij was niet van plan het zoeken te staken.
Plots had ze een ingeving. Mijn man heeft een mobieltje.
Ook al beantwoordt hij mijn oproepen niet, we kunnen toch de plek bepalen waar hij zit?
En jawel hoor na elf dagen vruchteloos zoeken vonden de agenten de houten poort.
De rest last zich raden.
Groot was de schrik in het land toen er nog tien levende Russische soldaten waren aangetroffen in het fort.
De mannen verkeerden ook nog in goede gezondheid.
In Rusland was de vondst van de mannen vanzelfsprekend nog groter nieuws.
Dit alles zal nog een staartje krijgen, stond er te lezen in de Russische kranten.
Wie heeft onze jongens zo maar aan hun lot over gelaten?
Dat moest worden uitgezocht.
En opa R?
Toen hij thuis kwam wachtten hem een twee verassingen.
De visser stond er op dat opa moest opdraaien voor de kosten van een nieuwe motor.
En de president van de Russen nodigde hem uit om te komen dineren met de bevrijde soldaten.
Ik mag toch zeker wel mee, zei oma verontwaardigd.
Per slot van rekening heb ik…
Ja, ik weet wel dat ik soms domme dingen, onderbrak opa haar.
Maar nu weet je ook dat mijn stommiteiten soms heel waardevol kunnen zijn.
Dat is nu weer gebleken.
Ja, zuchtte oma.
En dat voor de zoveelste keer deze reis
Belevenissen van oma en opa deel 6
Oma houdt van dingen uit de Oudheid.
Ze ziet graag opgravingen naar voorwerpen uit de oude tijd.
Gisteren bezochten oma en opa een oude nederzetting van de Romeinen.
Opa sjokte als vanouds weer mee.
Tot hij bij een afgezet gedeelte was.
Hier waren geleerde mensen aan het hakken, spitten graven.
Wat ze vonden was niet de moeite waard.
Stenen, grote en kleine. Zand en grint.
Maar er stond ook een professor bij, dus het zou wel eens belangrijk kunnen zijn, dacht opa.
Plots hoorde opa een gejuich.
Ze hadden blijkbaar iets belangrijks opgegraven.
Een fluitje. Een soort blokfluitje van steen.
De professor liet het aan medewerkers zien.
Opa keek op en wat hoorde hij plots?
Het blokfluitje maakte geluid, nee het speelde oude deuntjes.
Die deuntjes herken ik, dacht opa.
Hoe kan dat nou?
Ik hoor deuntjes die ik zelf ooit heb gemaakt.
Opa stond met open mond te luisteren.
Hij pakte zijn fototoestel en wilde een foto maken.
Niet doen stop riep de professor.
Bent u soms van de krant?
U mag dit niet bekend maken, hoort u.
Opa had zijn foto, hij knikte vriendelijk en liep weg.
Maar wat gebeurde?
Het blokfluitje stopte met het geluid.
Ik had het graag willen opnemen, dacht hij .
Dat zal nu wel nier meer lukken.
Maar een maal terug op de bewuste plek begon het stukje steen weer te fluiten.
Opa nam het geluid op .
De professor had inmiddels wel door dat opa iets te maken had met hun vondst.
Hij stond voor een raadsel. Hij stapte wederom op opa af.
Bent u muzikaal vroeg hij?
Ja, zei opa.
Dan bent u in uw vroegere leven waarschijnlijk muzikant geweest.
Dit is echt het bewijs dat u honderden jaren geleefd moet hebben.
Opa’s trots groeide met de minuut.
Mag ik uw naam en adres ,vroeg de prof.
Waarom? vroeg opa.
Nou wij gaan deze ontdekking wereldkundig maken.
Wat heb je al die tijd gedaan? vroeg oma toen ze terugkeerde van haar rondgang.
Nou,dat is een heel verhaal, zei opa.
Je hebt zeker staan luisteren naar die jongen daar die blokfluit staat te spelen.
Welke jongen? Waar is die jongen?
Daar… hij zit op de grond achter een boom.
Leuke deuntjes hoor, zei oma.
Zeg dat wel, zei opa.
Het leek alsof er een koude emmer met water over zijn hoofd werd uitgestort.
Of heb je weer staan dromen? vroeg oma pesterig.
Opa was een moment sprakeloos.
Kom we gaan naar huis, zei opa.